De os

howse-christmas_2415309b
Paolo di Giovanni Fei, Geboorte, Altenburg, Lindenau Museum, ca. 1400

Ze passen al bij al goed samen, Thomas Hardy en Kerstmis.

The Oxen

Christmas Eve, and twelve of the clock.

“Now they are all on their knees,”

An elder said as we sat in a flock

By the embers in hearthside ease.

 

We pictured the meek mild creatures where

They dwelt in their strawy pen,

Nor did it occur to one of us there

To doubt they were kneeling then.

 

So fair a fancy few would weave

In these years! Yet, I feel,

If someone said on Christmas Eve,

“Come; see the oxen kneel,

 

“In the lonely barton by yonder coomb

Our childhood used to know,”

I should go with him in the gloom,

Hoping it might be so.

Belgique excentrique

Belgique excentriqueBelgique excentrique. Het klinkt niet slecht. En dit boek lijkt te bewijzen dat Belgische interieurs als zodanig herkenbaar zijn. Kunst, ja, wel wat; maar vooral spullen van de rommelmarkt, herinneringen aan interieurs van grootmoeders en groottantes, af en toe een thema. Het Belgische interieur is niet stijf, dikwijls zelfs speels. Op een van de foto’s vond ik een mooi portret van een vriend, dat helpt ook om een boek in je hart te sluiten. Daarbij, het bankje waarop hij zit mag er ook zijn.

454

Gulden Kabinet, Rockoxhuis
Gulden Kabinet, Rockoxhuis

Vandaag vier ik de vierhonderdvierenvijftigste verjaardag van Nicolaas Rockox niet in zijn mooie huis (een bezoek kan ik u zeer aanraden), maar in Lier waar ik voorlees uit mijn nieuwe boek over Pieter Bruegel, een oude meester van wie Rockox drie werken bezat.

Bruegel geschreven, Lier, CC Vredeberg, Vredebergstraat 12-14, 15 u.

Bruegel geschreven

 

Breugelgeschreven
(Peter Morrens)

Op zondag 14 december worden Dennis Van Mol en ik geïnterviewd door Jeroen Laureyns over Bruegel in de literatuur en Bruegel als onderwerp van een biografie. Kunstenaar Peter Morrens gaat met onze woorden aan de slag. In Lier, CC Vredeberg, om 15 uur. Een mooie gelegenheid om ook nog eens de Bruegeltentoonstelling Hoge Horizon te bezoeken in het museum Wuyts-Van Campen & Caroly.

Spookschrijver

Andrew Crofts, een professionele ghostwriter, heeft dit te vertellen over de grotendeels door iemand anders geschreven debuutroman van Zoe Sugg.

Crofts felt that the success of Sugg’s novel shows that “if publishers find out what people want and produce it, they get bestsellers”.

“If they publish books they love themselves and expect the rest of the world to love them too, they’re just going to starve to death. But there’s room for both, and it is no good complaining about books like this. Publishers need to find out what people want and give it to them,” he said.

Zoe Sugg is by no means the first celebrity to have been outed as not the sole creative mind behind a novel. The supermodel Naomi Campbell published Swan, her debut, in 1995, but according to rumours cited by Gilbert Adair, she had not even read it, and “had to be furnished with a 250-word synopsis in order for her to offer a credible account of its plot to journalists”. Campbell went on to admit in an interview that it was ghostwritten: “I just did not have the time to sit down and write a book”.

(Bron: The Guardian Online)

Wat mij voorts frappeert in het artikel is dat de spookschrijfster die Zoe Sugg’s hand vasthield, 8000 pond zou gekregen hebben voor een (zeer succesvolle) roman van 80.000 woorden. Slecht tarief. En dat bij Penguin!
“If editors publish books they love themselves and expect the rest of the world to love them too, they’re just going to starve to death.” Ha, de eeuwige kloof tussen kenners en leken, die net als de economische kloof tussen mensen almaar dieper lijkt te worden. Want om kenner te worden, moet je de passie hebben. “But there’s room for both.” Geldt dat alleen voor een groot taalgebied?

Koningin

PHOTONEWS_10479076-003“Ik hoorde voor het eerst over Ambiorix in een van de weinige Belgische klaslokaaltjes die ressorteerden onder het ministerie van Justitie. Het bood plaats aan drie leerjaren, een ingebouwde kast met oude kinderboeken waarvan het kaftpapier naar toffees rook, een tijdsband met prenten aan de muren en portretfoto’s van koning Boudewijn en koningin Fabiola, hij in uniform, zij in het witte bont van haar winterse trouwjurk.” Zo leerde ik als zesjarige niet alleen de koningin der Belgen, maar ook een ontwerp van Cristóbal Balenciaga te herkennen.
En in de vloed van publicaties viel deze foto me op, bij het graf van Emile Verhaeren in Sint-Amands aan de Schelde.

Citaat: L. Huet, Mijn België, Amsterdam,  2004, p. 24.
Foto via Gazet van Antwerpen