Pareidolia


“Wat zit er in het gebied tussen wat wij kennen en wat we zien? Die vraag stelde de kunstenares zich terwijl ze de wolken en de wind boven de polders en de dijken waarnam. De wolk is een symbool van het ongrijpbaar goddelijke in het Oude Testament en ‘wind’ betekent daar ook adem en geest. In deze reeks schilderijen zijn de wolken oncontroleerbaar, vrij en transcendent. Ze aanschouwen de wereld onder zich met een vastberaden, soms aandoenlijk oog. Regen druipt in een tranendal. Gestapelde rechthoeken aan de onderrand verbeelden een menselijke poging tot greep en begrip, een futiele praktijk van beheersing: de bouw van een tempel? Een groene weg verdwijnt in een punt aan de horizon, zwarte hemellichamen volbrengen hun baan, dauw rijst op in melkachtige kristallen zuilen. Tussen wolken en aarde vormt zich een verticale band. Het wonder van de Jakobsladder is ook in alledaagse omgevingen te vinden.”

Zo schreef ik na het zien van de abstracte landschappen van Yasmine Willems in haar atelier. Hun vurig blauw zindert deze maand in de Shoobil Gallery in Antwerpen. En tijdens treinritten denk ik nu soms dat ik door Jean-Brusselmanslandschappen rijd onder Yasmine-Willemswolken.

Uitgevouwen

Een schilderijencatalogus die je helemaal kunt uitvouwen, tot op de ware grootte van de pijlvormige schilderijen? Ik vind het een mooi idee. En zelfs de lange tafels van het tabularium zijn dan niet lang genoeg.

Paul de Vylder, Wilfried Huet. Schilderijen/Paintings 1978-1981, Antwerpen, 1981.

Vastenavond

De keuken ruikt naar pannenkoeken, want het is Vastenavond.

Hier zou ik een afbeelding van een detail uit Bruegels Strijd tussen Carnaval en Vasten kunnen inlassen, met een uitlegje erbij, maar u hebt ogen en verstand, dus u kunt Bruegels biografie ook gewoon zelf lezen. Net zoals ik nu, ruimschoots laat maar vol verrukking, Le temps des cathédrales van Georges Duby aan het lezen ben.

Tijdens het snoeien van dode takken en het woest weghakken van braamscheuten vond ik onverwacht een schat: deze veertjes van een Vlaamse gaai. Ongetwijfeld een teken dat er een gevecht had plaatsgevonden, waarbij de Vlaamse gaai wellicht het onderspit had gedolven – tegen de kauwen? tegen de buizerd? tegen de kleine, middelgrote of grote spechten?

‘Het zijn rotzakken,’ zo hoor ik mijn vader deze genadeloze vogelsoort nog beschrijven. Maar met hun blauwe veertjes ben ik blij.

Schoolplaten, Clio

“Een jaar voor zijn dood kocht mijn vader van een bevriende brocanteur een oude pitchpine ladekast uit een school. In elke lade lagen historische prenten op groot formaat. Alle afbeeldingen waren ontworpen door de kunstenaar Edmond Van Offel. De vadsige koningen, Karel de Grote, de intrede van Godfried van Bouillon in Jeruzalem, de Guldensporenslag, de zelfopoffering van de zeshonderd Franchimontezen! Plotseling stond er een canon in de garage.”

En nu gebruik ik de prenten als illustratie bij causerieën over Dansen met Clio. Zoals weldra in Gent. Het ridderleven in het Gravensteen zal van pas komen.

900 jaar

De abdij van Vlierbeek viert haar negenhonderdste verjaardag. Bij die gelegenheid is een mooi boek gepubliceerd over de geschiedenis van de site. Mooi papier, mooi lettertype, goede illustraties, fraaie lay-out, goede hoofdstukken en inzichten. Blij toe dat ik als deel van een duo eindredacteurs een steentje kon bijdragen. Er staan heel wat feestelijkheden op het programma, dus houd de website van de abdij in het oog. Op naar De Rozenkrans!

Martial en McKinley

William McKinley als rechtenstudent in Albany (McKinley Presidential Library and Museum)

De lichte commotie om Mount McKinley amuseert me. Ik kwam de naam van de vijfentwintigste president van de Verenigde Staten al eerder tegen, tijdens mijn onderzoek naar Martial Van Schelle. Martials ouders, Albert Van Schelle en Annie Fowler, ontmoetten de president in het Witte Huis op 25 november 1898. Zij waren toen anderhalve maand gehuwd en Annie was zwanger. Zodat de hoofdpersoon van mijn biografie, Martial, op discrete wijze al bij deze bijeenkomst aanwezig was…

Goed fout

Het Bonnefantenmuseum in Maastricht opent dit weekeinde wijd zijn deuren om de zeven hoofdzonden binnen te laten. Zo kunnen we nagaan of we ze wel allemaal beoefend hebben. Bruegel en andere grote meesters helpen bij dat onderzoek. Het gevaarlijkst waren, zijn en blijven uiteraard de hoofdzonden die zich listig vermommen als deugden.

Richard en Josephine

Wel, dat is lang geleden. Als tiener ontleende ik een oude editie van dit boek in de bibliotheek en las het met plezier. Nu kreeg de bekende historische detectiveroman van Josephine Tey een nieuw jasje en herlees ik met plezier hoe inspecteur Grant vanop zijn ziekenhuisbed Richard III Plantagenet (1452-1485) in ere probeert te herstellen. Richard III, wiens stoffelijke overschot nog niet zo lang geleden herontdekt werd onder het beton van een parkeerplaats.

Al doende formuleren de inspecteur en zijn vrienden een paar interessante methodologische beschouwingen. Historici die de gedachten van hun hoofdpersonen op een rijtje aan de lezer presenteren of hen woorden in de mond leggen kunnen niet op hun waardering rekenen.

“Geef mij maar research. Tenslotte vind je de waarheid nooit in het verslag van een waarnemer. De waarheid vind je in kleine eigentijdse feiten, een advertentie in een krant. De verkoop van een huis. De prijs van een ring… De echte geschiedenis wordt geschreven in vormen die niet als geschiedenis [geschiedschrijving?] bedoeld zijn. In afrekeningen voor de koninklijke garderobe, in de civiele lijsten, in persoonlijke brieven, in de boekhouding van landgoederen.”

Het geeft te denken.

Merovingisch

“Armoede, een van de drie traditionele kloosterlijke deugden, was geen aanbeveling voor een Merovingische heilige. Onze teksten onthullen de patronen van vrouwelijke macht in een tijdperk waarin sociale klasse dikwijls gender overtroefde in de verdeling van sociaal en politiek gezag.” Kortom, terwijl Merovingische edelmannen rijkdommen uitdeelden aan hun volgelingen, deelden hun moeders en zusters rijkdommen uit aan de armen. Herverdeling in de praktijk! Ik zal komende zondag met veel plezier spreken over de H. Gertrudis, Merovingische heilige par excellence, al eeuwenlang aanwezig op het domein van het Kasteel van Gaasbeek – onder andere in de gedaante van dit mooie schilderij door Gerard Seghers.

Sainted Women of the Dark Ages, edited and translated by JoAnn Mcnamara and John E. Halborg, with E. Gordon Whatley, Duke University press, Durham & London, 1992, p. 7.