Oogst

Na de laatste bloementuin van het jaar volgt de laatste oogst van het jaar: mispels. De mespilus germanica floreerde. Nu is het wachten op de eerste nachtvorst, zodat de vruchten gepast kunnen rotten. De kleine boom waaraan deze neven van de rozenbottel groeien vind ik mooi, en sinds de expo over de Arenbergs in Leuven weet ik dat de bloesem het wapenschild van deze familie siert. Geen slechte keuze van een symbool.

Ida

Een idee voor de volgende zomer.

“Het was Comte de la Place die een zeer geraffineerde manier had bedacht om aardbeien op te dienen, namelijk ze vooraf even te drenken in vers sinaasappelsap. Een andere geleerde is nog een stapje verder gegaan, door ook nog wat geraspte sinaasappelschil toe te voegen. Dit laatste ingrediënt verkrijgt hij door de schil van een sinaasappel af te wrijven met een suikerklontje.

En deze man beweerde, aan de hand van flarden tekst die gespaard waren gebleven bij de brand van de bibliotheek van Alexandrië, dat hij kon bewijzen dat bij feestmalen op de berg Ida aardbeien op dezelfde manier werden geserveerd.”

Naast een nieuw idee om aardbeien op te dienen, vind ik in deze korte tekst de verbijsterende mededeling dat bepaalde antieke tekstfragmenten de brand van de bibliotheek van Alexandrië hebben overleefd. Ook heb ik me de oude Grieken en Kretenzers nooit voorgesteld als eters van aardbeien en sinaasappelen. Hoe onwetend is men toch!

Jean-Anthelme Brillat-Savarin, Het wezen van de smaak, vertaald door H. en W. Born, Bussum-Roeselare, 2002, p. 282.

Wie van de drie?

Een klein en fijn boekje, libro di una sera, e poi un’ altra sera. Ik genoot van Paul Claes’ verhaal over een wonderlijk schilderij van Jheronimus Bosch. Drie figuren eisen het recht op om de voorgestelde zwerver te zijn. Aanwijzingen beginnen een trage rondedans die allengs een werveling van associatie en betekenis wordt. Misschien ging het er ook zo aan toe in het hoofd van de schilder uit ’s Hertogenbosch, het grote voorbeeld van Pieter Bruegel.

Bloementuin

“De laatste bloementuin van het jaar,” noemde bisschop Bonny de kerkhoven met Allerzielen. Dit jaar moest ik met eigen ogen vaststellen dat die omschrijving klopt. De aanblik van alle boeketten op het kerkhof deed me onverwacht goed. Het kostte mij moeite om een grafzerk voor mijn vader te bestellen, en zonder hulp had ik het wellicht niet gekund. Maar nu ben ik blij dat dit in orde is.

Herfstgenot

Rubberlaarzen aan en onbekommerd door de afgevallen bladeren struinen. Een kinderlijk genoegen dat ik herontdek, nu de tuin winterklaar moet worden gemaakt. Het lijkt bovendien een goed jaar te zijn voor paddenstoelen, ik kom overal heksenkringen tegen.

In gedachten

Een noveenkaars van de buurman. Een noveenkaars voor mijn moeder en de andere bewoners van het woonzorgcentrum. En een kaars voor Samuel Paty, de leraar geschiedenis-aardrijkskunde die vrijdag zo gruwelijk vermoord is door een barbaar met een verblijfsvergunning.

Wat men aantreft

We vonden een dode vogel op het terras. Ongeschonden. Was hij tegen het glas van de keukendeur gevlogen? Dit kleine leven had langer mogen duren. Maar nu zag ik eindelijk een lijster van dichtbij. Hoe mooi, die tekening in de veren. En hoe ontroerend, die gesloten oogjes.

Muren

Op 3 december verzorgt Alicja Gescinska voor het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort een literaire avond in CC De Warande. Vijf Kempense schrijvers treden aan en lezen voor uit fonkelnieuwe verhalen. Het thema: muren die ons scheiden of verbinden. Hopelijk mag ik u daar die avond begroeten.

Muren: Kempense literaire avond met Koen Peeters, Leen Huet, Leo Pleysier, Toon Horsten en Alicja Gescinska.

Eindelijk

Voor de eerste keer sinds maanden mag ik opnieuw een lezing over Pieter Bruegel geven. In strikt gecontroleerde omstandigheden. Ik kijk mijn materiaal na en ontdek dat de titel van de causerie, die ik al jaren gebruik, nu meer zegt dan ooit: Pieter Bruegel – Schilder in “een zeer zieke tijd”.

Maar het zal vooral fijn zijn om opnieuw te vertellen over Bruegels vlijmscherpe verstand, zijn humor, zijn gedrevenheid en zijn vindingrijkheid.

Flemish bohème

Een koerier bracht een boek aan huis. Coming Home, van de Phoebus Foundation. De Engelse vertaling van de catalogus van Oer. Ik blader langs de mooie afbeeldingen.

In het Engels lijkt een tekst die je geschreven hebt nieuw, anders, van iemand anders. Maar het gaat nog altijd grotendeels over Gustave Van de Woestyne en zijn wonderlijke memoires. “Ge moogt bohemer zijn,’ zei zijn moeder, “maar ge moogt toch niet overdrijven.” Wijze vrouw.

“Anno Domini 2020: we’re being driven by social media and mixed media; by social unrest, fear of the future; by the feeling of being poorly paid and deskbound or fodder for the cultural sector, the polite term for the entertainment industry.”

Ja, het lijken nu woorden van iemand anders, maar ik sta er pal achter.