Chateaubriand in Brussel

P. Guérin, Portret van F.-R. de Chateaubriand, privé-collectie.
P. Guérin, Portret van F.-R. de Chateaubriand, privé-collectie.

“Ik ben gehecht aan mijn bomen; ik heb elegieën, sonnetten en oden aan hen gewijd. Er is er niet een die ik niet met mijn eigen handen heb verzorgd, die ik niet heb verlost van de worm in zijn wortels, van de rups die aan zijn blad kleefde; ik ken ze allemaal bij naam, als mijn kinderen; ze zijn mijn familie, ik heb er geen andere, ik hoop in hun midden te sterven.” Woorden van 4 oktober 1811, toen François-René de Chateaubriand tijdens rustige herfstavonden aan zijn “Memoires van over het graf” begon. Volgende woensdag mag ik u in Passa Porta in Brussel vertellen over mijn liefde voor deze verbluffende schrijver, die een meesterwerk maakte van zijn herinneringen aan de Franse Revolutie en aan Napoleon. Het ware essay is de poging om je eigen leven te begrijpen en te beschrijven.

Lof van het essay, 18/11 in Passa Porta.

Monello

Monello2

Joris Wouters, die al jaren Italiaanse muren fotografeert, vroeg liefhebbers van Italië om een favoriet woord te kiezen. Ik hoorde bij de gelukkigen en koos monello, mij geleerd door een goede vriendin in Firenze. Zou je het als “kapoen” kunnen vertalen? Dat leek me toen toch zo. Joris koos uit zijn archief de passende muur voor elk woord en zocht een kalligraaf om woord en drager te verenigen. Ik ben gelukkig met het mooie boek dat hieruit groeide en met de manier waarop Laurent Rébéna monello deed dansen als een dribbelend jongetje, op de perfecte Florentijnse muur.

I muri parlano, hier te bestellen.