Nobele prijs voor Yourcenar

ib24_Marguerite_Yourcenar-Bailleul-1982.10.04.Bernhard_De_Grendel_(10)
Marguerite Yourcenar in Bailleul, 1982 (Foto Bernhard De Grendel, Wikimedia Commons)

“U vergezelt me al lang. Ik leerde u kennen als student op de Boekenbeurs, dat wil zeggen, ik kocht daar na lang piekeren en centen tellen uw historische roman Het hermetisch zwart. Een verzorgde uitgave van Athenaeum. Een aankoop die ik me nog altijd niet beklaag. Bladzijde na bladzijde liet u me ronddwalen in de mooie, gevaarlijke zestiende eeuw. Uw held Zeno Ligre is een ideale tijdgenoot van Pieter Bruegel. U keek intens naar de schilderijen van Bruegel, in musea en catalogi en op postkaarten, als decors voor uw scènes.

In een Leuvense boekhandel kreeg ik een affiche te pakken met uw portret erop. Het vertrouwde portret op hoge leeftijd, uw gezicht omkranst door een of twee sjaals. U woonde op een eiland voor de Amerikaanse kust en blijkbaar waaide het daar hard. Ik liet de affiche inlijsten en ik kan er nog altijd geen afstand van doen.”

Voor Rekto:Verso schreef ik een brief aan Marguerite Yourcenar, die dertig jaar geleden overleed.

Zondag 26 november organiseert het Brusselse cultuurhuis Passa Porta een lezershommage aan Yourcenar en ontvangt de schrijfster postuum de Nobele Prijs. Samen met andere bewonderaars lees ik enkele fragmenten voor uit haar werk. Hartelijk welkom!

Sint Maarten

antoon van dijck – st.-maarten

Dit jaar reis ik als een razende reporter rond voor het tijdschrift Openbaar Kunstbezit, om verslag uit te brengen over meesterwerken in situ, op hun oorspronkelijke plaats dus. Van Dycks Sint-Maarten in Zaventem is een van de bekendste voorbeelden. Hieronder een fragment uit mijn artikel, gepubliceerd in het februarinummer:

Een jonge schilder penseelt een jonge held. Wie het levensverhaal van de H. Martinus van Tours (316-397) naleest in de Legenda Aurea, stuit immers op deze passage over de Romeinse tienersoldaat: “Op een winterdag reed hij door de stadspoort van Amiens en ontmoette daar een arme man die naakt was. Omdat de man nog van niemand een aalmoes had gekregen, begreep Martinus dat deze arme voor hem bestemd was. Hij greep zijn zwaard en sneed zijn mantel in tweeën, het enige bezit dat hem restte. Hij gaf een stuk aan de arme en hulde zichzelf opnieuw in het tweede. De volgende nacht zag hij Christus gekleed in de halve mantel die hij aan de arme had gegeven en hij hoorde hem zeggen tegen de engelen die hem omgaven: ‘Martinus, die nog maar een catechist is, heeft mij dit kledingstuk geschonken.’ De heilige man zwol niet op van trots, maar erkende de goedheid van God en liet zich dopen toen hij achttien jaar was.” Men kan zich voorstellen dat het onderwerp Van Dyck aansprak: een jonge heilige die met onstuimige gulheid optreedt, dat paste wel bij zijn eigen gevoel voor sprezzatura (stijlvolle achteloosheid) en bij zijn ietwat verkwistende natuur. De Romeinse kunstkenner Giovanni Pietro Bellori noteerde in 1672 laconiek over Van Dycks levenseinde: “Ondanks het grote vermogen dat hij had vergaard, liet Antoon Van Dyck weinig bezittingen na, want hij had alles besteed aan zijn luxueuze leefstijl, die meer geleek op die van een vorst dan die van een schilder.” De manteldeling is de bekendste anekdote uit het leven van de heilige Martinus. Na dit jeugdige exploot leidde hij nog een lang en godvruchtig leven, gekenmerkt door meerdere kloosterstichtingen in Gallië, de bisschopszetel van Tours, intense kerstening van het Franse platteland, tal van wonderen en een hang naar ingetogenheid. Martinus’ leerling Sulpicius Severus schreef de eerste hagiografie, voltooid in het jaar van Martinus’ overlijden. Martinus’ feestdag, 11 november, werd en wordt in de Lage Landen uitbundig gevierd en was traditioneel ook de dag waarop men de eerste nieuwe wijn van het jaar proefde.

Misschien hebt u dit weekeinde tijd voor een uitstapje naar Zaventem?

Het plekkenbos

DNVekCeX0AEbjv7
Stilte in het plekkenbos (Foto Céline Ibe)

Op deze zondag in november mocht ik met 26 genodigden door de expo Kempen-Atlas van CC de Warande wandelen. Verhalen over het Zilvermeer, het Atoomdorp en andere micro-utopia’s welden op. Zal ik dan, zoals Mammy in Gone with the Wind, concluderen: It sure is good to see home folk?

De tentoonstelling loopt nog tot 19 november.