Zweem

Ik wandel door de tuin, ik kijk in de plassen naar de wolken, omhoog naar de kauwen en de schaduwen van kauwen, de koeien kijken naar mij, het is fris, ik ruik de aarde en het gras – en dan plotseling treft ze me en ik sta stil: de zo lang gederfde, heerlijke, kruidige geur van meidoorn na de regen.
Misschien is het ook wel de meidoorn die me het sterkst bindt aan de boeken van Marcel Proust. Natuurlijk zijn daar mijn helden Charlus, met zijn onovertroffen kennis van het Frans, en Françoise, venijnig op de wijze van Tacitus; natuurlijk zijn daar de moeder en de grootmoeder en Gilberte – maar in mijn herinnering heeft Proust een meesterwerk aan de meidoorn gewijd, meidoorn in de regen.

6 gedachtes over “Zweem

  1. “misschien het enige ontroerende” – zijn observatie van de menselijke komedie neigt inderdaad in sommige boeken naar het harteloze, naar een vivisectie zonder sympathie of mededogen. Enkel de moeder en de grootmoeder ontsnappen daaraan. En Swann, meestal toch. En de hoofdfiguur zelf, uiteraard. Maar zijn obsessieve introspectie, duizelingwekkend briljant, is misschien te narcistisch om te ontroeren.

    En toch. En toch. Hoe aangrijpend is uiteindelijk die sublieme poging, de hele reeks lang, om onze vergankelijke gemoedstoestanden, onze indrukken, wanen en verlangens, in al hun nuances uit te spitten, en te vatten in woorden, in kunst.
    In La Prisonnière , is er zo de scène van Bergotte die neerzijgt voor la vue de Delft van Vermeer…. In Le temps Retrouvé , het inzicht in hoe lijden mensen fysiek tekent. “Et c’est ainsi que peu à peu se font ces terribles figures ravagées du vieux Rembrandt” . En la petite phrase,natuurlijk, in Un amour de Swann.

    1. Je hebt gelijk – het boek is zeer rijk en een lezer loopt erin rond als in een betoverde wereld. Maar pas toen ik de Recherche voor de tweede keer las, werd ik echt aangegrepen door Combray. De eerste keer, als jonge lezer, leefde ik zelf nog in mijn eigen Combray, compleet met grootouders. En het zijn soms heel terloopse scènes die ontroeren – Odette als Mme Swann in de lente onder de blauweregen bijvoorbeeld. Mme de Guermantes vervult me ook met een soort mededogen. Naar het einde toe wordt alles zo navrant voor iedereen. Alleen Odette veroudert nauwelijks, misschien omdat ze zich zo weinig aan anderen hecht? Ik wil alles nogmaals opnieuw lezen, maar dan binnen enkele jaren, naar ik hoop.

  2. “Naar het einde toe wordt alles zo navrant voor iedereen” – zo is dat.

    en dan moet het “eigen Combray” misschien ook nog in woorden opgeroepen worden? Werk aan de winkel! 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s