Joe Jackson in De Roma

https___memberdata.s3.amazonaws.com_jo_joejackson_photos_joejackson_photo_gal_37255_photo_295154134

Shout it to me and I’ll shout it to the skies above me… Mijn lieve nicht S. nodigde me uit voor het optreden van Joe Jackson in De Roma. Het werd een mooie avond. Ik herkende versregels die ik sinds mijn tienerjaren niet meer gehoord had en luisterde intens naar nieuwe songs. Taste the bitter turning into sweet, see dross change into gold. Ik onthoud die regel uit Alchemy, want hij druist in tegen de intuïtie en is precies daarom belangrijk.

The Four Decade Tour heet deze tournee. Joe Jackson debuteerde in 1979. Je zou dus een nostalgisch optreden kunnen verwachten. Goddank kwam daar niets van in huis. De heren stonden niet op het podium om te melken en te zaniken over het verleden, maar om een goed opgebouwde, krachtige set te spelen. De afwisseling tussen oud en nieuw werk, harde songs en onthutsende ballads was perfect. En ja, natuurlijk was het fijn om alle cynische regels uit Sunday Papers opnieuw te horen: If you wanna know about the bishop and the actress/ If you wanna know how to be a star/ If you wanna know about the stains on the mattress! Die tekst was goed in de jaren tachtig en is nu nog beter.  Maar evengoed sta ik klaar om naar de platenwinkel te snellen en daar Laughter and Lust en Fool te verwerven. Ik heb wat Joe Jackson in te halen. Dat belooft nog mooie uren.

Op de website van de kunstenaar lees ik dat hij een boek heeft geschreven. A Cure for Gravity. Op dezelfde website lees ik een aantal blogberichten van zijn hand, een rubriek  getiteld What I’m Listening To. Meeslepende beschouwingen over muziek van alle genres, geestig en puntig geformuleerd. Wat een bonus: een topmuzikant ook als schrijver van langere stukken te leren kennen.

 

Meesterwerk in Watervliet

DSC_0484
Meester van Frankfurt, Nood Gods, Watervliet, Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk

“Wie Vlaamse meesters in hun natuurlijke habitat wil bezoeken, rijgt de aangename verrassingen aan elkaar. Na de verliefde Anthony Van Dyck in Zaventem en de ten onrechte vergeten Theodoor Van Loon in Scherpenheuvel, rekende ik niet meer op een even grote ontdekking. Maar toen we het dorpsplein van Watervliet opreden en de gotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk zagen, begonnen we al een en ander te vermoeden. Deze sfeervolle kerk noemt men de kathedraal van het noorden. We begrepen waarom toen de deuren voor ons open zwaaiden en de lichten aangeknipt werden. Een hoogaltaar van Lucas Fayd’Herbe, een subliem orgel, een communiebank vol gebeeldhouwde engelen. Het interieur van deze dorpskerk is wonderbaarlijk rijk. En toen zagen we in de kooromgang een schilderij van absolute museumkwaliteit: de Nood Gods uit het begin van de zestiende eeuw, toegeschreven aan de Meester van Frankfurt. Die noodnaam bedriegt. Deze meester had weinig te maken met Frankfurt, des te meer met Antwerpen. Hij was een collega van Quinten Metsys en stond in het begin van de zestiende eeuw mee aan de wieg van de Antwerpse schilderschool.”

Lees het vervolg in het nieuwe nummer van Openbaar Kunstbezit. Of rij naar Watervliet.

De drie musketiers

MV5BMjI2MjcyODM3MF5BMl5BanBnXkFtZTgwMzkzNjYzMTE@._V1_

Zolang als ik me kan herinneren, behoren de drie musketiers tot mijn helden. (Tel daarbij Cyrano de Bergerac en Michael Strogoff, over wie later meer. ) Uiteraard dankzij de verfilming uit 1973, met Michael York, Oliver Reed, Richard Chamberlain, Frank Finlay en Raquel Welch. Nu ik eindelijk het oorspronkelijke boek van Alexandre Dumas lees, kan ik me weer een helder beeld vormen van vier karakters. (“De drie musketiers waren gek genoeg met vier,” zei een prof kunstgeschiedenis eertijds.) D’ Artagnan, de onstuimige romanticus, Athos, de mysterieuze zwijger, Porthos, de vrolijke opschepper, Aramis, het fijn geschilderd portretje met religieuze neigingen en een rijk geheim leven. Dumas’ boek draait uitsluitend rond de afwikkeling van de plot en is dus, in mijn ogen, saai. Maar trage lectuur brengt ook rust. Ik vertoef graag een paar uur in het gezelschap van de vier en Lodewijk XIII, Anne van Oostenrijk, kardinaal Richelieu en Madame Bonacieux. De klassieke jeugdboeken lezen, dat heeft toch wel wat weg van een jeugdelixir drinken.

