Pucci, de monarch van motieven

Emilio-Pucci-Florence

Soms kunnen een paar foto’s van het internet wonderlijk veel heimwee opwekken. Emilio Pucci en een model in het Palazzo Pucci (ooit kende ik iemand die daar een appartement had gevonden), en modellen in Pucci’s ontwerpen tegen de achtergrond van de bekendste koepel ter wereld. Prince of prints wordt Pucci ook wel genoemd, de monarch van motieven. Ook een goeie eretitel voor schrijvers en componisten, bedenk ik nu. En ik zucht.

emilio pucci

De huidige hertog

After Jean-Baptiste van Loo [Public domain], via Wikimedia CommonsVoor Rekto:verso schreef ik een brief aan de huidige hertog in mijn leven, Louis de Rouvroy, alias Saint-Simon. Over je thuis voelen in de wereld en historisch perspectief – de twee hangen samen. En met mijn Pléiade-delen om me heen belijd ik vandaag mijn sympathie voor Frankrijk.

Deux chevaux

eend

Ik leen een foto van de mooie blog Deux femmes. Twee dames bij een eend, een geit, een deux-chevaux.  Hoe houd ik van die auto met zijn oprolbare dak en opklapbare raampjes. In mijn jeugdherinneringen wel bestuurd door aanzienlijk slankere vrouwen. Ha, de aanblik van de armband rond hun dunne pols wanneer ze de mooie versnellingspook onversaagd en bekwaam hanteerden en ons, kinderen, naar pretparken en ijssalons brachten.

Emoticon

emoticon

Rekto:verso maakte van zijn jubileumnummer een Groot Emoticon en vroeg schrijvers om een emotie uit te kiezen en daarover te schrijven. Het levert heel wat inzicht op. Ik mocht meedoen en koos voor het eerst in mijn leven Fierheid. (Ongetwijfeld het snoetje met zonnebril hierboven.)

“Ik ben dit nieuwe gevoel nog maar net aan het verkennen. Sereniteit. Een soort vreugde, om tot een cultuur te mogen behoren die bepaalde zaken heeft voortgebracht. De humor van Jane Austen. De verfijning en originaliteit van Virginia Woolf. De vieve stijl van Betje Wolff en Aagje Deken. De geraffineerde vondsten van Vladimir Nabokov.”

(Her-)ontdek emoties op de website van Rekto:verso, van Ezelgevoel tot Zelfwantrouwen!

Perspectief

images (1)
Francis Fukuyama

Ik lees het veelbesproken boek van Francis Fukuyama, Het einde van de Geschiedenis uit 1992. En wat staat daar op bladzijde 328?

“Het is redelijk om je af te vragen of alle mensen zullen geloven dat de strijd en offers die mogelijk zijn in een zelfgenoegzame en voorspoedige liberale democratie volstaan om het hoogste in een mens wakker te roepen. Want zijn er geen reservoirs van idealisme die niet uitgeput kunnen worden – ja, die zelfs niet aangeboord worden – als men een vastgoedontwikkelaar wordt zoals Donald Trump, of een bergbeklimmer zoals Reinhold Meissner, of een politicus zoals George Bush? Hoewel het in vele opzichten moeilijk is om deze individuen te zijn, en hoewel zij veel erkenning genieten, zijn hun levens niet de moeilijkste en de doelen die zij dienen zijn niet de belangrijkste en rechtvaardigste. En zolang ze dat niet zijn, zal de horizon van menselijke mogelijkheden die zij aflijnen niet volstaan voor de meest thymotische (trotse? zelfbewuste?) temperamenten.”

Kijk eens aan. Heeft Donald Trump dit gelezen en besloot hij alvast naar iets hogers te streven dan naar het loutere statuut van vastgoedontwikkelaar? Ook al was dat hogere dan slechts het statuut van politicus? In 2017 weten we al meer, maar nog lang niet voldoende.

In elk geval, ik vind het boeiend om eens iets van een pure hedendaagse Hegeliaan te lezen, ik wist niet eens dat er nog zulke Hegelianen bestonden. Vrijdag heb ik het in het Letterenhuis over het belang van non-fictie. Het non-fictieboek van Francis Fukuyama heeft alvast invloed uitgeoefend op de recente geschiedenis.

sed lex

cover-brochure-MHS2017-209x305
Palmzondag morgen, en het verhaal van die hele Palmzondag is een voorbeeld als een ander van de onrechtvaardigheid van de wereld. Een goed ogenblik dus om te spreken over Een zucht van verlichting, de creatie van Willem Ceuleers en Ensemble Utopia ter gelegenheid van het festival Op.Recht.Mechelen. Vanaf 11 uur in CC Mechelen, Minderbroedersgang 5. Wees welkom.

Een fragment uit mijn libretto:

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.

Vrienden, deze stad, een partituur van torens,
ligt in haar muren als een heilige in zijn schrijn,
onder een uitspansel van aquamarijn,
Zoals onze geroemde verluchters die schilderen
met duur pigment. Het is zomer,
in een al bij al behoorlijk jaar des Heren,
Vijftienhonderd zeven vijftig.
Natuurlijk is het ergens oorlog,
het is altijd oorlog in de zomer;
maar niet dichtbij, en onze veeltalige diplomaten
doen fezelend hun vredeswerk. 

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.

’s Avonds bij kaarslicht schittert in sommige huizen
Gouddraad in de tapijten, die vertellen van Hercules en Scipio,
En fruit en kaas sieren de tafels waaraan heren discussiëren
Over Erasmus en Luther terwijl, op een buffet het zilver glanst,
Meer als symbool dan als brute valuta.

Zij zijn als wij en wij zijn als zij.