Bellone in Europa

Plan van de Stad Dantzich en der zelver Buitenwerken met de Beleegering der Russen in den Jaare 1734
Plan van de Stad Dantzich en der zelver Buitenwerken met de Beleegering der Russen in den Jaare 1734

De Vreede die den voorspoed baart,
Had lang de Europeaan bejegend,
Zyn landen voor den Kryg bewaard,
Zyn vleit met overvloed gezegend;
Als vrouw Belloon, met bloed bevlekt,
Haar streng beval van daar te wyken;
Wyl ze in Euroop het oorlog wekt,
Ontrustende de Koningkryken;
De Vreede, weerloos, houdt geen stand …

Een mooi oud boek ten geschenke krijgen is heerlijk. Ik voel het stevige papier onder mijn vingertoppen, ik vouw voorzichtig de geplooide illustraties en kaarten open, ik leer dat er in 1733 oorlog heerste in Europa en dat de Amsterdamse Kaart- en Boekverkoopers Reinier en Josua Ottens, voor aan op den Nieuwendyk, regelmatig katernen uitbrachten om nieuwsgierige lezers van het verloop der krijgsverrichtingen op de hoogte te houden. Non-fictie van hoog niveau. Er staan me weer mooie uren te wachten.

Bellone in Europa: vervattende een zaakelyke beschryvinge van den tegenwoordige oorlog. Met aanwyzinge der Vorsten, Volken, Landen en Steden; verçiert met Poëtische denkbeelden in Vaerzen en Prentverbeeldingen, te Amsterdam, By Reinier en Josua Ottens, in de Wereld-kaart, 1734. (Klik op de afbeelding voor een groter formaat.)

Myrddin

Kaart van Merlijns territorium (N. Tolstoy)

Een beetje onverwacht, dat ik uitgerekend dankzij Nikolai Tolstoy die kinderlijk intense sensatie herbeleef: helemaal opgaan in een geschiedenisboek. Want ik bekommer me doorgaans niet veel om de Kelten, of de zesde eeuw n.C. in Engeland, of de druïden, of de Welshe literatuur. Maar het is ronduit verrukkelijk om een historicus die standaardwerken heeft geschreven over de naweeën van de Tweede Wereldoorlog te volgen wanneer hij zijn andere passie uitleeft: de figuur van Merlijn/Myrddin in de middeleeuwse letteren en in de Britse mentaliteit. ‘Volgen’ mag de lezer letterlijk nemen: Tolstoy tuft door het Schotse landschap, geleid door de legenden omtrent Merlijn en hij identificeert de plaats waar in 573 de veldslag van Arderydd plaatsvond en de berg met de bron waar de waanzinnig geworden bard/druïde/profeet zich na die slag zou hebben teruggetrokken: Hart Fell. ‘Guaul’ staat voor the Wall, de muur van Hadrianus, Cair Ligualid is Carlisle. De god Lug en de wilde jacht zijn al behandeld, nu naderen de bladzijden waarop de verzen van de barden Taliesin en Aneirin aan bod komen. Die prachtige verzen waarin de spreker voortdurend van gedaante verandert: “Ik had vele vormen voordat ik werd bevrijd: / Ik was een slank betoverd zwaard / Ik was regendruppels in de lucht, ik was licht van een ster / Ik was een woord in letters, een boek in oorsprong / ik was lantarens van licht voor anderhalf jaar / Ik was een brug die zich uitstrekte over zestig mondingen; / ik was een weg, een adelaar, een bootje op zee.” Ik weet niet waarom ik die poëzie zo krachtig vind, maar ze mist haar effect niet.

“In de koningshal heersen warmte en gelach, kameraadschap, poëzie en liederen. Terwijl regenwolken aanstormen van de zee van Rheged en de wind huilt over de besneeuwde hoogten van het Coed Celyddon, neemt Myrddin zijn plaats in aan het einde van het rustbed. Dienaren leggen enorme houtblokken in het vlammende haardvuur, en de geur van gebraden varkensvlees stijgt op uit de ketel. Laat de regen roffelen op het leistenen dak en tegen de stevige muren: de mede is in de hoorn en de harten zijn vrolijk.”

Nikolai Tolstoy, The Quest for Merlin, Boston-Toronto, 1985, p. 42; p. 136-137.

