Bibliotheek

Libreria Girolamini, Napels
Biblioteca Girolamini, Napels

Zo. Ik bereid me voor op het congres van de Vlaamse Auteursvereniging morgen en verdiep me in de collectievorming bij openbare bibliotheken. Ik leer dat een marketingbureau uit Tilburg vele Vlaamse bibliotheken helpt om “klantgericht” te werken en dat sommige West-Vlaamse bibliotheken een eigen project hebben ontwikkeld om zich beter tot de klant te verhouden. “Terwijl de Oude Grieken met hun vragen terecht konden bij het orakel van Delphi, kan dat vandaag in de bibliotheek,” verneem ik op de website van dit Project Delphi. Enkele bibliotheken van grensgemeenten uit de provincies Antwerpen en Noord-Brabant hebben het mooie samenwerkingsverband Benebib opgericht, maar wanneer ik de link aanklik, kom ik op een Franstalige website terecht met aardappelrecepten en info over notaristarieven.
Wel, in elk geval leerde ik dit jaar dankzij de krant dat het in de kostbare antieke bibliotheken van Italië niet beter, ja veel slechter gaat.

Plotseling heb ik heimwee naar de goedgevulde bibliotheek van mijn tienerjaren, met Proust in vertaling en in het Frans op de rekken, net als Virginia Woolf, en de boeken van vele Vlaamse en Nederlandse auteurs uit heden en verleden. De bibliotheek van de Warande in Turnhout, in de jaren 1980. Welke bibliothecaris heeft daarvoor gezorgd? Ik neem alsnog mijn hoed af voor hem of haar. Dankzij het rijke aanbod van toen werd ik een koper en schrijfster van boeken. Een gretige jonge lezer in mijn huidige woonplaats Leuven vindt in de openbare bibliotheek slechts een filiaal van de commerciële boekhandel, zo vrees ik.

K. de Roo, Onderzoek naar de aanwezigheid van niet-mainstreamliteratuur in de openbare bibliotheken van Vlaanderen en Brussel, lic. verh., UGent, 2010-2011.

Bakkie troost

Kregting Koffie Zondvloed

Zondag doopten we in De Zondvloed het nieuwe boek van Marc Kregting met koffie en heerlijke koffiekoeken van bakkerij Walravens uit Mechelen. Al lezend in het mooi uitgegeven Koffie. Een doeboek hoop ik nu meer te vernemen over Multatuli en Max Havelaar, de Nespresso-gekte, de ontelbare wijzen waarop koffie in ons dagelijks leven doorsijpelt. Is thee voor watjes en koffie voor doeners, zoals een vriendin denkt, maar niet luidop zegt? Is koffie geschikt voor vrouwen die slank willen blijven en geleidelijk overschakelen op louter vloeibaar voedsel (onder het motto: als het vloeibaar is dan telt het niet), of past het toch meer bij astronauten en stugge onderhandelaars? Terwijl mijn eerste kopjes van de dag percoleren, neem ik alvast deze zinnen uit het Engelstalige voorwoord tot me: “According to a survey undertaken by foodbanks, besides sugar and milk, coffee was the most asked-for item among the underprivileged. And unlike meat, butter, milk cheese, potatoes and eggs which, in the average western nation or province, could, at least with the help of some animals, be produced in a back garden, coffee is something self-sustaining individuals can’ t grow.” Hetgeen me herinnert aan de woorden van de norbertijn Arie Sanden (pseudoniem van Xaveer Adriaensen), die in 1911 sociale wantoestanden in Turnhout, alias Freybosch, hekelde: “Freybosch is gezegend met een aantal fabrieken waar in vroeger dagen de werklieden te weinig wonnen om te leven en te veel om te sterven, dit laatste zeer zeker, aangezien zij geregeld elken zaterdag met koffie en rijst in plaats van met klinkende specie t’ huis kwamen, en ieder verstandig mensch ervan overtuigd moet zijn, dat men met rijst heel wel in ’t leven blijft en ’t vrouwvolk de koffie niet kan missen. Tegenwoordig nog moet het werkvolk, ondanks alle wetten, extra-goed uit zijn ogen zien, om niet gepluimd te worden …”

Koffie. Een doeboek
Koffie. Een doeboek

Marc Kregting, Koffie. Een doeboek, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2013, p. 9-10.
Arie Sanden, Een wereldje (1911), geciteerd in L. Huet, Turnhout. Onverwachte schrijvers …., Turnhout, 2002, p. 104.

Conversazione

Sacra Conversazione
Sacra Conversazione

‘Toen ik wegging, sneeuwde het.’
Een boekje met een omslag zo wit en donzig als sneeuw, deze uitgave van CC de Warande met tekeningen van Anne-Mie Van Kerckhoven en verhalen van uw dienares. Zwart op snee, zwart op sneeuw. Binnenin helle kleuren. AMVK voegt woord en beeld in elkaar, als in een middeleeuws verlucht handschrift. Die heerlijk trefzekere lijnen, die doeltreffende plaatsing van de tekstblokjes, dat is het werk van iemand die bladspiegels begrijpt.

Het zachte boek tegen mijn handpalm doet me nadenken: wat is dat eigenlijk, een verhaal? Een anekdote, een gesprek, iets op papier of op een podium, met levende mensen? Wanneer het alleen over gedrukte woorden gaat, dan hebben dit jaar de verhalen van Lydia Davis het meeste indruk op me gemaakt, het jaar daarvoor My Father’s Tears van John Updike. Maar ik heb plotseling ook weer zin in sprookjes, grimmige sprookjes. En gedaanteveranderingen.

