Chateaubriand in België

Calvarieberg, Sint-Pauluskerk Antwerpen
Calvarieberg, Sint-Pauluskerk Antwerpen

1815. Napoleon probeert opnieuw de macht te grijpen in Frankrijk. Koning Lodewijk XVIII vlucht uit Parijs naar Gent. Het echtpaar Chateaubriand volgt hem.
“Na haar uitstap naar Oostende ging mevrouw de Chateaubriand naar Antwerpen. Daar zag ze, op een kerkhof, een vagevuur met zielen van gips, besmeurd met as en vuur.”
De eerste keer dat ik de Mémoires las, viel dit zinnetje me niet op. Nu realiseer ik me dat mevrouw de Calvarieberg van de Sint-Pauluskerk bezocht – ruim honderd jaar later vereeuwigd door Max Elskamp, in La chanson de la Rue Saint-Paul.

Henry en de vriendschap

Elskamp op de laatste tentoonstelling in het Volkskundemuseum, 2007
Elskamp op de laatste tentoonstelling in het Antwerpse Volkskundemuseum, 2007  (foto J. Grieten)

Toen Max Elskamp op het Athenaeum verscheen leek hij niet zwakker dan wie ook van zijn medeleerlingen uit de vierde Latijnsche. Die eigenaardigheid van zijn laat op school komen was snel vergeten. En wat zijn vlijt betreft – Max werkte met een onverschilligheid die gelijk was aan de mijne.
Slechts datgene boeide ons, wat ons toeliet te ontsnappen aan wat wij voorvoelden dat het ons zou brengen in een straatje zonder eind, eens dat wij een vrij beroep zouden kiezen waarvoor wij nu al geen belangstelling hadden.
Integendeel, een vurige passie dreef ons ver van de school naar de haven, naar dit kwartier waar alles het avontuur opriep, waar alles exotisch was en het heimwee opwekte naar wat achter den berookten horizon verscholen lag, door vertrekkende schepen open geschoven alvorens uit onze blikken te verdwijnen.
Wij waren allebei in het Schipperskwartier van Antwerpen geboren. En als wij ons naar de grote sluis van Kattendijk begaven moesten wij er doorheen.

Henry Van de Velde, De poëtische vorming van Max Elskamp, vertaald door L. Zielens, Antwerpen, 1943, p. 14-15.

Brievenbed

Brievenbed, door Cathe Holden
Brievenbed, door Cathe Holden

Het is al een tijd geleden sinds het Sigarenkistje van Patrick Van Caeckenbergh te bewonderen was in het Leuvense Museum M. Sigarenkisten doen me aan mijn vader en grootvader denken, de geur van tabak en cederhout zweeft door de kamer, de felle kleuren van het papier brengen vreugde. De wereld lijkt veilig.

Andere mensen hebben gelijkaardige gedachten, zo blijkt uit dit object. Knutselwerk, en iets wat volkskundige Max Elskamp zou hebben verzameld.

Zomeravond

Godshuis Van der Biest, Falconrui 33, Antwerpen

Ziehier de tuin van het Godshuis Van der Biest, op het literaire salon gewijd aan Max Elskamp. Alles staat klaar voor de prachtige Brelvertolking van Filip Jordens. Daarna was het tijd voor Elskamps gedichten, meeslepend gelezen en vertaald door Geert van Istendael, en Elskamps wandeling, bedacht door uw dienares. En voor chocoladetaart en rode wijn (er was ook Seefbier).

Niet alle mooie verhalen komen van schrijvers, dat weet u even goed als ik. Een vriendelijke bezoeker, wiens naam ik tot mijn spijt vergat te vragen, vertelde me over de reproducties naar schilderijen van Pieter Bruegel, die Wannes Van de Velde inspireerden tot het ontroerende lied Café Bruegel (ik ken geen vriendelijker woorden dan dat: “Zet uw eigen bij de ploeg”). Na de sluiting van het café zijn ze verkocht op de Vrijdagmarkt. De pastoor van de Sint-Andrieskerk  – een collega-kunsthistoricus, als ik me niet vergis – kocht ze, en ze sieren nu de parochiezaal van Sint-Andries. Goed om te weten.

Niet vergeten: volgende vrijdag en zaterdag zijn er literaire salons over Hugues C. Pernath en Paul de Vree.

Verhaal voor zaterdag

Op de toren

“Liefde en griefde. Amour, amure. Liefde, bliefde. Geriefde, liefde. Ziedde. Ziedet?

Amure, de hals van een zeil. Hoe lang was het geleden dat hij een zeilschip had gezien? Met zijn hand kon hij de vergulde wijzers van de klok aanraken als hij dat wilde. En tijdens zijn wandelingen door de stad richtte hij zich altijd wel een keer naar het uurwerk van de toren. Maar tijd en tel waren hem ontglipt. Ik ga de toekomst in, dacht de dichter. Een toekomst die hij niet had kunnen bevroeden. Er waren nog mensen die zijn taal spraken in de stad. Sommigen van hen lazen zelfs zijn gedichten. Wanneer hij ’s nachts door een straat slenterde, hoorde hij wel eens een stem die een kwatrijn van hem prevelde. Iemand die de pocketuitgave las in bed, en een paar regels uitsprak, om te ervaren hoe ze klonken. Als tingeltangel, dacht hij. Als muziekdoosjes. Hij had zijn woordenmechaniekjes zorgvuldig in elkaar gesleuteld om te klinken als een kermis, een dansfeest in de verte.”

Zaterdag lees ik een nieuw verhaal over Max Elskamp voor aan de Falconrui 33 in Antwerpen. Wees welkom!

Meer info vindt u hier.

Bij het ontbijt

Houtsnede, Max Elskamp

Ik vind een mooie zin van een lezer in de krant. Muzikant Jeroen de Pessemier merkt op: “Niemand is zo eerlijk als een schrijver.”
Ik denk er over na. Dit verklaart misschien waarom ik schrijven na al die jaren nog steeds zo moeilijk vind.

Even later hoor ik over de radio dat het MAS vandaag zijn eerste verjaardag viert. Wellicht is in de drukke aanloop naar die feestelijkheden de honderdvijftigste verjaardag van dichter Max Elskamp (wiens collectie het MAS bewaart) vergeten?