Geesten

Detail van Botticelli’s Primavera (Giacomo Brogi, 19de eeuw)

Ah, George Eliot en Romola.

“The light can be a curtain as well as the darkness.”

“… at a time when Fra Girolamo was teaching the disturbing doctrine that it was not the duty of the rich to be luxurious for the sake of the poor.”

“Pico della Mirandola, once a Quixotic young genius with long curls, astonished at his own powers and astonishing Rome with heterodox theses; afterwards, a more humble student with a consuming passion for inward perfection, having come to find the universe more astonishing than his own cleverness.”

G. Eliot, Romola, Chapter XXXIX: A Supper in the Rucellai Gardens. (Eerste editie 1862-1863)

Foto via ‘Florence in Sepia’.

Griekse vluchtelingenstroom in Florence

Sandro Botticelli, De geboorte van Venus, Florence, Uffizi

“De Griekse geleerden in Firenze keken neer op de man die beweerde hun moedertaal beter te kennen dan zijzelf. Michael Marullus van Constantinopel won met zijn wufte verzen bijval onder de Italiaanse hovelingen. Zijn gezochte duisterheid ergerde de altijd heldere dichter [Poliziano]. De nieuwe bibliothecaris van de Medici was een van de andere Grieken die na de val van Constantinopel naar Italië waren ontkomen. Janos Laskaris ging in de kloosters van het oosten op manuscriptenjacht. Zijn gelukkigste vangst was de codex waarin ‘de laatste Griek’, de Byzantijnse monnik Maximos Planudes, de pikantste en elegantste epigrammen van Hellas had verzameld.”

Botticelli’s Venus blijft me door het hoofd spoken. In mijn boekenkast tref ik de roman De phoenix aan van Paul Claes, met als hoofdpersoon de filosoof Pico della Mirandola en in het eerste hoofdstuk een schitterende beschrijving van een ander beroemd schilderij van Botticelli, la Primavera. Plaats van handeling: Firenze. Tijdstip van handeling: oktober en november 1494. Dan is er nog Romola van George Eliot, over het huwelijk tussen het humanistisch opgevoede meisje Romola de’ Bardi en de louche Griekse geleerde Tito Melema, in de jaren dat de monnik Savonarola de macht grijpt in Firenze: 1492 -1498. En aan het eind van de vorige eeuw recenseerde ik Richard Burns’ postuum uitgegeven roman, Sandro and Simonetta, geheel gewijd aan de schilder zelf.

“From the terror or oppression of the Turkish arms, the natives of Thessalonica and Constantinople escaped to a land of freedom, curiosity and wealth. […] In the shipwreck of Byzantine libraries each fugitive seized a fragment of treasure, a copy of some author, who without his industry might have perished.” Aldus Gibbon. Spannende tijden, gistende geesten, en daartussen een gevoelig registrerende schilder. Mooi.

Aan Afrodite

Botticelli, Geboorte van Venus, Florence, Uffizi

“Ik zal zingen over statige Afrodite, goudgekroond en mooi, die heerst in de ommuurde steden van zeebegrensd Cyprus. Daarheen dreef haar de vochtige adem van de westenwind, over de golven van de murmelende zee in zacht schuim. Daar verwelkomden de Uren haar vol vreugde, hun lokken opgebonden in gouden netten. Zij kleedden haar in hemelse gewaden: op haar hoofd plaatsten zij een delicate, fijnbewerkte kroon van goud…”

Kijk eens aan. Homerische hymne. Zesde eeuw voor Christus, of een eeuw of twee, drie later, wie zal het zeggen. Uit de lessen kunstgeschiedenis herinner ik me plotseling de vermelding van Griekse geleerden, die na de Val van Constantinopel naar het westen vluchtten, met kostbare oude handschriften in hun bagage. Ze waren zeer welkom in Florence. De Homerische hymnen werden er voor het eerst uitgegeven in 1488, door Demetrius Chalcondyles. De Bibliotheca Laurentiana en de Bibliotheca Riccardiana  bevatten verscheidene manuscripten van deze bijzondere teksten. En door de straten van de stad wandelde Sandro Botticelli, met een wakkere belangstelling voor nieuwe ideeën en letterkunde.

Hesiod. Homeric Hymns. Homerica, in het Engels vertaald door H.G. Evelyn-White, Loeb Classical Library, 2000, p. 426-427.

Korenbloemen

Sandro Botticelli, de geboorte van Venus, Florence, Uffizi

Eind januari. De zon schijnt, vogels fluiten, op straat moet ik mijn handschoenen uittrekken omdat het te warm is.  Binnenshuis zie ik plotseling korenbloemen. Een schok van frisheid en verlangen.

“Voor verschillende huizen in de stad maakte hij ronde schilderijen, en veel naakte vrouwen, waarvan er zich tegenwoordig nog enkele bevinden in Castello, hertog Cosimo’s villa: twee schilderijen, waarvan de een verbeeldt hoe Venus wordt geboren, waarbij de winden en zefiers haar met haar Cupido’s naar de aarde toe blazen, terwijl ook het tweede schilderij een Venus weergeeft, een Venus die door de Gratiën met bloemen wordt getooid, hetgeen de Lente voorstelt; beide Venussen heeft hij met gratie afgebeeld, zoals men ziet.”

G. Vasari, De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, gekozen en ingeleid door H. Van Veen, vertaald door A. Kee, Amsterdam, 1998, p. 167.

(foto via Couleurs)

Rubensiaans

Koningin Margherita door M. Gordigiani, Palazzo Quirinale, Rome

Koningin Margherita van Italië heeft zich hier, in de aanloop naar de twintigste eeuw, in een bijzonder Rubensiaans kostuum laten portretteren. Hoed, waaier, parels, handschoenen en fauteuil herinneren sterk aan het portret van Rubens’ vrouw Isabella Brant door Antoon Van Dyck, alhoewel de couturier of naaister van dienst ook wat achttiende-eeuwse details heeft toegevoegd.

De schilder heette Michele Gordigiani, een Florentijn die ook de in Florence neergestreken dichters Robert Browning en Elisabeth Barrett Browning vereeuwigde. Zijn atelier, zo verneem ik met verbazing en een soort ontroering, bevond zich bij de Piazza Donatello en het Engels Kerkhof in Florence, waar ik ooit dagelijks passeerde.

Schutblad

Kaart van Florence, 1967

Altijd luxueus, een boek openen en een kaart aantreffen op de schutbladen. Het mooie is dat ik op dit stadsplan kan aanduiden waar ik het boek kocht: op de Piazza Carlo Goldoni, in de Engelse boekhandel (rechts onderaan, tegenover het woord Fiume in de rivier; mooie Ghirlandaio in de kerk). Hier bevindt zich ook het Franse Instituut, dat ooit een Soirée Dada organiseerde die mijn verbeelding bezighield.

K. Kressmann Taylor, Diary of Florence in Flood, New York, 1967.

Signoria

H. Liska, Mercedes op Piazza della Signoria

De Oostenrijkse illustrator Hans Liska (1907-1983) specialiseerde zich in de weergave van voertuigen en werkte in de jaren 1950 meermaals voor Daimler-Benz. Deze tekening is typisch: we zien waar hij zijn favoriete wagen heeft achtergelaten, tussen de voetgangers en de koetsen op de Piazza della Signoria in Florence, en we zitten bijna samen met hem in de Loggia dei Lanzi de rug van Cellini’s bronzen Perseus te bewonderen. Een dynamische, haast hyperkinetische tekening van een man die Picasso, Ernst en Kokoschka vereerde.

H. Liska, Den Herzen hinter dem Stern, Stuttgart, 1955.