Veel te schilderen

“Ik keek rondom mij en zag dat er veel te schilderen was.” Die zin uit de memoires van Gustave Van de Woestyne heb ik altijd onthouden. Veel meer woorden maakt hij in zijn autobiografie niet vuil aan het uiteenzetten van zijn kunstzinnige ideeën.

Jaren geleden vond ik in een antiquariaat de lelijke, slordige uitgave uit 1979 van Van de Woestynes memoires: toch een kostbaar boek, door de schijnbaar naïeve, meeslepende herinneringen van de meester aan zijn broer Karel, de dichter, en aan de kunstenaarskolonie van Sint-Martens-Latem. Dat werd dan een hoofdstukje in Oud papier. Nu brengt het Davidsfonds tot mijn vreugde een nieuwe, verzorgde uitgave van het Memento op de markt, met een boeiende inleiding en nawoord, verklarende noten en een personenregister. En dus kunt u in alle rust genieten van dit juweeltje, dat de status van klassiek werk verdient. Misschien wenkt daarna een museum, om die fameuze schilderijen van Gustave eens aandachtig te gaan bekijken. Dat heeft bij mijn weten nog niemand zich beklaagd.

Ster

DSC02809Bij het herschikken van mijn vaders boeken stuitte ik op dit fraaie titeltje. De originele druk uit 1969. Een mens leert alle dagen bij. Een leven lang heb ik enthousiaste gesprekken over Mercedes-Benz en zelfs Mercedes Jelinek gehoord, maar ik wist niet dat de ster van het merk een symbolische betekenis had. De drie lijnen die de ster vormen, staan voor de lucht, het land en de zee, alle drie veroverd door de verbrandingsmotor.

Moederdag zonder moeder

1501150960_DEHEMELVAARTVANMARIA_11984
P.P. Rubens, Tenhemelopneming van Maria, ca. 1625, Antwerpen, O.L.V.-kathedraal

De strenge veiligheidsmaatregelen tegen het coronavirus in woonzorgcentra dwingen mij om Moederdag te vieren zonder mijn moeder te kunnen bezoeken. Wij hebben elkaar al weken niet meer zonder mondmasker gezien, we zijn gescheiden door plexiglas wanneer we elkaar voor een halfuurtje ontmoeten, we kunnen elkaars hand niet vasthouden, laat staan elkaar troosten of kussen.

Al de zwier en de vreugde en de bevrijding die Rubens in zijn schilderij toonde, lijken voorlopig uit deze zomer verdwenen.

Vogels en mondmaskers

DSC_0953Een vriendin zond mij een mooie papieren roodborst. Ik liet hem neerstrijken tussen de knobbelzwaan en de wulp, op het kastje van mijn grootmoeder. En, onvermijdelijk nu, bij de net afgekookte en verpakte mondmaskers.

121 jaar

DSC_0937Omdat de verjaardag van Martial Van Schelle ( 6 juli 1899-15 maart 1943) meteen volgt op die van mijn moeder, ontbeet ik met heerlijke slagroomtaart van gisteren. En daarna begaf ik me naar Van Schelles kapelletje, om met behulp van een foto en een tekst passanten te informeren over dit bijzondere leven van een atleet, een avonturier, een zakenman en een vrijheidsstrijder.

DSC_0918

 

Canon in Coronatijd

matblindevlekklein

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde lanceert vandaag om 11 uur de nieuwe canon van de Nederlandse Letteren, met stevige aandacht voor het Vlaamse perspectief. Ik kijk er naar uit. Zoals het keuterboertje uit Oostrozebeke of Zichen-Zussen-Bolder zich honderd jaar geleden overweldigd kon voelen door de glorie en de arrogantie van de Franse letterkunde, zo kan de hedendaagse lezer uit het oog verliezen dat er nog iets anders bestaat dan Angelsaksische bestsellers, gepromoot door The Guardian. Maar lees je Gilliams, of Bloem, of Streuvels, of Michiels, dan merk je dat er in het Nederlands boeken geschreven zijn die staan als piramiden en kathedralen; dat ons Nederlands een prachtige, rijke taal is met een wonderlijke geschiedenis. En dan dat gedicht van Hadewych, over de hazelaar die durft te bloeien in de winter!

