Een bronzen schilderskistje

AMVK, I’ll Rob You, diasec, 2017 (Copyright AMVK)

“In 1847 groef Benjamin Fillon in Saint-Médard des Prés, bij de Atlantische kust, onder de forse ‘neus’ van Frankrijk (niet ver verwijderd van La Rochelle, kom, neem Google Maps erbij, of beter nog, hic et nunc uw atlas), een villa en graf op. In de villa bevonden zich resten van muurschilderingen. In het graf rustte het skelet van een vrouw uit de derde eeuw, omringd door de attributen van haar vak: flessen met kleurstoffen, een palet van basalt, een vijzel van albast, stelen van penselen, en een bronzen kistje, onderverdeeld in vakjes, gevuld met gestolde kleuren. Er leefde dus een kunstenares in Saint-Médard des Prés omstreeks het jaar 250. Zij decoreerde de muren van haar woning in de internationale stijl van toen, er bleven nogal wat fragmenten over met zeepaarden, algenslingers en tritonen. De nabijheid van de Atlantische Oceaan speelde een rol. En deze kunstenares was duidelijk trots op haar werk. Had ze het vak geleerd in Rome zelf, misschien via een Griekse leermeester(es)?”

AMVK, Paula Rego, Femmy Otten, dat zijn de kunstenaressen die me de afgelopen jaren inspireerden. Het werk van AMVK begeleidt me al jaren, Paula Rego en Femmy Otten leerde ik recenter kennen. Op de website Hic et nunc speur ik naar een verre voorgangster van deze vrouwelijke meesters, een Gallo-Romeinse van wie wij helaas de naam niet kennen. Lees het vervolg hier.

Met Bruegel naar Anderlecht

Erasmushuis, Anderlecht (Bron: Wikimedia Commons)

Geamuseerd herlees ik het hoofdstuk dat ik vijfentwintig jaar geleden wijdde aan het Erasmushuis in Belgisch museumboek. “In het Erasmushuis heerst helderheid. Bij elk bezoek treft men er Italianen aan, diep onder de indruk van glas-in-lood en lichtgroen-donkergoud Corduaans leder, vol bewondering voor de vérreikende invloed van de humanist der humanisten – tenslotte hebben zij de discipline uitgevonden.” En al ontwaarde ik er toen “Bruegeliaanse mannetjes” in een aquarel van Charles Michel, ik kon niet bevroeden dat ik er een kwarteeuw later zou uitgenodigd worden om te spreken over Bruegel zelf.

Conversatie over Bruegel. La biographie, met uitgeefster Christine De Naeyer, vertaalster Marie Hooghe en filosoof Jean-Claude Encalado. Donderdag 25 november om 20 u.

In de ster

Met koolmezen moet je snel zijn. Goed kadreren lukte niet helemaal, maar de nieuwe voedselbollen zorgden wel voor veel verkennende vogels in de ster. Niet alleen mezen, overigens, zo licht dat ze ook op de stengels van de uitgebloeide agapanthus kunnen rusten; eveneens roodborstjes en boomklevers.

En de bloemen dromen

Uit: Herfstbladen, tekeningen van Corina, Versjes van F. Rens. De kinderen in dit boekje vingen al appels in hun schort, plukten bramen, verzamelden beukennootjes en kastanjes en bewonderden heksenkringen en de vlucht van trekvogels.

Zie de blaadjes vrolijk dansen/ door de lucht in wijde kransen./ Zwierig door de wind gedragen/ Komen ze elkander vragen/ Om te dansen.

Expo, Jacky, chrysant

Is dit wat ze rouwarbeid noemen? Spontaan begon ik mijn vaders boekenkast te herschikken. En ontdekte ik zoveel kleine zaken, die belangrijk voor hem waren. Jacky Ickx, Jochen Rindt, hoe dikwijls heb ik die namen gehoord. Mijn moeder die flauwviel op het circuit van Zolder, of was het Spa-Francorchamps? En dan dat kleine asbakje, de vreugde van het roken, de vreugde van de Expo ’58, de vreugde van 23 jaar oud zijn en met de rode Imperia van een vriend naar Brussel rijden, meermaals.

Zon in november

Paddenstoeltjes aan de voet van de dode treurwilg. De laatste roos van Leonardo da Vinci. En het genot om een blad van een tulpenboom op de tip van je laars te vangen.

Het is zacht wandelen op een diepe laag van gevallen bladeren. Aan het tuinwerk denk ik nu maar even niet, Bruegel in Brussel gaat voor.

Van Schelde naar Zenne

Zaterdag verhuis ik met Bruegel “van Schelde naar Zenne”. Mijn boek wordt tweetalig, zoals Bruegel ongetwijfeld ook was. De schrijfster, de vertaalster en de uitgeefster hebben hier hard aan gewerkt. Het resultaat is een boek dat nu beantwoordt aan een belangrijke stelregel van de grote kunsthistoricus Ernst Gombrich, zoals hij die verwoordde in Eeuwige schoonheid: elk kunstwerk dat besproken wordt, ook van andere meesters, is afgebeeld. Een gesprek met de Brusselse historici Claire Billen en Roel Jacobs rondt de presentatie af.

Bruegel in Brussel – opeens deinen er flarden van het lied van Wannes Van de Velde door mijn hoofd. Wees welkom.