Mercator in Lhasa

De reisroute en Evariste Huc, afgebeeld in Mantsjoe-kostuum

Lhasa, Tibet, februari 1846. De Franse missionarissen Evariste Huc en Jean Gabet – de eerste westerlingen in de regio sinds 1812 – worden ondervraagd door de Regent van Lhasa en de Chinese ambassadeur Ki-Chan.
“Wij toonden de drie kaarten die we bij ons hadden: een wereldbol, een wereldkaart volgens de projectie van Mercator, en een Chinees Keizerrijk. […] Het was onmogelijk om voort te gaan, zonder wat aardrijkskundeles te geven. Wij kwamen vriendelijk tegemoet aan de wensen van de Regent en de Chinese ambassadeur. Op de wereldkaart van Mercator toonden wij hen met de vinger China, Tartarije, Tibet en alle andere gebieden van de aarde. De Regent was verbijsterd toen hij zag hoe ver wij van ons vaderland verwijderd waren, en welke lange weg wij hadden moeten afleggen, te land en ter zee, om hem een bezoekje te brengen in de hoofdstad van Tibet. Hij keek ons verbluft aan. Daarna richtte hij de duim van zijn rechterhand op en zei: ‘Jullie zijn zulke mannen….'”

E. Huc, Souvenirs d’un voyage dans la Tartarie, le Thibet et la Chine pendant les années 1844, 1845 et 1846, Doornik, 1850, p. 328.

Rommelmarkt

Een wandelingetje over de rommelmarkt van Wortel-Kolonie op pinkstermaandag leverde een oude landkaart op, uit het tijdperk van voor de autosnelwegen. Een fraai stuk graveerwerk uit Parijs (Cartes-Guides Campbell, Ed. Blondel La Rougery, 7 Rue St. Lazare), ooit door iemand aangekocht bij Boekhandel A. Vanhoutte, Nationalestraat 41 in Antwerpen. Toen ik de kaart openvouwde en zocht naar de plaats waar ik ze had verworven, zag ik dat zelfs de Molenzijde en La Colonie van Merksplas en het Maison de Refuge van Wortel (net onder de grens) aangeduid staan. Het ontroerde me. Lezers van Mijn België verwijs ik hier graag naar het lemma Cm².

Terra mirabilis

Ah, de Britten, en hun goede gewoonte om kinderboeken van verhelderende kaarten te voorzien! Wie achter het witte konijn met de roze ogen aanloopt (voor de liefhebbers: cuniculus albus oculis rubeis) hoeft niet, zoals Alice eertijds, hopeloos te verdwalen.

L. Carroll, Alicia in Terra Mirabili, Latine redditus ab C. Harcourt Carruthers, Londen, 1994.

Mercators handschrift

G. Mercator, de juiste en verkeerde wijze om de pen vast te houden, 1540

“Immunis”: wie cursief schrijft, kan die zeven letters vormen zonder de pen van het papier te moeten halen. Bedenk hoeveel voordelen dit een klerk oplevert! En dan is er de vloeiende schoonheid van de ampersand.

Nu mijn handschrift achteruitgaat omdat ik vaker op klavieren schrijf, neemt mijn bewondering voor Gerard Mercators kleine verhandeling over cursief schrift nog toe. Dit was niet zomaar een spielereitje van de cartograaf: het cursief nam op landkaarten minder plaats in dan de Romeinse of gotische letter en oogde ruimtelijk en elegant. Het bood zowel wetenschappelijke als esthetische voordelen. Niet lang daarna namen ook belangrijke kunstenaars het door Mercator aangeprezen en onderwezen cursief over voor opschriften bij hun prenten. Het is bijna een vreemde gedachte voor me, dat deze stille kaartenmaker in mijn eigen woonplaats Leuven werkte aan zijn globes en wetenschappelijke instrumenten in brons en messing. Gerard Mercator is een bewijs te meer van de stelling dat de gaven in deze wereld simpelweg niet eerlijk verdeeld zijn. Het is lang niet altijd zo dat wie niet theoretisch begaafd is, dan wel praktisch zal uitblinken. Nee, regelmatig ziet men dat wie intellectueel zeer begunstigd is ook prachtige praktische oplossingen vindt.

En de biografie van Mercator zal me leiden naar de biografie van de miskende politicus Antoine Perrenot de Granvelle, voorspel ik alvast.

N. Crane, Mercator. De man die de aarde in kaart bracht, vertaald door J. den Bekker, Amsterdam, 2003.

The Treatise of Gerard Mercator. Literarum latinarum, quas Italicas, cursoriasque vocant, scribendarum ratio (Antwerp 1540), ed. J. Denucé, Antwerpen-Parijs, 1930.