Zandgrond: Artist Talk

Zaterdag mag ik in de Tuinzaal van CC de Warande schrijver Jan Hertoghs interviewen over zijn fijnzinnige boek Alles voor de Kempen. Meer nog: ik mag jonge kunstenaars die nu exposeren in Zandgrond, vragen wat zij zoal van de Kempen vinden, en van het iconische werk van Jakob Smits. Kortom: zwijgen op zijn Kempens gaan we niet doen. Wees welkom!

(Foto: Stijn Vervecken)

Oh!

Soms vind je op dat internet inderdaad wel eens iets. Ik dacht dat ik thuis was in afbeeldingen van Maria van Bourgondië (1457-1482). Portretten, miniaturen enzovoort. En toen stuitte ik, in de Canon van Nederland nog wel, op dit beeld. Zonder verdere uitleg, alleen haar naam. Het kunstwerk bevindt zich in het nationaal Museum van Servië in Belgrado. Ik vond geen online catalogus en lees geen Cyrillisch schrift. Maar hoe mooi is dit.

Licht vangen

Voor OKV verdiepte ik me in de stukken glazenierskunst op de Vlaamse Topstukkenlijst. Hetgeen me herinnerde aan mijn oudoom de glazenier, van wie ik zoveel creaties in situ nog niet gezien heb. In Orval, in Koekelberg. Gelukkig verzamelden mijn ouders ook zijn werk, zodat ik in hun huis toch af en toe kan baden in het licht van zijn maaksels. Vooral op een prachtige dag als deze.

En op een prachtige dag als deze trok hij er zelf ook graag op uit, om en plein air te schilderen. Geef hem maar eens ongelijk.

(Foto via website Hoogstraten, Jan Huet pad)

Dom

Een detail van een bronzen kruisiging bij de Dom van Münster. Kunstenaar Bert Gerresheim verwerkte enkele bijzondere details in zijn creatie : titels van boeken, zelfs bladen met tekst. Teksten namelijk uit de anti-nazi-preken van bisschop Clemens August von Galen. In Duesseldorf stuitten we later op een bronzen brugheilige van deze Gerresheim. Er is weer veel onderzoek te doen! De boektitel van Edith Stein (is het een boektitel of een citaat?) blijft me bij als een wonderlijke verzuchting.

Lupinen

Lupinen, zo las ik vorige week in een tuinboek, passen bij zandgrond. En dus begon ik te dromen: lupinen wiegend op de achtergrond, tegen de schutting, achter de hydrangea’s en azalea’s. Wat kan er mooier zijn? De zaak bleef daar hangen, want de tuin groeit me toch al boven het hoofd. Maar gisteren, tijdens het schoonmaken, vond ik in een voorraadpot in de keuken een zakje lupinenzaad. Alsof mijn ouders aan hetzelfde hadden gedacht als ik. En ik ging zaaien. In een hoekje van de tuin waar ik tijdens een archeologische opgraving ook drie vergeten struikjes tegenkwam. Ze leefden nog, ondanks brandnetels en ander gewoeker. Nu is het afwachten. Het zijn die kleine vondsten die me hier blij maken.

Opdracht vervuld

Drie kleine vliegenvangers zag ik tot nu toe naar buiten kijken. De ouders vliegen af en aan met insecten, één keer met een hele atalanta. Soms nemen ze ook het afval mee: witte buideltjes worden netjes afgevoerd. En er is nu ook iets te horen: gekras wanneer de ouders onraad ruiken, een tevreden geluidje wanneer ze gerust zijn, gepiep van de kleintjes. Dit had mijn vader moeten zien!

Feestdag

De nationale feestdag nam de vorm aan van een heerlijke rommelmarkt in Zondereigen, waar een paar nostalgische Belgicana op me lagen te wachten. De doos met het vorstenpaar kocht ik van de eerste eigenares, die zelfs het sleuteltje zorgvuldig had bewaard.

Vliegenvanger

Op 2 september 1774 schreef Gilbert White in Selborne: “Van al onze zomervogels is de vliegenvanger de stilste en de gewoonste; deze verschijnt ook het laatst van allemaal. Hij bouwt een nest in een druivelaar of een egelantier, tegen de muur van een huis, of in het gat in een muur, of op het uiteinde van een balk of plaat, en dikwijls dicht bij een deur waar mensen de hele dag in- en uitlopen. Deze vogel maakt niet de minste aanstalten om te zingen, maar brengt een lichte innerlijk jammerende noot voort wanneer hij denkt dat zijn jongen in gevaar zijn door een kat of andere stoornissen; hij broedt slechts eenmaal, en vertrekt vroeg.”

In juli 2023 stel ik vast dat deze beschrijving helemaal juist is: want de vliegenvanger zit hele dagen in de meidoorn zonder een geluid uit te brengen, schrikt niet wanneer ik op het terras kom zitten, en zijn dame broedt in de bloempot boven de stokroos, vlakbij de keukendeur.

Gilbert White, The Natural History of Selborne, edited with an introduction and notes by Richard Mabey, Penguin Classics, 1987, p. 96.

Onstuimig

Mijn moeder zou gisteren 85 geworden zijn. Geen ontvangst op het terras waar in andere jaren zoveel plezier werd gemaakt. De nieuwe stokrozen hebben wel het onstuimige weer doorstaan.