Roos en korenbloem

DSC02767Rouwen heeft zijn zachtaardige kant. Mensen schrijven mooie berichten. Mooie brieven vallen in de brievenbus. Mensen bakken een quiche met asperges en zetten ze, geheel volgens de quarantainemaatregelen, af op de terrastafel. Ze brengen boeketten mee uit eigen tuin, rabarber, aardbeien, jonge sla. “Uit de couche,” familieuitdrukking, ik hoor het mijn grootvader ook nog zeggen. Of ze schenken je een mooi boek uit hun flora-collectie, en bloemenzaad. Blue boy korenbloemen. Ik kijk ernaar en herinner me opeens met een schokje dat mijn mevrouw Renaissance ook van korenbloemen houdt. Vroeger schreef ik verhalen. Juist ja, zo zat het.

Wit en roze

bozar-coverde-maistre-1jpg

Het verzameld werk van Xavier de Maistre lag al een tijdje in mijn boekenkast. Deze schrijver is plotseling, zo lijkt het, opnieuw beroemd. In 1790 schreef hij immers Voyage autour de ma chambre, Reis door mijn kamer. Hij kreeg 42 dagen huisarrest in Turijn omdat hij een duel had uitgevochten. Wij werden opgesloten omdat er een virus rondwaart.

Ik begrijp niet waarom mensen oude boeken saai vinden. Xavier de Maistre schrijft grappig, onderhoudend en verrassend. En zijn gevoel voor binnenhuisinrichting is zo ongedwongen, dat men het vandaag, in een tijd van snelle en knellende definities, waarschijnlijk genderfluïde zou noemen.

“Toen ik over mijn bed sprak, vergat ik nog om elke man die kan aan te raden te kiezen voor een bed in witte en roze tinten: het staat vast dat kleuren ons zo sterk beïnvloeden dat ze ons opvrolijken of versomberen naargelang hun nuances. Roze en wit zijn twee kleuren die genot en geluk opwekken. De natuur schonk ze aan de roos en maakte van deze bloem de mooiste in het rijk van Flora.” Goed zo!

“De eerste zonnestralen komen spelen in mijn gordijnen. – Op mooie zomerdagen zie ik ze opschuiven over de witte muur, naarmate de zon hoger klimt: de olmen voor mijn venster verdelen hen op duizend manieren, en doen hen dansen op mijn bed, roze en wit, dat nu dankzij de weerschijn overal baadt in een heerlijke tint.”

Ik zat net te bedenken dat je een kamer niet te meisjesachtig mag inrichten en beter kiest voor puriteinse en opzichtig sobere kleuren. Gelukkig brengt deze aristocratische militair me op andere ideeën.

 

Redding

DSC02752Ik vond ’s ochtends iets op de vloer van het achterhuis. Het verdoofde schepsel deed me op het eerste gezicht denken aan de meikevers die ik als kind uit de beukenhaag plukte en mee naar school nam in een luciferdoosje, gevoerd met een zacht beukenblad. Met een stuk karton en een glas vervoerde ik het insect naar het terras. Helaas, daar bleek het een hoornaar te zijn. Hij klemde zich een uur lang vast aan de rand van de tafel. Uiteindelijk bekwam hij in de eerste zonnewarmte. Na een uur of twee steeg hij plotseling vastberaden op, onderweg nog enige druppels gif uitpersend. Vaarwel, elders is het beter!

Mei

DSC_0918Op 8 mei 1945 eindigde de Tweede Wereldoorlog.

Onze buurman plaatste een foto van Martial Van Schelle in het kapelletje. De Olympische atleet Van Schelle zat in het verzet, werd opgepakt en naar Breendonk getransporteerd. Hij mocht die achtste mei 1945 niet meer meemaken. Het is goed om hem te herdenken.

“Er stond een tank bij ons achter het huis,” zei mijn moeder. “Ik kreeg koekjes van de soldaat, hij zei dat hij thuis een kind van dezelfde leeftijd had. Ik kreeg ook een heel mooi zakdoekje.”

“Dus misschien zit er nu in Engeland of in Canada een vrouw van jouw leeftijd terug te denken aan haar vader, die meehielp om het noorden van België te bevrijden?”

“Dat zou goed kunnen. Laten we het hopen.”

Mijn vader herinnerde zich de chocolade en de corned beef die hij als kind van de soldaten kreeg. Zijn moeder en tantes hadden Britse uniformpjes genaaid, waarin hij en zijn broers de bevrijders konden toejuichen.

Vandaag ligt hij begraven op het kerkhof van Merksplas, niet ver van de plaats waar John Thould rust. Thould was een 24-jarige Britse piloot die op 13 oktober 1944 met zijn Hawk Typhoon werd neergehaald boven Wortel-Kolonie.  Mijn vader zag het gebeuren. Als de hemel bestaat, praten ze daar nu samen over.