Vlaamse meesters in situ

Insitu,jpg

Ik stapte in Brussel even de Begijnhofkerk in, om het barokke altaarstuk van Theodoor Van Loon te zien. Een trap laat je toe om op ooghoogte te komen met de heiligen, een touchscreen biedt uitleg over kunstwerk en locatie, een bankje biedt rust en Peter de Cupere creëerde een geur voor de site, die je omgeeft wanneer je op het witte bidbankje voor het altaar knielt. Dit laatste vergat ik te doen, dus ik wandel binnenkort weer even terug.

“Van Loon, die net als Rubens erg onder de indruk was van Caravaggio, componeerde hier een symfonie van personages die er tegelijkertijd aards en verheerlijkt uitzien, met hun stralende minzame gezichten en mooie jonge handen. Die bijzondere combinatie van realisme en stilering is Van Loons handelsmerk. Zijn heiligen zien eruit als vrouwen die je op straat zou kunnen tegenkomen, maar dan op hun allerbest. De hemel lijkt in zijn werk op een plaats waar we vertrouwde gezichten kunnen zien.” Aldus mijn verslag in Openbaar Kunstbezit.

Tegenover de kerk ligt het onvolprezen antiquariaat Het ivoren aapje. En daar trof ik een eerste druk aan van Virginia Woolfs dagboeken. Wat kun je eigenlijk nog meer wensen?

 

Nieuwe traditie

DSC_0371[1]De adventskrans is al bij al een nieuwe traditie, die ik dank aan een vriendin. Elk jaar maakten we samen kransen, intussen theedrinkend en naar Elvis, Bowie en Crosby luisterend. Nu revalideert zij. Ik sneed dennentakken, klimop en hulst af in mijn ouders tuin (met mijn rubberlaarzen door een dik tapijt van natte bladeren wadend) en ging vervolgens aan de slag met lint, touw en groene ijzerdraad. Begeleid door Aimee Mann en Dionne Warwick. Van de drie die ik maakte beviel deze minimale me uiteindelijk het beste, vanwege de schaduwen.

Vermaak voor koningen

46511028_1684773411626569_3327039829652275200_n
Aline Hopchet en Willem Ceuleers tijdens een repetitie

Het is een vermaak voor koningen, stelde ik zaterdagavond vast in het Vleeshuis. Een concert bijwonen, muzikanten horen en zien, plus het mirakel om woorden die ik schreef plotseling te horen zingen. Rubens verklankt. In de radicale underground scene van early music. Dank aan Willem Ceuleers, Aline Hopchet, Kensuke Taira en François Aubinet van Cannamella.

Rubens: spion

RUBENS-Peter-Paul-Rubens-Portret-van-Filips-IV-Museum-de-Hermitage
P.P. Rubens, Filips IV, 1628-1629, Hermitage, Petersburg

 

De jonge koning van Spanje poseert voor mij in zijn paleis.

Ik speel met licht, maak hem wat blonder, wat blanker,

Schouders wat breder, taille wat slanker.

Zijn Habsburgse lip en kin

Lijn ik wat af, bind ik wat in

Tot puur symbool, krachtig en wijs.

Zijn onzekere, vragende blik

Verheerlijk en transformeer ik

Met een stipje van wit, een toets van blauwgrijs.

 

Willem Ceuleers componeerde en ik schreef het libretto van Rubens: spion. De barokmeester schilderde niet alleen, hij reisde ook naar de hoven van Madrid en Londen om een vredesverdrag voor te bereiden, dat er gekomen is. In deze Brexittijden zouden we zijn diplomatiek talent opnieuw kunnen gebruiken.

Rubens: spion wordt vertolkt door ensemble Cannamella op 24 november in het Vleeshuis te Antwerpen, om 20 uur. Meer info op http://www.earlymusic.be.

Dull Margaret

dull_SX360_QL80_TTD_

Tjonge jonge. Dull Margaret, een graphic novel (novelle in prenten?) gebaseerd op Bruegels Dulle Griet, is zowat het somberste verhaal dat ik de afgelopen weken onder ogen kreeg. Griet trekt ten oorlog in de hel, Margaret vangt palingen in een moeras. Wanneer ze in de stad haar vangst heeft verkocht, wordt ze beroofd. Terug naar het slijk en de kou. In haar groezelige hut brouwt ze ten einde raad een toverdrank, om van de duistere heer van deze wereld liefde én geld los te krijgen.

