La plage d’Ostende

Het trof me: op woensdag zag ik het strand van Oostende, grijs en nevelig, zoals het hoort. Donderdag hoorde ik dat Jacqueline Harpman overleden was. Met La Plage d’ Ostende schonk ze me, geheel onverwacht, een hele reeks exquis-Belgische ervaringen. Tristan en Isolde – in alle opzichten een dubieus liefdeskoppel –  heten plotseling Leopold en Emilienne, de rollen zijn omgedraaid en Leopold is een kunstschilder die houdt van grijs, bruin, taupe en beige. Schilderde hij als Spilliaert, als Degouve de Nuncques of als een typische paysagiste van het noorden? Sindsdien heb ik het hele huis afgezocht naar mijn exemplaar van de roman; ik vind het niet terug. Daarom ben ik op mijn geheugen aangewezen – die kleine, discrete mededelingen over het leven als mondaine joodse in België, het huwelijk met een katholiek, de laat geboren, overbeschermde dochter die een passionele liefde opvat voor een schilder en haar hele leven in het teken zet van zijn verovering. Het boek deed me op een bepaalde manier walgen van de liefde: obsessie, levensdoel dat de middelen heiligt, hoeveel slachtoffers er voorts ook vallen. De dokter, die hoofdschuddend opmerkt: “Dat heb ik nog nooit meegemaakt, de maîtresse bij het sterfbed in de echtelijke woonst.”

Schrijvers laten herinneringen na. En het verlangen om te herlezen.

Meesteres van de horizont

Vanwaar die illusie dat men een hele tentoonstelling in zich kan opnemen in twee uur tijd?
De afgelopen maanden heb ik kennisgemaakt met tekeningen van Anne-Mie Van Kerckhoven, maar in Oostende ontdekte ik nieuwe reeksen, in andere technieken, intuïtief en verfijnd tegelijkertijd. Ik hoorde de kunstenares vertellen hoe ze de tentoonstelling had opgebouwd als een soap, met de werken als personages – een idee dat me bijzonder aanspreekt, hoewel ik het nog niet doorgrond. En terwijl we keken naar de tekeningen van de reeks In een Saturnische wereld, hoorde ik deze woorden: “Voor mij zijn dit verluchte teksten, zoals in de handschriften uit de Middeleeuwen.” Ze leken inderdaad op bladen uit het notitieboek van een originele denker, die ook met visuele gaven was gezegend – een zeldzame combinatie. Wanneer ik het werk van AMVK bekijk, zie ik de sporen van iemand die vrij leest, niet volgens de quoteringen in de media, en die zoekend tekent, tot op het ogenblik dat blijkt: “Dit is nu voltooid.” Bij welke andere kunstenaar zou ik verzen van Verlaine in de tekeningen aantreffen? Bij welke andere kunstenaar doorleefde citaten van Marguerite Porete? Vettig monkelende teksten uit blotevrouwenblaadjes van de jaren 1950? Wie anders zou dat oude erfgoed zoeken en gebruiken? Maar ik hield ook van de eigen notities van de kunstenares. “Een heraldisch menselijk standpunt”, “overvloedig geluk”, dat zijn uitdrukkingen om over na te denken.

De verleiding is groot om dergelijke kunst conceptueel te noemen. Laat ik daarom niet vergeten te vermelden dat ik het werk mooi vind – de kleuren, de heel doeltreffende tekenstijl, de gelaagdheid.

En daarna, de aanblik van de zee, grijs en nevelig.

Meesteres van de Horizont, nog tot 27 mei in Mu.Zee, Oostende.

Een Belgische koningin in de letterkunde

Vijfenzeventig jaar Koningin Elisabethwedstrijd. Wie schetst mijn verbazing toen ik onze markante vorstin aantrof in À la recherche du temps perdu? In een cruciaal hoofdstuk dan nog.

“En terwijl zijn genodigden zich een weg baanden om hem te feliciteren, te bedanken alsof hij de heer des huizes was, dacht M. de Charlus er niet aan om hen te vragen enkele woorden te richten tot Mme Verdurin. Alleen de koningin van Napels, in wie het zelfde edele bloed leefde als in haar zusters keizerin Elisabeth en de hertogin van Alençon, nam de moeite te babbelen met Mme Verdurin alsof ze veeleer gekomen was voor het genoegen Mme Verdurin te zien dan voor de muziek en voor M. de Charlus, ze was bijzonder vriendelijk tegen de Bazin en bleef maar doorgaan over hoe lang ze al met haar had willen kennismaken, complimenteerde haar met haar huis en sprak met haar over de meest uiteenlopende onderwerpen, alsof ze op visite kwam. Ze had zo graag haar nicht Elisabeth meegebracht, zei ze, (zij die kort daarna prins Albert van België zou huwen), die zou er zoveel spijt van hebben! Zij zweeg toen ze de muzikanten zag plaatsnemen op het podium …”

Mijn geheugen meent te weten dat “nicht Elisabeth” nog elders in het boek voorkomt, ergens waar ze aandachtig luistert naar de sonate van Vinteuil, maar het personenregister duidt slechts één bladzijde aan naast haar naam. Misschien haalt mijn geheugen weer een frats uit.

Marcel Proust, À la recherche du temps perdu. La Prisonnière, (Bibliothèque de la Pléiade, deel 3), p. 751. (provisorisch vertaald door LH)

Alicia

Mijn maandagen staan in het teken van Alice, of, in de Latijnse versie, Alicia. Aliciam iam incipiebat taedere iuxta sororem suam in ripa sedere nec quidquam habere quod faceret … Terwijl we vertalen, bekijken we de prachtige illustraties van Anthony Browne, geïnspireerd door René Magritte. Maar in 1903 verfilmde Cecil Hepworth het boek al op een schitterende manier. O, de hertogin wier baby in een big verandert! O, de stok kaarten! En zo begin ik na te denken over de kinderen die deze film zagen in het begin van de twintigste eeuw. Welgestelde kinderen uit Londen of kinderen in verre mijnwerkersdorpen?

Frankel

Ik weet niets over paardenrennen, maar als ik Tania Kindersley’s blog blijf lezen, zou ik in de verleiding kunnen komen om te wedden. Prachtige foto’s van renpaarden in volle actie hebben in elk geval het vermogen om levenslust aan te wakkeren. En deze foto van Tom Queally en Frankel, al langer dan vandaag officieel het beste renpaard ter wereld, is treffend door de liefde die eruit spreekt, een ander woord vind ik niet.

(Foto Eddy Keogh, Reuters)