Het duifje en de berin

Retabel

“Eeuwenlang vereerde men Sint-Columba om genezing te bekomen voor hoofdpijn, oogkwalen of om regen te verkrijgen in tijden van droogte. In Deerlijk wendde men zich in de achttiende eeuw tot Columba voor allerhande kwetsuren, een handige passe-partoutomschrijving van menselijk leed. Pelgrims die op het altaar een retabel zagen in felle kleuren, met sprekende afbeeldingen van voorvallen uit het leven van de heilige, hadden geen woorden nodig om te begrijpen waarover het ging. Je kunt een retabel ook een stripverhaal van eikenhout noemen. Of de Deerlijkse gelovigen wisten dat ze een typisch Frankische heilige voor zich hadden, met tal van Romaanse heiligdommen in Frankrijk én Spanje, is een andere zaak. Nog minder zullen ze beseft hebben dat hun retabel het enige kunstwerk is waarin de hele levensloop van de heilige af te lezen valt. De verering van Columba in Spanje, tijdens de jaren van Arabische heerschappij, leidde overigens tot een levendige literatuur over Columba in het Arabisch. Dankzij Columba is Deerlijk dus verbonden met een zeer vroege periode van de Europese geschiedenis.”

Voor OKV reisde ik naar Deerlijk, om het zestiende-eeuwse Sint-Columbaretabel in situ te zien. Een heilige uit de derde eeuw die beschermd werd door een berin en wier feestdag valt op 31 december? Ze past bij het feestseizoen.

Villanelle

Citadel

Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Door de hoge groene koelte van mijn bos
Want mij verlokt, mij trekt de stad.
Mijn egel zegt, op ’t asfalt sloeg ik rad,
Schampte weg van staal. Je kùnt er jagen, zegt mijn vos.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Niet! schreeuwt mijn buizerd. Hij gaat prat
Op wijde vlucht in ’t lege zwerk. Mijdt de kolos.
Maar mij verlokt, mij trekt de stad.
’s Nachts zie ik aan de einder ’t hoog karaat
Van haar licht. Ik eet de laatste braam, streel ’t laatste mos
En volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Weldra dan diesel, donut, lipgloss, jazz, het holle vat
Of diepe wijn? Ogen en monden, zoete blos, veelvoud van gros.
O, mij verlokt, mij trekt de stad.
Misschien keer ik nooit weer naar wat ik had.
Misschien wordt amour fou een total loss.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Want mij verlokt, mij trekt de stad.

Verjaardag alweer

tuin04
Museum Rockoxhuis, Binnentuin

“Blijft er iets van mensen bewaard op een plek waarvan ze hebben gehouden? Het is een favoriete magische gedachte. Nicolaas Rockox en Adriana Perez hebben geluk: hun geesten zouden vandaag opnieuw De Gulden Rinck kunnen bezoeken en er verschillende kunstwerken aantreffen die hun dierbaar zijn geweest, ze zouden zelfs opnieuw in hun stadstuintje kunnen wandelen en de bloemen zien die mijnheer Peiresc heeft gestuurd.”

Op 14 december 1560 kwam Nicolaas Rockox ter wereld in de Keizerstraat. Hij bleef er zijn hele leven wonen. In februari heropent het mooie museum zijn deuren.

L. Huet en J. Grieten, Nicolaas Rockox 1560-1640. Burgemeester van de gouden eeuw, Antwerpen-Amsterdam, 2de druk, 2011, p. 339-340.

Kyrene

dans

Het blijft gek om te ervaren hoe een gedicht van iemand uit de vierde eeuw je aanspreekt, ja zelfs opbeurt. Maar dat is natuurlijk het wonder van het lezen.

Giet weldadige genade
van een windstil leven uit,
dat noch gebrek mijn huis bereikt
noch de rampspoed van de overvloed.

Houd mijn lichaam vrij van ziekten,
van de chaos van de passies,
houd mijn leven vrij van zorgen
die een last zijn voor het brein,
dat geen zware aardse blindheid
de opvlucht van mijn denken fnuikt.

“De rampspoed van de overvloed”: niet echt een begrip dat je in neoliberale tijden vaak tegenkomt.
Vijfde hymne, in Synesios van Kyrene, Dans die het heelal omkranst, vertaald en toegelicht door P. Gerbrandy, 2016 (Monobiblos, 3), p. 71-72.

Dierbare nagedachtenis

yourcenar

Ik ben eraan gehecht, aan het omslag van mijn trouwe Yourcenarpocket.

“Voor ik uit Brussel wegging, was ik mijn opwachting gaan maken bij de Bruegels uit het Museum voor Schone Kunsten. De schemering van een grijze novembermiddag omhulde al De volkstelling te Bethlehem en zijn over de sneeuw verspreide volgzame dorpers, De val van de opstandige engelen, de laatsten met hun onmenselijke muilen, De val van Icarus uit de hemel terwijl een boer die in dit eerste vliegtuigongeluk niet geïnteresseerd is gewoon doorgaat met ploegen. ”

Een van de stukjes die ik morgen voorlees, tijdens de hommage aan Yourcenar in Passa Porta. Wie de feestelijkheid niet kan bijwonen, kan meekijken dankzij de livestream van het cultuurhuis.