Onlangs bedacht ik dat de beste kinderboeken landkaarten bevatten; misschien komt het door die vroege liefde dat ik nog steeds blij ben wanneer ik tussen de bladzijden een uitvouwbaar kaartje aantref. Een van mijn favoriete naamgenoten liet er eentje graveren voor zijn archeologische verhandeling over de locatie van het Aards Paradijs. In het huidige Irak staan nog wegwijzers naar deze plaats, heb ik een reiziger horen vertellen. (Kijk onder het woord Eden).
Hier was het
Pierre Daniel Huet, Traité sur la situation du Paradis Terrestre. À Messieurs de l’ Académie Française, Parijs, 1791.
Uit een toespraak van Hendrik Conscience tot schoolkinderen, Kortrijk, 1857:
“Onze koning, de welbeminde vader des volks, en met hem onze staetsmannen, onze provinciale en gemeentelyke overheden, hebben wel begrepen dat de hechtste band, dien men rond onze jonge nationaliteyt kon slaen, de band van een doelmatig en overvloedig lager onderwys moest zyn. Wat dankbaarheid zyn wy hun niet verschuldigd, wanneer wy overdenken dat de kosten van allen aard, voor het lager onderwys, jaerlyks 4 1/2 millioen francs bedragen, en dat, op dien voet, sedert 1830, België aen de opvoeding des volks meer dan honderd millioen heeft besteed!
Men moge de gebreken der tegenwoordige samenleving met bitterheid gispen; men moge het goede vergeten om in het kwade te kunnen wanhopen, het is schoon toch, tot lof van onzen tyd en van ons land in het algemeen te kunnen zeggen, dat niemand in België van het brood van de ziel, van het licht des geestes onterfd moet blyven, dan alleen door zyne of zyner ouderen schuld! Dat niemand, zelfs het kind des bedelaers niet, de middelen ontzegd worden, om de begaefdheden, die God hem heeft geschonken, te ontwikkelen en te doen gelden, en aldus in het Belgische huysgezin de plaets in te nemen, waertoe zyne zedelyke weerde hem regt kan geven!”
Dankbaarheid? Geboden kansen aangrijpen? Opvoeding tot Belgisch burger? Allemaal het overdenken waard, nu de minister van Onderwijs een aantal scholen simpelweg in opvangcentra lijkt te willen veranderen, en naïef gelooft dat leraren vlot vervangen kunnen worden door cursussen op iPads, of op het volgende hippe hebbedingetje.
H. Conscience, Redevoeringen, Antwerpen, 1858, p. 77-78.
De Britse krant The Guardian meldt dat er enkele brieven zijn opgedoken over een mogelijke affaire tussen de Italiaanse kroonprinses, later koningin, geboren Marie-José van België, en Benito Mussolini. Marie-José lijkt me een vrouw die een zeer ongelukkig leven heeft geleid, als een soort koninklijk mensenoffer, maar ze was ook het boegbeeld van de Academia Belgica in Rome, waar ik als beursstudent-kunsthistorica ooit een week lang onderdak vond. Daarom dwaalden mijn gedachten vandaag terug af naar die absolute schatkamer voor wie geïnteresseerd is in de kunsthistorische banden tussen tussen België, Vlaanderen en Italië: de bibliotheek van de Academia. Ingericht in pure art-décostijl door architect Jean Hendrickx, met boekenrekken die wel van brons lijken – ik heb er aangename uren gesleten.