Anemoon

Maandag, de dag dat ze zo moedig overleed, bloeide de eerste anemoon in het perk dat zij zelf in mijn ouders tuin heeft aangelegd. Het is vandaag nog steeds de enige bloem in het perk en het lijkt wel alsof ze met dit delicate teken afscheid neemt van deze plaats. Dank je en vaarwel, lieve R.

Zijn 122ste verjaardag

Vandaag is de 122ste verjaardag van Martial Van Schelle. Na een mooi leven vol indrukwekkende sportprestaties en geslaagde zakelijke ondernemingen werd hij in maart 1943 helaas vermoord in het concentratiekamp Breendonk. Hij werd nog geen vierenveertig. Dit monumentje prijkt sinds 1986 bij zijn geboortehuis in Merksplas. Ik werk daarin voort aan zijn biografie.

Goede raad van Descartes

Uit een brief van René Descartes aan Elisabeth van de Palts, geschreven in Egmond in mei of juni 1645:

“Hier valt mijns inziens gemakkelijk het verschil op te merken tussen het verstand enerzijds en de verbeelding en de zintuigen anderzijds. Dit verschil houdt volgens mij in dat iemand die voor het overige alle reden zou hebben om tevreden te zijn, maar die voortdurend zou kijken naar voorstellingen van tragedies waarvan alle bedrijven vervuld waren van onheil, en die zich zonder ophouden zou bezighouden met al wat treurnis en medelijden oproept, ook al zou zo’n persoon weten dat het allemaal voorgewend en denkbeeldig was, zodat de tranen in zijn ogen opwelden en zijn verbeelding erdoor ontroerd werd zonder dat zijn verstand werd geraakt, dan nog alleen daaraan genoeg zou hebben, volgens mij, om bij het hart de gewoonte aan te kweken ineen te krimpen en zuchten te slaken […]. En andersom, mensen die eindeloos veel werkelijke redenen tot verdriet zouden hebben maar die zich er zo zorgvuldig op zouden toeleggen hun verbeelding daarvan af te wenden dat ze er alleen maar aan zouden denken als de feitelijke noodzaak dat vergde, en de rest van de tijd uitsluitend zouden besteden aan een beschouwing van al wat tevredenheid en vreugde aan hen kan verschaffen, zouden daar niet alleen veel profijt van kunnen trekken door zich op die manier een gezonder oordeel te kunnen vormen over zaken die voor hen van belang zijn […], het lijdt voor mij geen twijfel dat alleen een dergelijke instelling zulke mensen weer gezond zou kunnen maken.”

Woorden om over na te denken. Zijn we niet allemaal mensen geworden die “voortdurend kijken naar voorstellingen van tragedies waarvan alle bedrijven vervuld zijn van onheil”? Eens flink vasten van nieuws kan een bevrijding zijn.

Op het bovenstaande portret door Frans Hals, bewaard in het Louvre, ziet Descartes er bijzonder Gallisch uit. Nu ik eindelijk weer eens zijn boeken ter hand neem, verrast het me dat deze Gallische denker par excellence een groot deel van zijn leven in Holland doorbracht. Het verrast me ook, en het vermaakt me een beetje, dat deze grote rationalistische filosoof graag tot ’s middags in bed lag, om rustig na te denken. En dat hij vervolgens verhuisde naar het hof van de koningin van Zweden, die van hem eiste dat hij haar elke ochtend om 5 uur in de bibliotheek van het paleis zou onderwijzen. Descartes’ gezondheid begaf het, onder dit Spartaanse uurrooster en de koude.

René Descartes en Elisabeth van de Palts, Briefwisseling, ingeleid door R. Gude, vertaald en van een nawoord voorzien door J. Holierhoek, Amsterdam, 2000, p. 65-66.

Apenjaren

Jo Govaerts, Ik dans me weer bijeen, cover

Mijn echte apenjaren moeten nog beginnen, denk ik soms. In afwachting blader ik in Ik dans me weer bijeen, de verzamelde gedichten van Jo Govaerts, en lees op de laatste bladzijde van haar bundel Apenjaren dit schitterende gedicht:

Met elk portret schilderde er zich

een liefde, en elke liefde was als

de studie voor een portret. Mijn ogen

moesten het gezicht wel strelen,

geen geheim bleef onontdekt.