Het verhaal heeft niets te maken met de gangbare interpretaties van Dulle Griet. Als Bruegels schilderij en Dull Margaret iets gemeen hebben, dan is het wel een soort harde humor. Margaret vist het lijk van een gehangene op uit het water en mompelt: “You’ve been through the wars a bit, haven’t you?” Dat vind ik grappig. Tijdens een van haar manische monologen flapt ze eruit: “I think it’s fair to say that the marshes are an acquired taste.” Van wonen in een moeras moet je langzaam leren houden. Ja, dat zal wel.

Wel, net zoals je deernis kunt voelen met Dulle Griet, kun je dat voor Margaret. Mooi werk van acteur Jim Broadbent en tekenaar Dix. “Ik hou van het beeld van die sterke, intense vrouw die vastberaden door het landschap struint,” zei Broadbent over Bruegels schilderij. Dat heeft hij goed gezien en gezegd.

Dull-Margaret-S3
Dull Margaret raadpleegt een toverboek

 

Jac. P. Thijsse

71ca7dba-1e65-4abd-ac38-a463e29d7fdb

“Sommige menschen beweren, dat ze van den herfst houden, omdat er dan zoo’n aandoenlijk weemoedige stemming heerscht bij het scheiden van het jaar en bij het ingaan van de winterrust. Ze hebben dat gevoel afgekeken van, of ze worden er in versterkt door tal van dichters die dan de natuur laten sterven, de boomen laten weenen, de trekvogels een droevig afscheidslied laten aanheffen en alles doodsch en stil en stom laten zijn. Ik ben er wel benieuwd naar, of de menschheid zich ooit van dit afspraakje zal leeren losmaken. Het wordt hoog tijd. Duizend jaar geleden kon het er nog mee door, want toen bracht de winter aan de menschen velerlei ongerief, maar dan ook alleen aan de menschen. De planten of dieren hadden er weinig of geen last van en voor velen is de herfst niet anders dan een tijdperk van nieuwe blijde inspanning, van welzijn, ontwikkeling en vooruitgang.

We moeten den vogelstrek niet beschouwen als een noodtoestand, als een vlucht voor nijpend gevaar, maar als een frissche jolige onderneming, die op dat oogenblik te pas komt.Wanneer onze broedvogels, nachtegalen zoowel als kieviten ons land verlaten, dan is er nog in het geheel geen gebrek aan voedsel of onderkomen en ze worden ook niet verjaagd door nieuw aangekomenen. We weten niet precies, waarom ze weg gaan, maar stellig gaan ze niet uit gebrek noch met weemoed. Iets anders is het wanneer in zeldzame gevallen de winter opeens veel strenger wordt. Dan kan er zooals in 1917 en 1929 gebleken is, ontzettend door de vogels en ook door sommige planten worden geleden. Doch daar heeft de herfst geen deel aan en daarom blijf ik den herfst beschouwen als een buitengewoon prettigen tijd, waarin aardige opgewekte dingen gebeuren en één daarvan is de vogeltrek, die ons zooveel aardige gasten brengt.”

Van boeken van Jac P. Thijsse fleur je op. En je leert meteen dat onze arme soldaten in de loopgraven ook nog een bijzonder harde winter te verduren kregen. In het neutrale Nederland bleef iemand echter de vogels gadeslaan.

Jac. P. Thijsse, Nederlandsche vogels (met gekleurde platen van Sjoerd Kuperus), Zwolle, 1934.

Jeanne-Marie

DSC_0138Een dierbare vriendin belandde in Gasthuisberg en dat bepaalde augustus. September. Oktober. Op de rommelmarkt vond ik een kinderboek over Parijs dat ze erg mooi zal vinden, geschreven en geïllustreerd door Françoise Seignobosc. Jeanne-Marie in Gay Paris. Ja, die titel zullen we samen ook grappig vinden. Ze heeft me mooie buurten van Parijs leren kennen. O, de witte perziken die we kochten bij Hédiard! Daarom deze tekening, van zaken die ik soms mis. Groene houten kisten vol boeken, langs de oevers van de Seine.

Françoise, Jeanne-Marie in Gay Paris, Charles Scribner’s Sons, New York, 1956.