De sultan in België

sultan_abdulaziz_of_the_ottoman_empire
Sultan Abdulaziz I in het Verenigd Koninkrijk, 1867

Sultan Abdulaziz I was de eerste Turkse heerser die West-Europa bezocht, in 1867. Laat mijn overgrootvader in zijn liefdesbrieven daar nu melding van maken.

“Je weet dat de Sultan door België heeft gereisd. Twee weken geleden passeerde hij ons station en hij heeft er tien minuten halt gehouden. Twee derde van de stad was uitgelopen om hem te zien, maar ze moesten zich tevreden stellen met de aanblik van zijn gevolg. Zijne Hoogheid bleef liggen in zijn wagon, zonder zelfs maar een punt van zijn muts te tonen. Men zag alleen zijn bedienden die elk moment naar zijn divan liepen om bevelen te vragen en uit te voeren. Telkens wanneer ze zijn divan naderden, kruisten zij hun handen op hun borst en strekten zich uit met hun gezicht tot op de vloer, in de meest nederige houding. Alle personen van zijn gevolg waren eenvoudig gekleed en droegen een rood hoofddeksel, zoals de Franse zouaven.” En zo glijdt de geschiedenis voorbij.

Brief uit Braine van 16 augustus 1867.

Onnozele kinderen

800px-pieter_bruegel_the_elder_-_massacre_of_the_innocents_-_google_art_project
P.Bruegel, De kindermoord te Bethlehem, Royal Collection, Hampton Court Palace, Londen

In 1891 publiceerde de Brusselse schrijver Eugène Demolder Contes d’Yperdamme, Vertelsels uit Yperdamme. Een misschien wel ten onrechte vergeten wreed sprookjesboek, geïnspireerd door de schilderijen van Pieter Bruegel: onder meer door De kindermoord te Bethlehem. (Ten onrechte vergeten? Karel Van de Woestijne beschouwde Demolder als een van de belangrijkste Belgische schrijvers van de negentiende eeuw.) In Bruegel. De biografie vertaalde ik een paar fragmenten:

En het kwaad geschiedt. ”Maar reeds is de slachting begonnen in Yperdamme. De rode gieren storten zich met ijzeren klauwen van zwaarden en lansen in de nesten vol zingend feest. Weldra stroomt overal het bloed van cherubijnen.” Yperdamme blijft achter als een nest waaruit een gier de jonge vogels heeft geroofd. Vanuit de hemel kijken de zielen van de vermoorde kinderen uit over de wereld. “De sneeuw glinstert in het oneindige over de werelden, en de Heilige Familie vlucht daarginds langs de winterse dorpen. Ze steekt de bevroren kanalen over en doorkruist vlakten waartegen afsteken populieren van ijs. De Heilige Maria draagt het Aanbiddelijke Kind in haar armen, maar ze verbergt hem onder haar ruime mantel opdat hij niet zou rillen in de bittere koude. Zij rijdt op een ezel, en Sint Jozef gaat voorop, met een zaag over zijn schouder, een zak vol werktuigen in zijn hand. De dorpen keren zich in, de maan rijst al tussen de wilgen, een wonderbaarlijke lantaarn opgehangen aan de avondhemel voor de goddelijke vlucht.“

Kerstmis

kerst2016

Een goede vriendin schonk me dit voorjaar een kerstbal in de vorm van een pen, bij de voorstelling van Bruegel. Het was een gelukkig moment. En het keert met rente terug nu de kerstbal zijn bestemming vindt.

Mijn beste wensen aan u, hooggewaardeerde lezers.

Verjaardag en Kerstmisoratorium

horenbout-december
G. Horenbout, december, Marciana, Venetië

Dit jaar vier ik de verjaardag van Nicolaas Rockox door het Kerstmisoratorium van W.H. Auden te lezen. Een toevallige samenloop van omstandigheden. En dat Kerstmisoratorium, geschreven in 1944, is actueel als steeds. Uit de koorzang:

The evil and armed draw near;
The weather smells of their hate
And the houses smell of our fear;
Death has opened his white eye
And the black hole calls the thief
As the evil and armed draw near.
Ravens alight on the wall,
Our plans have all gone awry,
The rains will arrive too late,
Our resourceful general
Fell down dead as he drank
And his horses died of grief,
Our navy sailed away and sank;
The evil and armed draw near.

De lezende paling

paling1
Alles staat klaar (foto D. De Stammeleer)

 

Gisteren mocht ik over Bruegel spreken in Café de Paling, Sint-Lievens-Esse. Estaminet waar schrijvers welkom zijn. Gebed in heuvelend landschap, zoals Bruegel het graag zag (of creëerde). We hingen een laken aan de gordijnroede en projecteerden daar lichtbeelden op. God, wat houd ik van die sfeer!

Erasmusprijs

A.S. Byatt (foto Michael Trevillion)
A.S. Byatt (foto Michael Trevillion)

A.S. Byatt ontving gisteren de Erasmusprijs in het Koninklijk Paleis te Amsterdam. Ik had er in onze lokale nieuwsberichten wel wat over willen vernemen, maar werd veeleer op de hoogte gehouden over een zakenman genaamd Coucke.  De Nederlandse Boekengids van december besteedt gelukkig heel wat aandacht aan Byatts indrukwekkende oeuvre. Hieronder een uittreksel uit mijn bijdrage.

“Dame A. S. Byatt ontvangt dit jaar de Praemium Erasmianum. Misschien doet het haar genoegen om een prijs te krijgen die ook Marguerite Yourcenar toeviel, in 1983. Ik zie wel wat gelijkenissen tussen beide grandes dames. Yourcenar schreef een fictieve autobiografie van keizer Hadrianus, een fictieve biografie (alias roman) over de humanist Zeno Ligre en een onvergetelijke geschiedenis van haar Belgisch-Franse familie in drie delen. Byatt schrijft romans over biografen en romans over hele generaties wier historische lotgevallen ze ons laat meebeleven: wie The Children’s Book leest en ziet hoe al de jonge mannelijke hoofdpersonen in de loopgraven van de eerste wereldoorlog belanden, ervaart haast aan den lijve hoe het voelt wanneer de jeugd van een natie vernietigd wordt. Dankzij Byatt hebben we die jongens verdorie zien opgroeien! Daarnaast is A.S. Byatt ook als biografe en essayiste actief. Onder de kop “gronden van verlening” lezen we dat zij de prijs krijgt omwille van haar bevlogen bijdrage aan het genre Life Writing, dat biografieën, historische romans en autobiografieën omvat. Life Writing is veeleer een nieuw academisch begrip dan een nieuw genre. Als academisch begrip weerspiegelt het wellicht een nieuw inzicht van literatuurwetenschappers: een en dezelfde persoon kan wetenschapper en kunstenaar zijn, kunst bevrucht wetenschap en omgekeerd. Zo is het eeuwenlang geweest, totdat de academische wereld het in de tweede helft van de twintigste eeuw uit het oog verloor. Byatts voorliefde voor biografieën en de lotgevallen van biografen herinnert me in elk geval op aangename wijze aan de uitgangspunten van Virginia Woolf, zelf de dochter van een superbiograaf (als je de uitgever van de Dictionary of National Biography zo mag noemen) en de schrijfster van de roman Orlando. A Biography, van een fictieve groepsbiografie (The Waves) en van twee biografieën: een van haar vriend, de kunstenaar Roger Fry, en een van het hondje van de dichteres Elisabeth Barrett Browning (Flush).”