Was het te veel, heb ik naar meer gegrepen

dan er fatsoenlijk in één mensenleven past?

Ik had waar anderen niet hadden gekeken,

en dat ik keek was alles wat ik had.

En wat ik had moest ik ook weer afgeven,

maar in het portret werd er die korte streling

van oog en huid voor altijd vastgelegd.

Het past prachtig bij deze dagen waarin ik het werk van Femmy Otten leer kennen, een kunstenares voor wie het portret naar eigen zeggen de allermooiste kunstvorm is. Maar daarover later meer.

Ik herinner me hoe ik als pas afgestudeerde kunsthistorica de piepjonge Jo Govaerts boeken zag uitkiezen in De Slegte van Leuven, en hoe ik toen bedacht dat zij al gepubliceerd werk had, en dat ik daar stond met lege handen. Later leerden we elkaar kennen en stuurde ze me met de bus naar Krakau en nu hoop ik dat deze verzamelde gedichten maar een tussenhalte zullen blijken te zijn. Op naar een twee-, driemaal zo omvangrijke verzameling!

Ring van licht

Ik leef uit mijn koffer en vergeet boeken mee te nemen van stad naar dorp en omgekeerd. Daarom kan ik niet het hele gedicht citeren, op deze 21ste juni. Maar toch:

La lumière vient d’atteindre son plus beau jour.

Il se fait un anneau bref et scintillant autour des arbres en fleurs.

On n’a pas eu le temps d’être vraiment neuf.

De onlangs overleden Christian Angelet droeg een paar jaar geleden een gedicht voor in boekhandel Passa Porta. Ik luisterde opeens met hart en ziel en prentte de naam van de dichter in mijn geheugen: François Jacqmin. Les saisons. Een bundel, zo merkte ik later, waarvan men zich de aanschaf nooit zal beklagen.

Kleine ontdekking

Zoveel jaren al hangt dit bord in de keuken, een overblijfsel uit stallingen van vroeger. Gisteren bladerde ik hier door een gedigitaliseerde krant uit 1896 (met dank aan de Koninklijke Bibliotheek) en ontdekte de naam van het paard dat deze prijs gewonnen heeft: Nicéphore. Nicéphore werd uit Merxplas naar Tervueren gebracht om de jury te bekoren en daarna hing deze plaquette bij zijn box. Ik ben blij om je naam te leren kennen, Nicéphore. En misschien grazen in de weiden van de omgeving nog nazaten van je.

Stille tijgergenoegens

Om de heruitgave van Oud Papier te vieren, (en het feit dat ik een kwarteeuw schrijver ben), bied ik enkele bijzondere boeken uit mijn verzameling aan via De Slegte in Antwerpen. Derde in de reeks: Litterarische fantasien en kritieken van Conrad Busken Huet, de volledige set in mooie blauwe stofomslag. Een verzekering tegen verveling. Leer P.C. Hooft weer beter kennen dankzij het versje Mijn lieve lichte Leonoor,/ ik en hield u daar niet voor….. Geniet van de omschrijving die Poot bedacht voor zijn drankzucht: natte kelderstuipen. En nu Napoleon herdacht wordt, kunt u nalezen wat Huet vond van de geschriften van Napoleons bekende tegenstandster, Mme de Staël. Nog mooier: hoe las een tijdgenoot de boeken van George Eliot? Tijgergenoegens. Wat anders?

Kleur

Feltre, Chiesa di S. Maria degli Angeli, 2020

“Ella vulde de glazen nog eens met witte en rode wijn. Het licht gleed erdoor en maakte schaduwen van zuivere kleur op het intussen bevlekte damast. Zo was overdag het licht door de glasramen geschoven – nergens waren de kleuren vermengd met zwart of grijs, er was alleen kleur in kleur gezet en op de grijze vloer vielen poelen van goud en wijn en most en zuiver kobalt. In het raam van de pelgrimstocht beklom een mens een bergpad – op de voet gevolgd door een beschermende figuur in een mantel, met gezicht, handen en voeten van licht. Rood en paars tekenden hun beweging en de wereld rondom. Waren zij Tobias en de engel, of Dante en zijn wijze gids in het duistere woud, in de hel, in het vagevuur?

