Financiële tip voor kunstenaars

Geen duiten, wel goudstukken

Leonardo was zeer grootmoedig en altijd uiterst vrijgevig. Men vertelt hoe hij eens naar de bank ging voor het salaris dat hij maandelijks van Piero Soderini placht te ontvangen en hoe de kassier hem een paar zakjes met duiten wilde overhandigen, die hij echter niet wenste aan te nemen, waarbij hij tegen de kassier zei: ‘Ik ben geen duitenschilder’.

G. Vasari, Het leven van Leonardo da Vinci, in De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, gekozen en ingeleid door H. Van Veen, vertaald door A. Kee, Amsterdam, 1998, p. 192.

In de portemonnee

Quinten Metsys, De geldwisselaar en zijn vrouw, 1514. Parijs, Musée du Louvre

De Vlaamse Auteursvereniging voert een langlopend onderzoek naar het inkomen van Vlaamse auteurs, striptekenaars, vertalers en illustratoren. Deze week stelde zij een eerste reeks resultaten voor aan de pers. Honderddertien literaire auteurs gunden de onderzoekster een diepe blik in hun portemonnee. Een verrassend hoog aantal deelnemers, zeker wanneer men in overweging neemt dat het inkomen een onwankelbaar taboe is in onze samenleving.
In een statistisch onderzoek worden de extremen afgevlakt, om het globale beeld niet te vertekenen. Enkele zaken vallen op. Literaire auteurs behoren tot het hoger opgeleide deel van de bevolking, maar verdienen doorgaans niet evenveel als hun opleidingsgenoten. Daarbij komt nog dat opbrengsten uit literair werk slechts bij 15 percent van de ondervraagden de helft (of meer) kunnen bijdragen aan het maandelijkse gezinsinkomen. Schrijven als liefdewerk? Vaak wel. Ach, hoor ik mopperen, je kiest er zelf voor, mens, zit dan niet te zaniken. Precisering: een schrijver kiest voor het schrijven – in België moet je dan de keuze tussen verschillende bedenkelijke sociale statuten, gesneden op maat van anderen, erbij nemen; de slordige uitbetaling van een miezerig leenrecht door de bibliotheken (het leenrecht ligt hoger in de ons omringende landen en wordt er veel efficiënter geïnd); het jeunisme in de media, waardoor almaar verjongende redacties ieder perspectief op oeuvres en loopbanen van oudere schrijvers ontberen; het feit dat sommige televisie- en radiojournalisten geloven dat ze je een vorstelijke gunst bewijzen wanneer ze jou gratis voor hen laten opdraven en werken.
Ondanks deze omstandigheden worden literaire auteurs professioneler, zo blijkt. Voorbij is de tijd dat nagenoeg iedere Vlaamse schrijver ambtenaar was of inspecteur van het onderwijs. Heel wat schrijvers wagen het om van hun pen te leven. Een op vijf slaagt daar ook in. Dat is al bij al verheugend. Vergelijk het met Rubens. Denkt u dat die op een dag als een grote meester uit de lucht is komen vallen, om nu al eeuwen geld in het laatje te brengen voor Antwerpen? Nee, hij groeide op in een cultuur waar schilderkunst in aanzien stond en professioneel beoefend werd door vele collega’s, wier namen nu misschien alleen nog bij specialisten bekend zijn. Zij vormden de humus.
Mijn diepste overtuiging, ik kan het ook niet helpen. Schrijvers houden de taal levend. Of wilt u enkel ambtenarees, journalees en propaganda van spin doctors onder ogen krijgen? En wie de taal levend houdt, houdt de geesten wakker.

Schoentjes passen

Paul Van Zeeland, initiatiefnemer voor de Bilderbergconferentie

Na hun politieke loopbaan verzamelen sommige politici aantrekkelijk vergoede bestuursmandaten. Het systeem is zo oud als de straat. Een zestiende-eeuwse carrièregeestelijke, Maximilien Morillon, kreeg van zijn collega’s de bijnaam duplex a, b, c ofwel Tweemaal-het-Alfabet. Daarmee bedoelden ze dat hij tweemaal zoveel prebenden vergaard had als er letters zijn in het alfabet.
Op zoek naar informatie over de Belgische economische situatie in de jaren 1930 stuitte ik op een interessante thesis over het conflict tussen Paul Van Zeeland en Gustaaf Sap.
“In 1956 maakte Van Zeeland zijn afscheid aan de Belgische politiek bekend. Als reden gaf hij op dat zijn vele werk hem verplichtte een keuze te maken. Hij meende nuttiger te zijn op het internationale vlak. De echte drijfveer achter zijn ontslag was evenwel zijn wens om een goedbetaalde en invloedrijke positie te bekleden in de zakenwereld, teneinde de toekomst voor zijn kinderen en kleinkinderen veilig te stellen.” Afstammelingen als alibi voor hebzucht?
Hendrik De Man typeerde Van Zeeland eveneens raak: “Hij verlangde veel minder het bestaande regime te veranderen dan in dit regime het toppunt van glorie te bereiken. In zijn ingewortelde conformisme en, laat het ons maar uitspreken, in zijn aangeboren snobisme, moet de diepe oorzaak gezocht worden van zijn politieke zwakheid. […] Deze bank-alchemist, die de broosheid van alle financieele macht doorzag, aanbad het gouden kalf en schepte in het geld winnen het dubbel plezier van een voldaan verwervingsinstinct en een geslaagde intellectueele operatie. Het befaamde simili-renaissance kasteel dat hij te Boschvoorde bewoonde, in een decor van ‘antiquiteiten’ voor haastige klanten, liet zijn banale opvatting van sociaal en wereldsch succes onbarmhartig uitkomen.”

Met enige verbazing las ik in de krant hoe een hedendaagse verzamelaar van mandaten argeloos beweerde dat de loonkost in België te allen prijze bedwongen moet worden.

K. Van Nieuwenhuyse, Het conflict Sap-Van Zeeland 1934-1940 en de weerslag op de Belgische politiek, lic. verhandeling KULeuven, 1996-1997.