Vrouwen, misschien

Ik kijk de drukproef na van mijn bloemlezing uit het werk van Maurice Gilliams. De teksten zijn zorgvuldig gelezen en gekozen, om een geheel te vormen en een uitzicht te bieden op zijn belangrijkste thema’s, zijn mooiste regels, zijn sterkste gedichten. Toch ontsnappen er altijd bijzondere dingen. Een fragment kon om allerlei redenen niet opgenomen worden, maar ik kan het niet vergeten. Hij heeft het over vrouwen in de schilderijen van Henri de Braekeleer en herinnert zich arme vrouwen die hij zag in zijn jeugd, aan het begin van de twintigste eeuw in Antwerpen.

“Het zijn als ongehuwde naaisters die indertijd bij klanten aan huis gingen werken en uit andermans afgedragen kleren hun eigen japonnen maakten, maar die zeer proper, zeer arm waren. Zij wonen op achterkamers met het gezicht op oude daken en een kerk, de huishuur angstigzuinig en secuur met koperen centen, met halve en hele stuivers in een koffiekopje bij elkaar gespaard. Ze zijn vrouwen, misschien, omdat men ze als zodanig aan hun kleren herkennen moet, zonder lokstem en zonder bij tijden met de onrustige wankelmoedigheid van hun sexe te zijn behept.” O, die armoede, die huishuur in een koffiekopje, dat discrete, treurige leven.

Première

Van op het balkon zag ik hoe de regisseur zijn acteurs nog even moed insprak voor de eerste voorstelling….

en al heel snel daarna ontmoetten Banquo en Macbeth drie akelig charmante heksen. De toeschouwers zaten de hele avond op het puntje van hun stoel. Sinds de gouden bruiloft van mijn ouders in 2015 is er niet meer zoveel feestvreugde in de tuin geweest.

Roemers en kronen

Roemers en kronen voor Macbeth en de zijnen in de garage. Op de achtergrond mijn vaders geliefde affiches voor vliegshows, en de Keukenkast van het Belgische Geluk (een winterbezigheid van schrijfster dezes). De wc’s zijn gepoetst, het onkruid is gemaaid, en vanavond vindt de generale repetitie plaats. Ik ben slechts een toeschouwer en ik word al nerveus, wat zal het dan voor de acteurs en de technici zijn?

Technieken

De zwaardvechters in Macbeth oefenen hun “theatrale gevechtstechnieken”onder leiding van een zwierige instructrice. De training lijkt op een kruising tussen klassiek ballet en tai chi. Het valt nog mee wanneer je al doende geen vijfvoetige jamben moet debiteren…. De tuin heeft al bijzondere dingen meegemaakt, maar nog geen zwaardgevechten, voor zover ik weet.

Na de asperges

Ik kreeg een bussel asperges cadeau en haalde blij de bijpassende schotel uit de kast. Het werd een bereiding à la flamande, maar met mosterdvinaigrette in plaats van boter. Van die vinaigrette is nog wat overgebleven, de rest verdween in hongerige magen. Voorts rezen er vragen. Wie schilderde er toch die beroemde bussel asperges, was dat Manet? En Jean-Baptiste Chardin en Giovanna Garzoni, waagden die er zich niet aan? (O Giovanna, die het delicate licht als het ware van binnen uit de vruchten laat schijnen!) En waarom ben ik altijd aangetrokken tot oude zaken, zoals serviesgoed van bij de brocanteur of van de rommelmarkt?

Voor het onweer

Het overtrekt. Ik gebruik die uitdrukking zelf en ik hoor ze in mijn hoofd ook uitspreken door mijn ouders, grootouders. De vogels verstommen. Het wordt frisser. Maar er is nog tijd om even de tuin in te glippen en enkele bloemen te verzamelen, voordat het onweer ze neerslaat.

Burcht

Langzaam maar zeker verrijst in de tuin een Schotse burcht. De decorbouwers doen aan re- en upcyclen: restanten van deurenkomedies zullen opnieuw dienen in de tragedie van Macbeth. Kinderen kwamen langs om het vers geschaafde hout met verf te bespatten, omdat het er anders “te proper” zou uitzien. Ze amuseerden zich zoals ik me als kind amuseerde in vervlogen zomers, rondhollend, gieters vullend, roepend en lachend. En daarna gingen ze vast en zeker met hun grootmoeder een ijsje eten. Een goed bestede middag.

Tronen, machten en krachten

Er werken decorbouwers in de tuin, de garage ligt vol hermelijnen mantels en tartan accessoires, één actrice dooft haar sigarettenpeuken in de asbak van de Studentenbond Merksplas die ik per geluk nog heb teruggevonden. De tronen voor Macbeth en zijn vrouw zouden zo gebruikt kunnen worden in Game of Thrones, en de schrijver van dat nep-historische epos, George R. Martin, kent Macbeth zeker ook. Something wicked this way comes, the game ’s afoot!

Schouwtoneel

Het podium krijgt vorm. Hoe ging dat: “het leven is een schouwtoneel….”? ‘Of, in de befaamde woorden van Macbeth zelf: “Life’s but a walking shadow, a poor player / That struts and frets his hour upon the stage, / and then is heard no more; it is a tale / Told by an idiot, full of sound and fury, / Signifying nothing. ” De door wroeging en cynisme verteerde Macbeth is al een postmodernist, lijkt het; een mens zonder moreel houvast, voor wie “alles gelijk” is en iedereen hetzelfde, de heilige, de zondaar, de fatsoenlijke mens, de moordenaar: allemaal lieden met wie we vanuit onze troon van luiheid een goedkoop medeleven kunnen voelen zonder echt te moeten voelen. Alles begrijpen is alles vergeven, ja, dat zal wel, een gemakkelijk motto voor lafaards. Weldra dus in de voortuin. En ik moet dringend op zoek naar een goede Nederlandse vertaling. Eigen poging. “Leven is maar een stappende schim, een arme duts die een uurtje prult en pruilt op de planken, en dan voor altijd zwijgt; het is een vertelsel verteld door een dwaas, vol lawaai en razernij, met nul betekenis…”