Na verloren maandag

Ik opende de gordijnen en zag een zonsopgang, felroze en lichtblauw achter de zwarte bomen. De nieuwe vennen in de weiden kleurden goud, blauw en grijs. Daarna roerde het grote beest, mijn tyrannosaurus rex, zich weer: de verwarming weigerde dienst. Misschien is de mazout bevroren, zei de loodgieter aan de telefoon, alvorens op skivakantie te vertrekken. Het ziet ernaar uit dat hij gelijk had. Ik wandelde over krakende bladeren om te kalmeren, veegde de condens van het kapelraam. En toen het grote beest opnieuw getemd was en de kamers zich met warmte vulden, trakteerde ik mezelf op een stuk appelcake en een hoofdstuk uit Ronald Blythe’s Next to Nature (January). “Ik duw gekreukeld inpakpapier zonder omhaal in een zak, veeg asse weg, verwijder gerimpelde appels en dan, zonder waarschuwing, schijnt de Driekoningenzon naar binnen, waardoor mijn oude interieur er opeens smoezelig uitziet en een grote schoonmaak vereist. Als kinderen ruimden we bedroefd de papieren slingers op en vouwden we de papieren klokken weer dicht. We zagen de sneeuwman wegdruppelen en observeerden zijn dood. Alles was anders toen, en dat kon ook niet anders.”

Kerstmis

Kerstmis wordt me elk jaar dierbaarder, merk ik. Herinneringen aan kerstversieringen die ik als kind samen met mijn moeder kocht, herinneringen aan een prachtige boom vol zilverlamé bij mijn grootmoeder (en daaronder de traditionele pakjes voor ons, kleinkinderen: een nieuwe pyjama, een peignoir of een handdoek met een geborduurd initiaal), herinneringen aan de bal in de vorm van een huisje die ik ter voltooiing in de kerstboom van mijn andere grootmoeder mocht hangen – ik wil ze niet missen. En nu stevenen we alweer op Driekoningen af. Weemoedig voorwaarts, schreef een vriend.

Op maat

Waaraan ging december op? Ook aan het kijken naar het mooiste mannenportret van de zeventiende eeuw. Ernaar kijken en er een verhaal bij bedenken, op maat van een enkele lezer. Met dank aan Michaelina Wautier, schilderes in Brussel, woonachtig nabij de Kapellekerk, tot 1689.

Loveling

Honderd jaar geleden overleed de Gentse schrijfster Virginie Loveling. Morgen organiseert de KANTL een symposium over haar werk, waar ik het zal hebben over “Erfelijk belast”, dit voorjaar heruitgegeven. Spannend, somber, gothic. Met die mooie cover van Paula Modersohn-Becker! En een nawoord mijnerzijds. Op mijn immer rommelige bureau (ooit samen met mijn vader gekocht, in een brocantehal in Brecht…) is vandaag ook “Levensleer” neergestreken, het geestige boek dat Loveling samen met haar neef Cyriel Buysse schreef, in 1912. Ze was toen zesenzeventig. En de Eerste Wereldoorlog moest nog uitbreken, een oorlog waarin ze een clandestien dagboek bijhield. Wat een dame.

Ook op de VRT-website verscheen vandaag een mooi artikel over haar.

Zandgrond: Artist Talk

Zaterdag mag ik in de Tuinzaal van CC de Warande schrijver Jan Hertoghs interviewen over zijn fijnzinnige boek Alles voor de Kempen. Meer nog: ik mag jonge kunstenaars die nu exposeren in Zandgrond, vragen wat zij zoal van de Kempen vinden, en van het iconische werk van Jakob Smits. Kortom: zwijgen op zijn Kempens gaan we niet doen. Wees welkom!

(Foto: Stijn Vervecken)

Oh!

Soms vind je op dat internet inderdaad wel eens iets. Ik dacht dat ik thuis was in afbeeldingen van Maria van Bourgondië (1457-1482). Portretten, miniaturen enzovoort. En toen stuitte ik, in de Canon van Nederland nog wel, op dit beeld. Zonder verdere uitleg, alleen haar naam. Het kunstwerk bevindt zich in het nationaal Museum van Servië in Belgrado. Ik vond geen online catalogus en lees geen Cyrillisch schrift. Maar hoe mooi is dit.

Licht vangen

Voor OKV verdiepte ik me in de stukken glazenierskunst op de Vlaamse Topstukkenlijst. Hetgeen me herinnerde aan mijn oudoom de glazenier, van wie ik zoveel creaties in situ nog niet gezien heb. In Orval, in Koekelberg. Gelukkig verzamelden mijn ouders ook zijn werk, zodat ik in hun huis toch af en toe kan baden in het licht van zijn maaksels. Vooral op een prachtige dag als deze.

En op een prachtige dag als deze trok hij er zelf ook graag op uit, om en plein air te schilderen. Geef hem maar eens ongelijk.

(Foto via website Hoogstraten, Jan Huet pad)

Dom

Een detail van een bronzen kruisiging bij de Dom van Münster. Kunstenaar Bert Gerresheim verwerkte enkele bijzondere details in zijn creatie : titels van boeken, zelfs bladen met tekst. Teksten namelijk uit de anti-nazi-preken van bisschop Clemens August von Galen. In Duesseldorf stuitten we later op een bronzen brugheilige van deze Gerresheim. Er is weer veel onderzoek te doen! De boektitel van Edith Stein (is het een boektitel of een citaat?) blijft me bij als een wonderlijke verzuchting.

Lupinen

Lupinen, zo las ik vorige week in een tuinboek, passen bij zandgrond. En dus begon ik te dromen: lupinen wiegend op de achtergrond, tegen de schutting, achter de hydrangea’s en azalea’s. Wat kan er mooier zijn? De zaak bleef daar hangen, want de tuin groeit me toch al boven het hoofd. Maar gisteren, tijdens het schoonmaken, vond ik in een voorraadpot in de keuken een zakje lupinenzaad. Alsof mijn ouders aan hetzelfde hadden gedacht als ik. En ik ging zaaien. In een hoekje van de tuin waar ik tijdens een archeologische opgraving ook drie vergeten struikjes tegenkwam. Ze leefden nog, ondanks brandnetels en ander gewoeker. Nu is het afwachten. Het zijn die kleine vondsten die me hier blij maken.

Opdracht vervuld

Drie kleine vliegenvangers zag ik tot nu toe naar buiten kijken. De ouders vliegen af en aan met insecten, één keer met een hele atalanta. Soms nemen ze ook het afval mee: witte buideltjes worden netjes afgevoerd. En er is nu ook iets te horen: gekras wanneer de ouders onraad ruiken, een tevreden geluidje wanneer ze gerust zijn, gepiep van de kleintjes. Dit had mijn vader moeten zien!