Gilliams’ weerlicht

Aantekening van Gilliams, bewaard in het Letterenhuis. Foto Jef Van Eynde

DWB wijdt een bijzonder nummer aan Maurice Gilliams. Geïnspireerd door Elias schreef ik een verhaal over hoe het verderging met de meisjes van “het andere kasteel”, een droomplek in de Kempen. Want wat een droomplek in de Kempen was en is, dat weet ik.

“Met wat moeite duwde ik op een avond de poort open. De bramen woekerden langs de hele oprit, net als hulst en lijsterbes. Het giftige Jacobskruiskruid tierde welig. Net als de karmijnbes. De fijne ovale blaadjes van de krentenstruiken begonnen al oranjerood te kleuren. Ik schilder dat gewas graag, tik tik tik met mijn penseel, uit de losse pols, en hop, daar staat een kruintje vol licht en schaduw en beweging. In het hart van grote rododendronstruiken schoten jonge eiken en pseudo-acacia’s op. Een haas zigzagde weg, bosduiven applaudisseerden. De bijna drooggevallen vijver was roze omzoomd met springbalsemien, net als de brede beek die uiteindelijk, zo zag ik, naar een vergeten kronkel van ons riviertje de Mark leidt. Invasieve exoten, die springbalsemienen. De dubbele voordeur was gebleekt en gebarsten door de zon. Ik belde aan en wachtte. Op de bovenverdieping stond een venster open. De koperen brievenbus klepperde. Ik scheurde een half blad uit mijn schetsboek en schreef een beleefd briefje met de vraag of alles in orde was.”

Op dinsdag 7 december presenteren we dit DWB-nummer feestelijk in het Letterenhuis.

Bruegel in Anderlecht

Ik leen een foto van het Erasmushuis in Anderlecht. Het blijft wonderlijk voor een schrijver om de eigen boeken in de echte wereld te zien. In elk geval verkeert Pieter Bruegel hier in uitstekend gezelschap. En toen de meester in Brussel woonde, is hij het Erasmushuis misschien ook wel eens gaan bekijken? De kanunnikenwoning stond wijd en zijd bekend als de plaats waar de grote filosoof ooit verbleven had, zoals Kathleen Leys mooi uiteenzet in haar nieuwe boekje, “In de schaduw van het hof”. Het is precies vijfhonderd jaar geleden dat Erasmus in Anderlecht even uitrustte van zijn zwerftochten door Europa. Wat Bruegel en Erasmus gemeen hadden, is hun realistische kijk op de menselijke aard. Een levendig gevoel voor humor. En een liefde voor spreekwoorden, uiteraard. Ik citeer slechts dit, een spreekwoord dat alle zwervende filosofen en kunstenaars nog steeds als muziek in de oren klinkt: “Wie snel geeft, geeft twee keer”.

Een bronzen schilderskistje

AMVK, I’ll Rob You, diasec, 2017 (Copyright AMVK)

“In 1847 groef Benjamin Fillon in Saint-Médard des Prés, bij de Atlantische kust, onder de forse ‘neus’ van Frankrijk (niet ver verwijderd van La Rochelle, kom, neem Google Maps erbij, of beter nog, hic et nunc uw atlas), een villa en graf op. In de villa bevonden zich resten van muurschilderingen. In het graf rustte het skelet van een vrouw uit de derde eeuw, omringd door de attributen van haar vak: flessen met kleurstoffen, een palet van basalt, een vijzel van albast, stelen van penselen, en een bronzen kistje, onderverdeeld in vakjes, gevuld met gestolde kleuren. Er leefde dus een kunstenares in Saint-Médard des Prés omstreeks het jaar 250. Zij decoreerde de muren van haar woning in de internationale stijl van toen, er bleven nogal wat fragmenten over met zeepaarden, algenslingers en tritonen. De nabijheid van de Atlantische Oceaan speelde een rol. En deze kunstenares was duidelijk trots op haar werk. Had ze het vak geleerd in Rome zelf, misschien via een Griekse leermeester(es)?”

AMVK, Paula Rego, Femmy Otten, dat zijn de kunstenaressen die me de afgelopen jaren inspireerden. Het werk van AMVK begeleidt me al jaren, Paula Rego en Femmy Otten leerde ik recenter kennen. Op de website Hic et nunc speur ik naar een verre voorgangster van deze vrouwelijke meesters, een Gallo-Romeinse van wie wij helaas de naam niet kennen. Lees het vervolg hier.

Met Bruegel naar Anderlecht

Erasmushuis, Anderlecht (Bron: Wikimedia Commons)

Geamuseerd herlees ik het hoofdstuk dat ik vijfentwintig jaar geleden wijdde aan het Erasmushuis in Belgisch museumboek. “In het Erasmushuis heerst helderheid. Bij elk bezoek treft men er Italianen aan, diep onder de indruk van glas-in-lood en lichtgroen-donkergoud Corduaans leder, vol bewondering voor de vérreikende invloed van de humanist der humanisten – tenslotte hebben zij de discipline uitgevonden.” En al ontwaarde ik er toen “Bruegeliaanse mannetjes” in een aquarel van Charles Michel, ik kon niet bevroeden dat ik er een kwarteeuw later zou uitgenodigd worden om te spreken over Bruegel zelf.

Conversatie over Bruegel. La biographie, met uitgeefster Christine De Naeyer, vertaalster Marie Hooghe en filosoof Jean-Claude Encalado. Donderdag 25 november om 20 u.

In de ster

Met koolmezen moet je snel zijn. Goed kadreren lukte niet helemaal, maar de nieuwe voedselbollen zorgden wel voor veel verkennende vogels in de ster. Niet alleen mezen, overigens, zo licht dat ze ook op de stengels van de uitgebloeide agapanthus kunnen rusten; eveneens roodborstjes en boomklevers.

En de bloemen dromen

Uit: Herfstbladen, tekeningen van Corina, Versjes van F. Rens. De kinderen in dit boekje vingen al appels in hun schort, plukten bramen, verzamelden beukennootjes en kastanjes en bewonderden heksenkringen en de vlucht van trekvogels.

Zie de blaadjes vrolijk dansen/ door de lucht in wijde kransen./ Zwierig door de wind gedragen/ Komen ze elkander vragen/ Om te dansen.

Expo, Jacky, chrysant

Is dit wat ze rouwarbeid noemen? Spontaan begon ik mijn vaders boekenkast te herschikken. En ontdekte ik zoveel kleine zaken, die belangrijk voor hem waren. Jacky Ickx, Jochen Rindt, hoe dikwijls heb ik die namen gehoord. Mijn moeder die flauwviel op het circuit van Zolder, of was het Spa-Francorchamps? En dan dat kleine asbakje, de vreugde van het roken, de vreugde van de Expo ’58, de vreugde van 23 jaar oud zijn en met de rode Imperia van een vriend naar Brussel rijden, meermaals.

Zon in november

Paddenstoeltjes aan de voet van de dode treurwilg. De laatste roos van Leonardo da Vinci. En het genot om een blad van een tulpenboom op de tip van je laars te vangen.

Het is zacht wandelen op een diepe laag van gevallen bladeren. Aan het tuinwerk denk ik nu maar even niet, Bruegel in Brussel gaat voor.