Meermin

FataMorgana_klein_800
As Above, So Below. Blauwhaus (Foto W. Wauman)

Mijn verblijf in het kunstenaarshuis Blauwhaus leidde tot een kennismaking met de Munsterse meermin.

 

Je ziet mijn zilver, een glimp, een glans

in je ooghoek. Maar ik duik tussen het riet

en je ziet me niet. Wat denk jij wel?

Ik glibber, ik glij gestroomlijnd als geen

Verder, altijd smijdig verder,

Gestroomlijnd door onderstroom,

Samenvloeiing, afwaarts en opwaarts

Gepolijst door zoet en zout water, ja zelfs

Door sloten en goten. Getij wiegt mij.

Ik ben niet bang. Dit is mijn domein, niet

Het jouwe, mens, houterig gevorkt wezen,

Pinocchio van een ruwe ambachtsman.

Mij verwekte een diepe god van de zee, denk ik,

Of misschien de regen in het water,

Kringen tekenend die verglijden in bedrieglijke

op-art en heldere bellen bollend die een ogenblik

de wereld weerspiegelen.

De kringen werden mijn schubben, de bellen

Mijn brein, ogen, lippen, borsten. Ik besta

Van lang voor enig paaldorp in enig moeras,

Houterig gevorkt; ik zag mammoet,

Wisent en wolf in deze wastine jagen, soms zelfs

Op mij. Mis! En jij durft te vragen

Wat ik hier doe op schild, monument en zegel?

Land is slechts zand waar water

Afrolde naar een betere bedding.

Het minste deel heb jij.

 

De rest van het meerminnenlied kunt u komende zondag beluisteren tijdens de wonderlijke Blauwhaus-zoektocht in Waasmunster. Wees welkom!

Mary’s month

DSC_0047Erf je een kapelletje, dan verzorg je het. Mijn ouders gingen aan de slag. De mei-versiering doet me altijd denken aan die versregel van Gerald Manley Hopkins: May is Mary’s month and I / muse at this and wonder why…

Regen in mei

DSC_0042De geur van meidoorn snuif ik met volle teugen op. Een vaantje van de Chinese vaantjesboom dwarrelt neer in een rozenstruik. De mispelbloem herinnert me aan de Arenbergs in Leuven.  De tuin in de Kempen leeft op in de regen.

DSC_0040DSC_0050.jpg

Blauwhaus

FataMorgana_klein_800
As Above, So Below. Blauwhaus (Foto W. Wauman)

Een dag om in een kasteel te vertoeven, boeiende lezingen te beluisteren (100 jaar Bauhaus, bijna dag op dag) en om de abdij van Roosenberg te bezoeken, een gebouw van Dom Hans Van der Laan dat de bezoeker omvat met schaduw en licht en dat rust brengt in hartslag en voetstap. Blauwhaus is een spel met Arts & Crafts, kunst en handwerk, inspiratie en samenhorigheid. Wordt vervolgd.

54436634_10218739262533117_1733712846665023488_o
Abdij Roosenberg, Waasmunster (Foto W. Wauman)

Notre-Dame

PevsnerIn tijden van nood zoekt de kunsthistoricus opnieuw naar de handboeken van Nikolaus Pevsner. En die stellen niet teleur.

“Gedurfder nog dan de opstand is de plattegrond van de Notre Dame. In Sens en Noyon kan men al een begin van centralisatie opmerken: in Sens doordat het koor tussen dwarsbeuk en omgang iets langer gemaakt is, in Noyon doordat de dwarsbeuken aan noord- en zuidzijde met een halve cirkel worden afgesloten. De meester van de Notre Dame heeft zijn dwarsbeuk ongeveer in het midden tussen de beide westelijke torens en de oostelijke absis geplaatst. Voor het schip en het koor koos hij een ambitieus plan met dubbele zijschepen, een schema dat al in de oude Sint-Pieter en in Cluny III gebruikt werd. Het dwarsschip van de Notre Dame steekt maar weinig buiten de zijschepen uit. Oorspronkelijk waren tegen de omgang geen kapellen aangebouwd. De huidige evenals die tussen de contreforten van schip en koor zijn een latere toevoeging. In vergelijking met de romaanse kerken en zelfs met de kathedraal van Noyon is hier een geconcentreerder en minder gedifferentieerde ruimtelijke structuur bereikt. Het gebouw is niet meer in een groot aantal afzonderlijke ruimten verdeeld die men bij wijze van spreken in gedachten moet optellen om een indruk van het geheel te krijgen, maar geconcentreerd in drie afdelingen: het westen, midden en oosten. Het geheel is te vergelijken met een weegschaal – het dwarsschip is de wijzer, de voorgevel en de dubbele omgang van het koor zijn de schalen. Het ritme van de ruimte wordt bepaald door de gelijkmatige volgorde van de arcades met hun spitsbogen en de rij gedrongen ronde pijlers. Zij dwingen de aandacht van de toeschouwer even onvermijdelijk in de richting van het altaar als de zuilenrijen van de vroegchristelijke basilica.”

N. Pevsner, Europese architectuur. Middeleeuwen en renaissance, vertaald uit het Engels door J. Roozen, Ad Donker, Rotterdam, vierde druk, 1984, p. 102-103.

Lentebloesem

bloesem3.jpg

Ik vond een aardig kinderboek met de titel Lentebloesem. Tekeningen van Corina, versjes van F. Rend.

De kinderen mogen naar buiten
Gaan spelen in het gras.
In ’t lekkere voorjaarszonnetje,
alsof het al zomer was.

Ze gaan wat bloemen plukken,
Die zijn er al zoveel!
Het sneeuwklokje en de crocus,
met wit en paars en geel.
De hele wei is net een kleed,
en niemand die dit plekje weet.