“Mais, comme on le sait, ce qui frappe l’esprit capricieux du poète n’est pas toujours ce qui impressionne la masse des lecteurs.”

MV5BNTVhNGY5MTgtMDJhMS00NmY2LTk2YWUtZTUyZjkxODgxZDMyXkEyXkFqcGdeQXVyNzEzMDAyNTI@._V1_SY1000_CR0,0,1333,1000_AL_

Rose

rose-macaulay-1

“Wanneer ik overweeg dat in het normale leven van elke mens, elke dag, hoe kort, lang, droevig of vrolijk ook, getekend door wat voor onthutsende, bizarre of afstotelijke lotgevallen ook, eindigt met naar bed gaan – wanneer ik dat overweeg, vraag ik me af waarom niet iedere dag een blije, hoopvolle en triomfantelijke tocht is naar dit verrukkelijke einddoel; waarom, wanneer de zon zinkt en de avonduren voorbij glijden, onze harten niet opfleuren en jubelen in de zekere hoop op deze horizontale zaligheid. En als deze zaligheid minder vaak voorkwam, zeldzamer en vreemder was, dan zou de heerlijke luxe ervan toch echt een voorrecht van de goden schijnen, boven elke menselijke verdienste verheven.”

Hoe gaat dat, je neemt een boek uit de kast dat daar al een tijdje vergeten stond. Personal Pleasures, van Rose Macaulay. De zesde druk uit 1949. En dan blijkt het fantastisch te zijn. Ik vertaalde hier de eerste alinea van Bed: getting into it (je hebt ook nog deel 2: Bed: not getting out of it).

Gouden jaren

mammette 20001

Mamette behoort tot mijn lievelingsstrips. Deze geestige verhalen over een schattige oude dame in de grootstad weten me keer op keer te ontroeren en te doen glimlachen. Deel 2 is nu in een Nederlandse vertaling verschenen. Prachtig werk van Nob. En van uitgeverij Matsuoka. Zo ben ik dus weer een rolmodel rijker: iemand van 77 jaar.

Drie in de sneeuw

Pieter Bruegel

Zo. De derde druk van Bruegel. De biografie is er. Op tijd voor het Bruegeljaar. En de geboorte valt samen met wintersneeuw. Zoals Bruegel die zo meesterlijk en ontroerend schilderde.

Misschien zou Bruegel het wel prettig gevonden hebben dat deze biografie uitgerekend door een Kempense is geschreven. Ja, iemand uit een van die landelijke dorpen die hij zo graag bezocht. En waar hij ideeën opdeed voor schilderijen.

Nauwkeurigheid is ook belangrijk. De nieuwe datering van Dulle Griet, deze zomer ontdekt in het KIK-IRPA, is meegenomen in de overwegingen.

Ze kunnen samen de wereld in, Bruegel en het kleine boekje met mijn verhaal over mevrouw Bruegel.

de-man-van-haar-leven
De man van haar leven

 

 

Marter in de sneeuw

deiker_jagdbare_tiere_1093220
Steenmarterfamilie, illustratie uit C. F. Deiker, Jagdbare Tiere, 1875

“Daar is geen gevaar in die stilte. Floeres lijf ontspant zich.

En almeteen is daar een nauw merkbare tippeling die zijn neus raakt. Voor zijn ogen wirrelen kleine zwevende stippels, grijs in de donker, en als hij snel de kop naar rechts keert ziet hij ze daar ook, boven op zijn lijf, over het dak, overal. Floere ruikt aan de natte, kleine vlokjes, en schrikt niet. Het komt uit de lucht, het nadert zonder merkbaar teken van goed of kwaad, en het raakt zijn pels zonder dat hij het voelt. Het speelse gewemel voor zijn loerende ogen, dat geen reuk heeft en geen geluid, is zonder gevaar. Floere heeft in de loop van zijn dagen bij iedere tocht dingen ontmoet die hij niet kende, die goed waren of kwaad, die hij moest vermijden of waakzaam benaderen. Floere is nooit verrast geweest over de aard der dingen die moeten zijn, die behoren tot zijn leven en tot zijn jachtgebied en zijn gerijpt instinct zegt hem telkens waar gevaar is of niet. Het sneeuwt.

Op de uiterste rand van het dak, in de ronde deuk van de dakpan, zit Floere, en blikt met zwarte pareloogjes in de donker tussen de wirrelende sneeuwvlokken.”

Ernest Claes, Floere het fluwijn, derde druk, 1961.