Zwart diner

“De zwartgedrapeerde etkamer kwam uit op een tuin die voor deze gelegenheid een metamorfose had ondergaan; de paden waren met houtskool bestrooid, het vijvertje had nu een zwart basalten rand en was met inkt gevuld; de heesterplantsoenen waren opnieuw beplant met cipressen en dennen. Het eten werd geserveerd op een zwart altaardoek, versierd met mandjes viooltjes en scabiosa; kroonluchters wierpen een groen schijnsel over de tafels en in kandelaars flakkerden kaarsen.

Terwijl een verborgen orkest rouwmarsen speelde, werden de gasten bediend door naakte negerinnen, die enkel muiltjes en kousen droegen, van zilverstof, waarop tranen geborduurd waren.

Men had uit zwartomrande borden gegeten: schildpadsoep, russisch roggebrood, rijpe olijven uit Turkije, kaviaar, gedroogde kuit van de harder, gerookte bloedworst uit Frankfurt, wildbraad opgediend in drop- en schoensmeerkleurige sausjes, puree van truffels, amberkleurige roompralines, pudding, bloedperziken, druivengelei, moerbeziën en zwarte kersen. Uit donkergetinte glazen had men gedronken …”

Geïnspireerd door het beroemde zwarte diner van Des Esseintes voorzagen de attente gastvrouwen van de Warande zwarte hapjes na de lezing van donderdag in het Turnhoutse begijnhof. Zeer toepasselijk, aangezien de bedenker van Des Esseintes en het zwarte diner, Huysmans, Turnhout kende en bovendien uitgebreid ter sprake was gekomen in de lezing. Zoutig zeewier, olijven, zwarte marsepein en drop, en een glas cava met zwarte wodka om de keel te verfrissen. Mijn dank!

J.-K. Huysmans, Tegen de Keer, vertaald en met een nawoord van Jan Siebelink, Amsterdam, 2011, p. 43-44.

Foto via Miss Pandora.

Turnhoutse hermitage

 “Als ik de middelen had, zou ik zoals Jean des Esseintes het huisje helemaal en uitsluitend inrichten naar mijn behoeften en wensen. Weet je nog, de muren van zijn bibliotheek waren bekleed met oranje marokijnleer en indigo lak, een ander vertrek was ingericht als een kajuit en de badkamer als de werkplaats van een parfumeur? Hij noemde zijn droomhuis in Fontenay zijn Thebaanse hermitage.”

Het deed me wonderlijk veel genoegen, dat Anne-Mie Van Kerckhoven zich door deze zin uit Genius Loci liet inspireren om twee ruimtes in het Turnhoutse Begijnhofhuisje 21 van kleur te voorzien.

Heiligen en begijnen

De tekeningen van AMVK in het Turnhoutse begijnhof (foto Frederik Beyens)

“Het is een mooie poort.”

In de saaie straat viel het poortgebouw op. Klassieke, breed uitgezette lijnen, een nis met een borstbeeld, symmetrie, leistenen en kasseien – al de elementen die dienst kunnen doen als tijdmachine en Belgen terugvoeren naar de tijd van waarin de laatste glans van de gouden eeuw wegdeemsterde, Rubens en Van Dyck al tachtig jaar dood waren en iedereen die vijf goudstukken bezat zich schikte in een bestaan als rentenier. Twee vergulde bollen bekroonden het dak en voerden de geest zacht naar de gedachte aan landhuizen in Frankrijk.

Door de halfgeopende groene poort keken we naar binnen. Een ovaal van huizen rond een parkje, waarin een soort Golgotha oprees, bekroond met een kruisbeeld.

We betraden het begijnhof. Is er iets gewoners dan een begijnhof? ‘Begijntjes en kwezelkens dansen niet,’ zongen wij als kinderen, er waren begijnhoven in alle omliggende stadjes (hoewel nog slechts een of twee begijnen) en uit verveling las je in de zomervakantie wel eens ‘De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntje’, de novelle van Felix Timmermans. Lezen gold overigens ook als een kwezelachtige activiteit, in sommige kringen.

Een fragment uit het verhaal Genius Loci, dat ik schreef bij Anne-Mie Van Kerckhovens tekeningenreeks Heiligen en Begijnen, nu te bezichtigen in huisje 21a van het Turnhoutse begijnhof.

Het boek met de tekeningen en de verhalen wordt morgen voorgesteld in de Meerloop in het Begijnhof. Allen hartelijk welkom!

(Het boek, gedrukt in een oplage van 500 exemplaren, is te koop in de Warande in Turnhout, boekhandel Copyright in Antwerpen, de boekhandel van het Museum Aan de Stroom in Antwerpen en in Kunstmuseum aan Zee in Oostende.)

Turnhout Terminus Turnhout Centraal

Hert in Turnhout

Vrijdag nam ik deel aan een  ‘zetelgesprek’ in het Turnhoutse Taxandriamuseum, in het gezelschap van Karl Van den Broeck, Frederik Depreester en Koen Aerts. We hadden het over Kempense identiteit – bestaat ze, wat is ze? Drie Kempenaren, een Gentenaar. Misschien is dit mijn wezenlijke opvatting: de identiteit is er voor de mens, de mens is er niet voor de identiteit.

Na de conversatie herontdekte ik het Taxandriamuseum, met zijn mooie jachtcollectie, waar dit hert – Turnhouts heraldische dier – opnieuw een ereplaats innam.

(Foto via Turnhout 2012. De tentoonstelling loopt in het Taxandriamuseum tot 31 oktober 2012.)