Keerpunt jaarmarkt

jaarmarkt2016

Piramide te paard

Zes ruiters op drie paarden. Van stal de Muze, hoorde ik. Mooie naam. De Leuvense jaarmarkt is het keerpunt van het jaar, de omschakeling van zomerse rust naar nieuwe plannen. De jaarmarkt betekent rondslenteren met een vriendin, een hamburger eten op het Sint-Jacobsplein, de gevlochten manen van de paarden en de wimpers van de biggen bewonderen. En de begonia’s in het bloementapijt semiotisch ontleden, van op de trappen van het stadhuis. O ja, vijfhonderd jaar geleden rolde hier in deze Laaglandse universiteitsstad Thomas Mores Utopia van de persen: het beroemde fantasyboek over de ideale samenleving. En dat gaan we vieren.

bloementapijt_2016-1

Thomas More als bloementapijt (foto Het Nieuwsblad)

Die begonia’s zijn alvast een geschikt eerbetoon. More schreef toch: “De tuinen zijn iets heel belangrijks voor de Utopiërs; zij kweken er druiven, vruchten, planten en bloemen, zó mooi en zó goed verzorgd, de vruchtbomen zo rijkdragend en de siertuinen zo smaakvol als ik het nooit ergens heb gezien. Dat komt niet alleen door de liefhebberij die zij in het tuinieren hebben, maar ook door de onderlinge wedijver tussen de straten: wie de mooiste tuin heeft.”

Thomas More, Utopia, vertaald door Marie H. Van der Zeyde, Amsterdam, 2007, p. 89-90.

De koning verliefd

Philippe de Champaigne, Lodewijk XIII gekroond door de overwinning, Parijs, Louvre

Philippe de Champaigne, Lodewijk XIII gekroond door de overwinning, Parijs, Louvre

De Koning was werkelijk verliefd op mejuffrouw d’Hautefort. Hij ging vaker naar de Koningin omwille van haar, en hij sprak daar voortdurend met haar. Hij had het ook voortdurend over haar met mijn vader, die duidelijk zag hoezeer hij door haar betoverd was. Mijn vader was jong en galant, en hij begreep niet dat een koning zo verliefd kon zijn, zo weinig in staat om het te verbergen, en dan toch niet verder ging. Hij dacht dat dit schuchterheid was. Toen de Koning op een dag weer vol passie sprak over dit meisje, toonde mijn vader de verbazing die ik hierboven uitlegde, en stelde voor om te bemiddelen en de zaak alras te beklinken. De Koning liet hem uitspreken en nam toen een strenge houding aan: “Het is waar, zei hij, dat ik verliefd op haar ben, dat ik het voel, dat ik haar opzoek, dat ik graag over haar praat en nog meer aan haar denk; het is ook waar dat dit alles in mij gebeurt zonder dat ik het kan beletten, omdat ik een man ben en zwak ben; maar naarmate mijn rol als koning me meer mogelijkheden biedt om mijn doel te bereiken dan een ander, des te meer moet ik op mijn hoede zijn voor het schandaal en de zonde. Ik vergeef u deze keer uw jeugdige onbesuisdheid: maar doe me nooit meer dergelijke voorstellen indien u mijn genegenheid wilt behouden.” Dit was voor mijn vader een donderslag bij heldere hemel, de schellen vielen hem van de ogen, het idee van de schuchterheid van de Koning in de liefde verzwond in de glans van zijn zuivere, triomfantelijke deugd.

De historicus Saint-Simon over zijn vader en over Lodewijk XIII van Frankrijk.

Saint-Simon, Mémoires (1691-1701), deel I, Pléiade, p. 65.

Prudens

verhuisd

Hij doet me lachen, Prudens Van Duyse. En dat had ik niet verwacht, van een dichter uit de negentiende eeuw.

Hoe meer, hoe min

Ik las zeer veel voordezen,
Als ik tien boeken had: ik las dan als een klerk.
Maar mijne boeken te schikken, geeft me nu zooveel werk,
Dat ik den tijd niet heb om te lezen.

(Uit Rijminvallen, nr. 71)

Naamdag

magdalena

Dankzij toevallig teruggevonden brieven van mijn betovergrootvader leerde ik een paar jaar geleden dat het geen slecht idee is om je naamdag te vieren. Een tweede verjaardag als het ware, zonder dat je ouder wordt. Vandaag dus. Dit schilderij, van de hand van een onbekende meester  in Brussel omstreeks 1525 en bewaard in de National Gallery, is mooi genoeg, maar het past ook bij het nieuws uit München vanavond. En wie weet hoeveel zomer-, herfst- en winternieuws nog.

