Zomer

Ik kreeg een mooi, dun boek cadeau. De schrijver vertelt over zijn observatie van een kraai, tijdens de zomer; ergens in het noorden van Nederland, bij de zee.

“Een zware geur van overrijpe vruchten.

Het hart van de zomer.

Een warm strand dat ’s nachts niet meer afkoelt.

Het binnenst van een vrucht.

Het zoemen van een wesp.

Het water staat bruin en stil in de sloten.

Er is een ijshoorntje op het plaveisel van de boulevard gevallen. De geur van vanille die daar nog dagen van de warme stenen komt.

Tussen toen en nu een leven, in een oogwenk door de geur overbrugd.

Het hart van de zomer, welke kant je ook oploopt, vooruit, achteruit, naar links, rechts, je loopt de zomer in.

De geluiden staan op zich en leggen het af tegen de hitte.

Het zoemen van de insecten onder de fruitbomen.

Jouw stille zwarte vlucht.”

Vroeg of laat word je op het platteland een geduldige waarnemer.

Opneming

Het moet niet altijd Rubens zijn, al bezit de kathedraal van Antwerpen wel een magnifieke Tenhemelopneming van zijn hand. Vandaag heb ik heimwee naar Titiaans Tenhemelopneming van Maria in de S. Maria Gloriosa dei Frari in Venetië. Een schilderij dat Rubens ter plaatse zag en bewonderde. En een paar honderd jaar later zag ik het daar ook. Een verre herinnering. We vieren Moederdag in de provincie Antwerpen. Mijn moeder en ik gaan wandelen, een blokje om in laf weer, maar het waait toch zacht. En ik steek een kaars aan in het kapelletje dat bij mijn moeders huis hoort. Het kapelletje is al meer dan honderd jaar toegewijd aan de Stella Maris, de leid-ster op zee. Laat haar de mensen die moedig zwalpen op de zee der vergetelheid naar een goede haven leiden. Is dat een troostende gedachte?

Vrouwen, misschien

Ik kijk de drukproef na van mijn bloemlezing uit het werk van Maurice Gilliams. De teksten zijn zorgvuldig gelezen en gekozen, om een geheel te vormen en een uitzicht te bieden op zijn belangrijkste thema’s, zijn mooiste regels, zijn sterkste gedichten. Toch ontsnappen er altijd bijzondere dingen. Een fragment kon om allerlei redenen niet opgenomen worden, maar ik kan het niet vergeten. Hij heeft het over vrouwen in de schilderijen van Henri de Braekeleer en herinnert zich arme vrouwen die hij zag in zijn jeugd, aan het begin van de twintigste eeuw in Antwerpen.

“Het zijn als ongehuwde naaisters die indertijd bij klanten aan huis gingen werken en uit andermans afgedragen kleren hun eigen japonnen maakten, maar die zeer proper, zeer arm waren. Zij wonen op achterkamers met het gezicht op oude daken en een kerk, de huishuur angstigzuinig en secuur met koperen centen, met halve en hele stuivers in een koffiekopje bij elkaar gespaard. Ze zijn vrouwen, misschien, omdat men ze als zodanig aan hun kleren herkennen moet, zonder lokstem en zonder bij tijden met de onrustige wankelmoedigheid van hun sexe te zijn behept.” O, die armoede, die huishuur in een koffiekopje, dat discrete, treurige leven.

Première

Van op het balkon zag ik hoe de regisseur zijn acteurs nog even moed insprak voor de eerste voorstelling….

en al heel snel daarna ontmoetten Banquo en Macbeth drie akelig charmante heksen. De toeschouwers zaten de hele avond op het puntje van hun stoel. Sinds de gouden bruiloft van mijn ouders in 2015 is er niet meer zoveel feestvreugde in de tuin geweest.

Roemers en kronen

Roemers en kronen voor Macbeth en de zijnen in de garage. Op de achtergrond mijn vaders geliefde affiches voor vliegshows, en de Keukenkast van het Belgische Geluk (een winterbezigheid van schrijfster dezes). De wc’s zijn gepoetst, het onkruid is gemaaid, en vanavond vindt de generale repetitie plaats. Ik ben slechts een toeschouwer en ik word al nerveus, wat zal het dan voor de acteurs en de technici zijn?

Technieken

De zwaardvechters in Macbeth oefenen hun “theatrale gevechtstechnieken”onder leiding van een zwierige instructrice. De training lijkt op een kruising tussen klassiek ballet en tai chi. Het valt nog mee wanneer je al doende geen vijfvoetige jamben moet debiteren…. De tuin heeft al bijzondere dingen meegemaakt, maar nog geen zwaardgevechten, voor zover ik weet.

Na de asperges

Ik kreeg een bussel asperges cadeau en haalde blij de bijpassende schotel uit de kast. Het werd een bereiding à la flamande, maar met mosterdvinaigrette in plaats van boter. Van die vinaigrette is nog wat overgebleven, de rest verdween in hongerige magen. Voorts rezen er vragen. Wie schilderde er toch die beroemde bussel asperges, was dat Manet? En Jean-Baptiste Chardin en Giovanna Garzoni, waagden die er zich niet aan? (O Giovanna, die het delicate licht als het ware van binnen uit de vruchten laat schijnen!) En waarom ben ik altijd aangetrokken tot oude zaken, zoals serviesgoed van bij de brocanteur of van de rommelmarkt?

Voor het onweer

Het overtrekt. Ik gebruik die uitdrukking zelf en ik hoor ze in mijn hoofd ook uitspreken door mijn ouders, grootouders. De vogels verstommen. Het wordt frisser. Maar er is nog tijd om even de tuin in te glippen en enkele bloemen te verzamelen, voordat het onweer ze neerslaat.

Burcht

Langzaam maar zeker verrijst in de tuin een Schotse burcht. De decorbouwers doen aan re- en upcyclen: restanten van deurenkomedies zullen opnieuw dienen in de tragedie van Macbeth. Kinderen kwamen langs om het vers geschaafde hout met verf te bespatten, omdat het er anders “te proper” zou uitzien. Ze amuseerden zich zoals ik me als kind amuseerde in vervlogen zomers, rondhollend, gieters vullend, roepend en lachend. En daarna gingen ze vast en zeker met hun grootmoeder een ijsje eten. Een goed bestede middag.