Mélusine in maart

Maarts landschap met draak

Een bleek zonnetje, het eerste werk op de akkers en in de wijngaarden. De gebroeders van Limburg keken omstreeks 1413 goed om zich heen voor hun weergave van de maand maart. De ploegende boer in realistische lompen werpt zelfs een realistische schaduw. En wat een compositorische vondst, om die geploegde akker spits te laten toelopen en zo het oog de diepte in te trekken. Het bouwwerk op de achtergrond was een favoriete verblijfplaats van hun opdrachtgever, de hertog van Berry: het kasteel van Lusignan in Poitou. Het bestaat nog steeds.
Boven de toren zweeft, iets minder realistisch, een gevleugelde draak. Dat is de beroemde fee Mélusine, die waakt over het kasteel waar ze leefde met haar man, Raymondin de Lusignan. Mélusine en Raymondin hadden elkaar ontmoet bij een betoverde bron in het woud. Hij vroeg haar ten huwelijk; zij stemde toe, op voorwaarde dat hij nooit zou proberen haar op zaterdagen te zien –dan veranderde ze door een oude vloek van gedaante. Het ging lange tijd goed, maar op een noodlottige zaterdag bespiedde Raymondin zijn vrouw in het bad en stelde ontzet vast dat ze een slangenstaart had, waarmee ze het water lustig tot tegen de zoldering deed opspatten. Toen uitkwam dat hij zijn belofte had verbroken, verdween Mélusine uit zijn leven. Uiteraard bleven leden van het geslacht Lusignan erg trots op deze gevaarlijke stammoeder met magische krachten, misschien wel de vruchtbaarheidsgodin Lucina zelf.

Les très riches heures du Duc de Berry, Musée Condé, Chantilly

Kalender

De maand februari, door de gebroeders Van Limburg

Misschien het mooiste blauw dat ik ooit in een voorstelling heb gezien, op deze kalenderbladen. Ultramarijn, een kleurstof afkomstig van gemalen lapis lazuli: duurder dan goud. Voor de weergave van de maand februari kozen de gebroeders Van Limburg – Pol, Herman en Jan – een sneeuwtafereel. Betoverende details: de zichtbare adem van de man die weggedoken in zijn mantel loopt te huiveren, de pikkende eksters, de witte en bruine schapen in de stal, de keurige rij bijenkorven met hun mutsen van sneeuw, de grijze kat aan de voeten van de vrouw die zich zit te warmen. De twee andere personages bij het vuur bewijzen dat mensen in het begin van de vijftiende eeuw geen ander ondergoed droegen dan lange hemden en kousen. Het dorpje achter de heuvel is weergegeven in mooi perspectief, toen al.

Dit getijdenboek, Les très riches heures, ontstond tussen 1413 en 1416. “Pour concevoir, pour vouloir, pour réaliser de tels livres, il fallut de somptueux seigneurs”, schreef Henri Malo. De opdrachtgever was een broer van de Bourgondische hertog Filips en van de Franse koning: Jean, hertog van Berry. Hij staat bekend als een boekenliefhebber, maar hij hield van alle vormen van luxe en verzamelde tussen de bedrijven door ook kastelen, relieken, kostbare stoffen en edelsmeedkunst. Zijn drie schilders, afkomstig uit het florissante Nijmegen, wisten hoe ze hem moesten bespelen. Voor Nieuwjaar 1410 gaven ze hem als relatiegeschenk een “namaakboek gemaakt van een stuk hout in de vorm van een boek, zonder bladzijden of geschrift, overtrokken met blauw fluweel met twee gespen van verguld zilver, geëmailleerd met de wapens van Monseigneur.” Die gespen hadden ze waarschijnlijk ook zelf gemaakt, want deze topschilders waren edelsmeden van opleiding.

Les très riches heures verzeilden later in Mechelen, in de boekenverzameling van Margaretha van Oostenrijk, die de katernen voor het eerst liet inbinden. Op een bepaald ogenblik wist Ambrogio Spinola, de grote veldheer van aartshertog Albrecht, er de hand op te leggen. In 1855 herontdekte een Franse hertog (hoe toepasselijk) het meesterwerk na eeuwen vergetelheid in een meisjesschool in Genua. Zodat de vraag rijst: hoeveel paar ogen hebben zich voordien, in het hart van de winter, kunnen verkwikken aan dit wonderlijke blauw?

Les très riches heures du duc de Berry, Musée Condé, kasteel van Chantilly, Frankrijk

Naschrift: Recent wetenschappelijk onderzoek over het handschrift benadrukt het feit dat de voltooiing “un long chantier” vereiste. Zowel de hertog van Berry als de gebroeders van Limburg stierven in 1416, vermoedelijk tijdens een epidemie. Pol, Herman en Jan zouden slechts vier kalenderminiaturen voltooid hebben: januari, april, mei en augustus. De overige werden geschilderd, wellicht naar hun ontwerpen, door een onbekende meester tussen 1438-1442 en door Jean Colombe omstreeks 1485 (de maand november).