Goede voornemens

 

bruegelhoofdzonde_gula_2

“Ik wil niet dat ze wordt zoals ik was, een wanhopige vette tiener met een spuitbus slagroom binnen handbereik onder mijn bed. Ah, de zoetheid, de lust, de wens om weg te zinken in een bad vol slagroom, nooit meer zuurstof en spiegels te moeten ervaren.”

Voelt u zich ook zo verzadigd na de feesten? Een goed moment om te dagdromen over Bruegels weergave van de zeven hoofdzonden. Met behulp van een klein boekje, dat het polsgewricht niet nodeloos belast.

47578824_10217620814180853_8536663073245626368_o

Ti Van Schellestraat

vanschelledreef

Mijn ouders namen een paar jaar geleden het voortouw door hun tuinpad Ti Van Schelledreef te dopen. Het tuinpad hoort immers bij het geboortehuis van deze Olympische atleet en verzetsman, gelegen in Merksplas. Vandaag las ik in de krant dat een nieuwe straat in Wortel weldra Ti Van Schellestraat genoemd zal worden. Op de laatste dag van het jaar kan ik me amper prettiger nieuws voorstellen. Weldra zet ik pen op papier om het leven van Van Schelle te beschrijven. Vandaar nogmaals deze foto uit 2015.

Mijn beste wensen, hooggewaardeerde lezers!

Kerstmis

 

Onbekende meester, Het leven van Sint-Jozef, tweede helft vijftiende eeuw. Hoogstraten. Foto KIK-IRPA.

Vlaamse meester (mogelijk een foute benaming, omdat deze schilder werkte in de invloedssfeer van de grote Robert Campin uit Doornik, toentertijd onderdeel van Frankrijk) in situ. En waar is dat, in situ? In een zijkapelletje van de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten. Stal, os, ezel. Smierrels. Het decor van dit schilderij is momenteel terug te vinden op tal van Kempense dorpspleinen. Zalige Kerst, prettige feesten, hooggewaardeerde lezers.

Vlaamse meesters in situ, het project hier.

Woorden op glas

Rijkevorsel
De kerkraadvoorzitter bij het beschadigde glasraam in Rijkevorsel. Foto RAM, Het Nieuwsblad, 2014

In zijn nieuwe boek “Heel de tijd” beschrijft Leo Pleysier de glasramen in de parochiekerk van zijn jeugd, de Sint-Willibrorduskerk van Rijkevorsel. “Het zijn Gods woorden die door de Antwerpse kunstglazenier Jan Huet met veel zorg en kunde in grote zwarte kapitalen zijn aangebracht op het felle rood, het heldere groen, het geel, het oranje en het diepe blauw van de scherven en fragmenten waaruit het glasraam samengesteld is, en daar is niet naast te kijken – zeker niet als de zon schijnt. Het licht. De weg. De waarheid en het leven. Want deze felle gitzwarte woorden en die scherpe kleuren trekken aan mij en die duwen tegen mij aan…”

Ik ben blij om zomaar eens iets over het werk van mijn oudoom tegen te komen in een boek van een goede schrijver. Wanneer ik later online iets opzoek over de kerk, op zoek naar afbeeldingen, kom ik uit bij een krantenartikel. De ramen zijn beschadigd door vandalen in 2014. In 2012. In 2010. In 2004. In 2003.

 

L. Pleysier, Heel de tijd, Amsterdam, 2018.

De vrucht

Maurice_de_Guérin

“Maar de vrucht kan de naderende rijping niet vermijden; elke dag doordringt de aarde haar met stuwender gaven, waarvan de gloed (die haar verteert) zich uiterlijk toont in steeds meer gevorderde kleuren.”

Tot nu toe de meest treffende zin in het prozagedicht La Bacchante van Maurice de Guérin (1810-1839), een kleine, mooie vondst in antiquariaat Het ivoren aapje. Het is vast niet moeilijk te begrijpen waarom een jonge dichter uit een zeer traditioneel Frans milieu met zoveel liefde over heidense personages begon te schrijven. Wat wel moeilijk te begrijpen is: de diepzinnigheid waarmee hij schrijft, zodat de tekst soms lijkt af te schampen op je gedachten. En Bacchus, die ik louter als de zwelgende god van de dronkaards beschouwde, verandert onder mijn ogen in de alles doordringende levenskracht van het universum.

Mais le fruit ne peut écarter la maturité qui l’approche; chaque jour la terre le pénètre de dons plus pressants dont la chaleur qui le consume se marque au dehors par des couleurs toujours plus avancées,

Vlaamse meesters in situ

Insitu,jpg

Ik stapte in Brussel even de Begijnhofkerk in, om het barokke altaarstuk van Theodoor Van Loon te zien. Een trap laat je toe om op ooghoogte te komen met de heiligen, een touchscreen biedt uitleg over kunstwerk en locatie, een bankje biedt rust en Peter de Cupere creëerde een geur voor de site, die je omgeeft wanneer je op het witte bidbankje voor het altaar knielt. Dit laatste vergat ik te doen, dus ik wandel binnenkort weer even terug.

“Van Loon, die net als Rubens erg onder de indruk was van Caravaggio, componeerde hier een symfonie van personages die er tegelijkertijd aards en verheerlijkt uitzien, met hun stralende minzame gezichten en mooie jonge handen. Die bijzondere combinatie van realisme en stilering is Van Loons handelsmerk. Zijn heiligen zien eruit als vrouwen die je op straat zou kunnen tegenkomen, maar dan op hun allerbest. De hemel lijkt in zijn werk op een plaats waar we vertrouwde gezichten kunnen zien.” Aldus mijn verslag in Openbaar Kunstbezit.

Tegenover de kerk ligt het onvolprezen antiquariaat Het ivoren aapje. En daar trof ik een eerste druk aan van Virginia Woolfs dagboeken. Wat kun je eigenlijk nog meer wensen?