Wiske I

stripmuseumTer gelegenheid van de nationale feestdag hield Koningin Wiske I van Amoras, intussen al zeventig jaar op de troon, een toespraak in het heerlijke Brusselse stripmuseum. Hier neemt ze voor de laatste keer haar tekst door, op het balkonnetje naast de grote zaal. Waar gelukkig Schanulleke de wacht houdt.

Een fragment uit de toespraak:

‘Lieve landgenoten op Amoras, ter gelegenheid van mijn zeventigste jaar op de troon wil ik jullie graag herinneren aan een andere uitspraak van Willy Vandersteen: “Ik doe allerlei dingen die ik graag doe. Van die drang om te creëren kom ik nooit af.” Daar kunnen wij elke dag een voorbeeld aan nemen. Net als de rest van de wereld ontwikkelt Amoras zich nu tot een diensteneconomie – dat wil zeggen dat we diensten voor elkaar bedenken en daar ons brood mee verdienen. Het nadeel daarvan kan zijn dat we allemaal elkaars lakeien worden zonder ooit in vaste dienst te komen. En we mogen ons door al die diensten en al die service niet in slaap laten wiegen. Niemand kan u de dienst bewijzen om tegen betaling uw creatieve voldoening in uw plaats te voelen. Nee, de dingen die u graag doet, moet u zélf doen, en om van de creatieve voldoening te blijven genieten, kunt u niets beters doen dan zelf de handen uit de mouwen te steken. Zorg voor uw eigen amusement! Of u nu tekent of schrijft, tuiniert of kookt, u moet aan de slag blijven, en zodoende bijleren en heerlijke dingen ontwikkelen. Alleen zo, lieve landgenoten, blijft u lekkere nieuwe pralines bedenken en uitvindingen doen en nieuwe avonturen verzinnen voor al die fantastische stripfiguren. Ik brand van nieuwsgierigheid om te zien welke mooie scheppingen jullie nog zullen maken! Alleen door creatief te blijven tonen we onze dankbaarheid, ik voor mijn eeuwige jeugd en voor het lot dat me hierheen bracht; en u, voor uw eeuwige toekomst en al uw mogelijkheden om de wereld beter te maken. Lieve landgenoten, ik zou graag besluiten met mijn eigen lijfspreuk, die me al dikwijls geholpen heeft wanneer het nijpt. Onthoud altijd, bij regen of zonneschijn: Mooi en dapper, dat gaat rapper. Zeg dat koningin Wiske I het gezegd heeft.’

stripmuseum 2

Onder het wakend oog van Schanulleke

Et la version francophone:

‘Chers compatriotes d’Amphoria, à l’occasion du septantième anniversaire de mon règne, je souhaiterais vous rappeler une autre déclaration de Willy Vandersteen: « Je fais toute sorte de choses et je les fais avec plaisir. De cet élan créatif, je ne me lasse jamais. » Nous pouvons nous en inspirer chaque jour. Tout comme le reste du monde, Amphoria s’est maintenant développée en une économie de services – ce qui signifie que nous concevons des services les uns pour les autres et gagnons ainsi notre vie. L’inconvénient de ce système pourrait tenir au fait que nous sommes tous au service les uns des autres sans jamais être embauchés définitivement. Et nous ne pouvons nous laisser endormir par tous ces services. Personne ne peut rendre le service de ressentir, contre paiement, la satisfaction créative à votre place. Non, les choses que vous faites avec plaisir, vous devez les faire vous-même, et pour continuer à jouir de cette satisfaction créative, il n’y a rien de mieux que de se retrousser les manches. Prenez-soin de vous amuser! Que vous dessiniez ou écriviez, que vous jardiniez ou cuisiniez, vous devez rester actifs, et ainsi vous instruire et développer des choses exquises. Ce n’est qu’ainsi, chers compatriotes, que vous continuerez à concevoir et inventer de nouvelles et délicieuses douceurs, et imaginer de nouvelles aventures pour tous ces fantastiques personnages de bandes dessinées. Je brûle d’impatience de voir quelles belles créations vous allez encore inventer! Ce n’est qu’en restant créatifs que nous démontrons notre reconnaissance, moi pour ma jeunesse éternelle et pour le sort qui m’a amenée ici; et vous, pour votre éternel avenir et toutes les possibilités qui vous sont offertes de faire un monde meilleur. Chers compatriotes, je souhaiterais conclure avec ma propre devise, qui m’a souvent aidée dans l’adversité. N’oubliez jamais, sous le soleil ou sous la pluie: Avec courage et élégance, vous prendrez de l’avance. Ainsi décrété par la reine Bobette Ière.’