De taal van boekenruggen

1532060_10202913140812192_1321486267_n

Kostbare boeken bereiken me van alle kanten. De roman Violante, of de taal van boekenruggen bestaat zelfs uit twee boeken – de roman zelf en de dichtbundel van de hoofdpersoon waarrond alles draait. Ik bewonder de kristalheldere taal, doorwrochte opbouw, originele onderwerpskeuze van M.J. Pas. Ik bewonder een schrijver die het de moeite waard vindt om rustig en subtiel na te denken over liefde, genegenheid, de last van het verleden. En de taal van boekenruggen, die bestudeer ik overal waar er boekenruggen te vinden zijn.

Dit exemplaar is me door de auteur ter beschikking gesteld om door te geven. Bent u, waarde bezoeker, geïnteresseerd, laat het mij weten. De enige voorwaarde is dat u het boek na lezing zelf weer doorgeeft.

Black en Max

NellyDegouy-2

“Wat ontdekten ze niet al, Black met zijn fijne neus, en Max met de ogen. Sporen van het fluwijn en het fret, de dwaze sprongen van het eekhorentje, het wiegelend loopje van de wezel… En ontelbare vogelpootjes, het trippelen van de mussen en de merels, terwijl het waterhoentje bij het lopen het ene pootje voor het andere zet, zoals de mensen. Zij ontdekten er hele slierten. In de bocht van de Ru had ten slotte de vlucht van het everzwijn een diep sneeuwspoor nagelaten.”

Marie Gevers en haar hooglijk ontwikkelde zintuig voor de natuur, het verveelt nooit, ook niet in kinderlijke kerstverhalen.

(Illustratie van Nelly Degouy in: Marie Gevers, En zie, de sterre bleef staan, vertaald door Ernest Claes, Brugge, 1950.)

Postzegelgroot

Een postzegelgroot gedicht, door Juan de la Cruz geïmproviseerd op een kerstnacht, tussen 1582 en 1585. Hier in Franse vertaling.

Noël

Le Verbe divin
la Vierge le porte,
elle est en chemin:
Qui ouvre sa porte?

Bankvast

Bankvast

Dichtbundels vallen als sneeuwvlokken de brievenbus in. Aan een ervan blijk ik zonder het te weten te hebben bijgedragen, met de beschrijving van een Lesney speelgoedautootje. Een wonderlijk plezier, om dat vast te stellen.
Mooie tekeningen van Ron Scherpenisse, mooie kwatrijnen van Bert Bevers.

Bankvast

Zondereigen bezongen

Vandaag hoorde ik voor het eerst het loflied dat Kempens chansonnier Guido Belcanto wijdde aan Zondereigen. Ik bewonderde ook zijn schoeisel. (De glasramen van de kerk in het filmpje zijn ofwel door mijn oudoom Jan Huet, mijn oom Raph Huet of mijn neef David Huet gemaakt, dat moet ik nog eens navragen.)

Huisje

kerstbalDeze boom is pas echt voltooid wanneer het huisje erin hangt, een kerstbal die van mijn grootmoeder was. Aan haar hand wandelde ik ’s avonds in december mee naar Hoogstraten, om er de kerstverlichting te bekijken. En mijn grootvader vertelde over de eerste kerstboom die hij ooit zag: bij de Duitse soldaten die het grootste deel van zijn ouderlijk huis hadden opgeëist tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit langs moederskant. Op de achtergrond een ander familie-en oorlogssouvenir: een aquarel die oudoom Jan Huet maakte van zijn vaders tuin, in de vreselijke winter van 1940.