Minerva-Martougin

Auto's en chocolade, de Antwerpse connectie

Men kan een papieren puntzak kopen, bakeliet verzamelen of in een Imperia rijden en daarbij denken: dit is Belgisch. Nochtans heb ik dat gevoel van herkenning nooit sterker gehad dan toen men mij een groene kartonnen doos uit de jaren twintig ten geschenke gaf, waarin de Antwerpse chocoladefabrikant Martougin bonbons aanbood die versierd waren met het klassieke logo van de Minerva-wagens, eveneens in Antwerpen geproduceerd.

L. Huet, Voorwerp, in Mijn België, Pandora, derde druk, 2009, p. 199.

Heureux

Un long voyage

Een mooi motto voor een ex-libris, ontleend aan een sonnet van de zestiende-eeuwse dichter Joachim du Bellay – alleen heeft hij het over un beau voyage, en daarna weer naar huis terugkeren (Plus que le marbre dur me plaît l’ardoise fine, schrijft hij in Rome vol heimwee naar zijn geboortestreek bij de Loire); un long voyage is de wijziging die Georgens Brassens aanbracht toen hij er een liedtekst van maakte. Was de vermoedelijk Angelsaksische bewoner van Pinoch House dan een Brassens-fan? Het zijn glimpen van andere levens die alleen de liefhebber van tweedehands boeken opvangt.

Duel in Oostakker

Maeterlinck als postzegel

Was ik een uitgever, ik zou de honderdste verjaardag van Maeterlincks Nobelprijs voor de Literatuur herdenken door zijn charmante bundel herinneringen Bulles bleues (1948) in het Nederlands te vertalen. In Drie dichters blikt hij terug op zijn vriendschap met Charles Van Lerberghe en Grégoire Le Roy. De schrijvers groeiden samen op in Gent. “Gent, onze goede, sombere en oude stad die in mijn jeugd evenveel bruggen als straten telde, was hermetisch afgegrendeld voor iedere vorm van literatuur.” Wat Le Roy betreft, “zijn leven, feller bewogen dan het onze, verstoorde soms onze ijverige rust. Zo moest ik, omdat ik een goede schermer was, optreden als zijn getuige in een duel dat onvermijdelijk was geworden door een opeenvolging van beledigingen en klappen. Normaal gezien had Van Lerberghe de tweede getuige moeten zijn; maar hij kon noch het gekletter van degens, noch de knallen van vuurwapens verdragen. Wij vervingen hem door de zoon van een generaal die ons volledig was toegewijd. Wij ontmoetten de secondanten van de tegenstander. Ik bood de strijders een dreef aan in onze tuinen van Oostakker, en wij gevieren kwamen snel overeen om, zonder medeweten van onze cliënten, zeer veel kruit in de pistolen te steken en de kogels te vergeten. Die liet ik in mijn zak glijden. Twee denkbeeldige projectielen werden dus, volgens de geijkte formule, ‘uitgewisseld zonder resultaat’. De eer was gered, en wij vierden een volmaakte verzoening met een goed landelijk maal, gul bevloeid met kostbare flessen die ik eerlijk ontleende aan de vaderlijke kelder.”

M. Maeterlinck, Trois poètes, in Bulles bleues, Parijs, 1948, p. 215-221.

Kalenden

Mei, Les Très Riches Heures du Duc de Berry

Calenda Maia, dichtte de troubadour Rambaut de Vaqueras, De eerste mei. Geen rode vlaggen, maar groene takken  – tot diep in de vijftiende eeuw vierde men de eerste dag van de mooie maand door zich in het groen te kleden, het bos in te rijden en er bloeiende takken te verzamelen om de woningen te versieren. (Stel je voor, een picknick organiseren met een kamerorkest erbij.) Edellieden droegen symbolische gewaden die zachtgroen gekleurd werden met gemalen malachiet. Misschien werd deze steen ook gebruikt voor het groen in deze afbeelding? Tel dat op bij de uit het Midden-Oosten ingevoerde ultramarijn voor het blauw, en het bladgoud, en de exquise kwaliteit van het perkament, en men begint zich een idee te vormen van de extravagante kostprijs van dit manuscript, nog zonder de honoraria van de kunstenaars te rekenen; meteen begrijpt men ook hoe grauw of neutraal de kleding van het volk was, met als enige kleurstoffen de aftreksels van planten of kruiden. De edelvrouw op het witte paard zou Marie zijn, dochter van de opdrachtgever van dit getijdenboek, Jean, hertog van Berry. Op de achtergrond zien we de torens van Parijs.

De dichter Charles d’Orléans, kleinzoon van de hertog, vatte de feestelijke sfeer van mei in een ballade:

Le Dieu d’Amour est coutumier

à ce jour, de fête tenir,

pour amoureux coeurs fêter

qui désirent de le servir;

pour ce fait les arbres couvrir

de fleurs et les champs de vert gai,

pour la fête plus embellir,

ce premier jour du mois de Mai.