Aan de kleur viel niets toe te voegen. In onze geesten straalden de ramen ver weg in de nacht, gloeide de kerk van binnenuit en wierp zij, een vuurtoren, haar schijnsel over onze gedachten en onze tafel.”

Vandaag droegen wij mijn oom Raph Huet ten grave, in de Sint-Jan-de-Doperkerk in Wortel. Hij maakte in 1994 glasramen voor de kerk van S. Maria degli Angeli in Feltre. Over het feest na de inwijding schreef ik later het verhaal Kleur, opgenomen in De Kunstkamer. Nu ik het herlees, word ik gegrepen door het verlangen om naar Feltre te reizen en de glasramen opnieuw te zien. In de kerk zal ik ook de grafsteen vinden van de opdrachtgever voor deze kunstwerken, de legendarische Don Giulio Perotto.

Huetiana

(Het exemplaar van Europeana)

Om de herdruk van Oud Papier te vieren, verkoop ik enkele bijzondere boeken uit mijn verzameling via De Slegte. Tweede in de reeks: Pierre-Daniel Huet, Huetiana, Parijs, 1722 (eerste druk). Ja, het was leuk om een naamgenoot te ontdekken die een boekje schreef met de titel Huetiana. En later was het nog leuker om later onverwacht zijn grafsteen te vinden in de kerk Saint-Paul in Parijs, en me daar plotseling verankerd te voelen. Het leukste was misschien om te lezen hoe M. Huet zijn naam speels afleidde van de Oud-Griekse titel voor Zeus de Regenbrenger.

Bij het boekje voeg ik een kort essay dat ik ooit voor De Morgen schreef. Hieronder een fragment daaruit.

“Toeval bestaat niet,” beweert een vriend van me, en ik was opnieuw geneigd hem te geloven toen ik op een rek, tussen gelijkende en weinig opvallende banden, een boekje ontdekte van een naamgenoot. Deze naamgenoot leefde tussen 1630 en 1721 in Frankrijk; hij maakte dus zowel de tijd van de Zonnekoning mee als de rococo. De inleiding van het boekje, door de Parijse uitgever Jacques Etienne, beloofde veel goeds. “Als men in overweging wil nemen dat M. Huet eenennegentig jaar geleefd heeft, op enkele dagen na; dat hij zich van in zijn vroegste kindertijd aan de studie wijdde; dat hij bijna altijd geheel kon beschikken over zijn tijd; dat hij bijna altijd een uitstekende gezondheid genoot; dat hij zich bij het opstaan, bij het slapengaan en tijdens de maaltijden liet voorlezen door zijn personeel; dat samengevat, en om zijn eigen uitdrukking te gebruiken, ‘noch het vuur van de jeugd, noch de beslommering van zaken, noch de verscheidenheid aan verplichtingen, noch het gezelschap van zijn gelijken of de last van de maatschappij die ontembare liefde voor geleerdheid heeft kunnen milderen die hem altijd bezeten heeft’; dan denk ik dat men hieruit het besluit kan trekken dat M. Huet van alle mensen die ooit leefden, degene is die het meest gestudeerd heeft.”

Geen wonder dus dat minstens drie Franse families deze bisschop opeisen als een sieraad voor hun stamboom – de duurste kerstbal uit de doos; en allemaal even vruchteloos, vermoed ik, want de kamergeleerde had duidelijk geen behoefte aan nakomelingen (hij werd pas priester op zijn zesenveertigste), en zijn drie zusters konden zijn naam niet doorgeven – zodat het boekje in mijn hand een heel tastbare erfgenaam werd.”

Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot De Slegte in Antwerpen.

Smullende konijntjes

Twee konijntjes zitten
Braafjes op het land,
Knabbelen aan de koolen
Door den boer geplant.

“Lekker”, zegt de dikkerd,
“Malscher zijn er geen,’
“Kom”, antwoordt zijn maatje,
“Proef er nog maar een”.

Spitst er soms een de ooren,
O! Een poosje maar …
Smullende konijntjes
Kennen geen gevaar.

Ze eten tot hun buiksken
Rond is als een ton;
Gaan daarna heel deftig
Slapen in de zon.

(Uit Kinderlust, door Jan Peeters en Floris Jespers, Drukkerij RECLAM, Grote Pieter Potstraat 1, Antwerpen, 1923)