Pucci, de monarch van motieven

Emilio-Pucci-Florence

Soms kunnen een paar foto’s van het internet wonderlijk veel heimwee opwekken. Emilio Pucci en een model in het Palazzo Pucci (ooit kende ik iemand die daar een appartement had gevonden), en modellen in Pucci’s ontwerpen tegen de achtergrond van de bekendste koepel ter wereld. Prince of prints wordt Pucci ook wel genoemd, de monarch van motieven. Ook een goeie eretitel voor schrijvers en componisten, bedenk ik nu. En ik zucht.

emilio pucci

Poppen en olievaten

Drogende boeken in Accademia dei Georgofili, 1966
Drogende boeken en archiefstukken  in Accademia dei Georgofili, Firenze, 1966

“Een keer heb ik sneeuw zien vallen op deze brug, een keer stonden we hier en keken we ongerust naar het wassende, dreigend klotsende water dat bijna de top van de bogen tussen de pijlers raakte en almaar dode takken aanvoerde. Er werd nog slechter weer voorspeld, mensen kwamen voortdurend kijken hoe erg het al was en dachten terug aan de grote overstroming van november 1966, toen het water bomen, koeien, stoelen, poppen en olievaten aanvoerde, over de borstweringen raasde en in sommige kerken steeg tot op zes meter hoogte. De gevolgen van zulk een ramp wis je niet gemakkelijk uit, in één bibliotheek lagen de boeken dertig jaar later nog te drogen – tenminste, dat was de uitleg die de baliebedienden me gaven, misschien wilden ze gewoon niet gestoord worden, misschien begreep ik hun humor niet.”

L. Huet, Eenoog, Amsterdam,/Antwerpen, 2009, p.36.

Alluvione

Ponte Vecchio op 4 november 1966
Ponte Vecchio op 4 november 1966

Ik was nog maar een paar weken op de wereld, nietsvermoedend in het noorden, toen de Arno buiten zijn oevers trad en Firenze overstroomde. Vierentwintig jaar later overstroomde Firenze mij.

Santa Croce, 4 november 1966
Santa Croce,  november 1966

Patroon

Ghirlandaio, H. Hieronymus, Chiesa Ognissanti, Firenze
Ghirlandaio, H. Hieronymus, Chiesa Ognissanti, Firenze

Vissers, kappers en naaisters voor haute-couture hebben hun patroonheiligen, vertalers ook. Op schilderijen krijgt Hieronymus vaak een mooie studeerkamer mee, dat is een prettige bonus. In Zeno X Gallery toont AMVK nog steeds haar rijdende studeerkamers/carrels, op de afbeelding hierboven lijkt het studeervertrek op een alkoof, met een gordijn afgesloten. Concentratie, meer heeft een mens niet nodig.

En opeens sta ik in gedachten op piazza Ognissanti. Zo weids, zo mondain, zo Frans, zo Engels. Institut français, English bookshop, een standbeeld van Carlo Goldoni, een snoepwinkel, een heel mooie jas in een herinnerde, verdwenen etalage. Hoe zou het er zijn?

Vrolijk lezen

Nu in de boekhandel
Nu in de boekhandel

De naam Gust Gils associeer ik sinds mijn schooltijd met vrolijk lezen. In het nieuwe Belgica-deeltje van Uitgeverij Voetnoot tref ik hoofdstukken aan van een roman die hij niet voltooide: kleine op zichzelf staande verhalen die smaken naar meer. Over de Oscams, sinds eeuwen de machthebbers in een mysterieuze stad. Ze doen me denken aan de Medici in Firenze, die Oscams, maar ook aan de vertellingen van John Flanders. En ik hervind de verbeelding, de humor en de absurditeit die ik me herinnerde. Plus een verrassende gedachte:
“En de waarheid is nu eenmaal wat je weet, of meent te weten – niet datgene waarvan je nooit een vermoeden hebt gehad.”

Dichter op dakterras

24_montale_672-458_resize
Vroeger vonden dichters wel eens een baan bij een krant. Zo werkte Eugenio Montale, Nobelprijswinnaar in plaats van Louis Paul Boon, voor de Corriere della Sera. Op hun website vond ik deze mooie foto van de Liguriër, die ik in gedachten toch altijd door Firenze zie lopen. In het briefje hieronder lees ik una stanchezza enorme che non ti dico, en dat sympathiek alledaagse Italiaans doet me denken aan de parlando-stijl van zijn latere werk.

08_montale-lettera-moscolina_672-458_resize

Voedsel

1393776_443484829093508_1377272164_n

Michelangelo in Firenze aan Tommaso Cavalieri in Rome, 28 juli 1533.

Messer Tommaso, mijn dierbare heer, ofschoon ik uw laatste brief niet beantwoordde, geloof ik toch niet dat u denkt dat ik u ben vergeten of dat ik het voedsel kan vergeten waarvan ik leef, en dat is niets anders dan uw naam. Maar ondanks het feit dat ik erg zelfingenomen spreek en in grote mate uw mindere ben, geloof ik niet dat iets onze vriendschap in de weg kan staan.

Een ontroerend kattebelletje van Michelangelo aan de vriend die hem dertig jaar later aan zijn sterfbed nog zou bezoeken. In de nieuwe bloemlezing en vertaling van Patrick Lateur, gisteren voorgesteld in het mooie stadhuis van Aalst.