Herfst

eerste avondnevel

De koeien verdwalen in de eerste avondnevel, de reeën glippen tussen hen door. Ik hoorde dat wie jarenlang heeft gerookt, geen last meer heeft van muggen. De schillen van de eerste walnoten kleurden mijn moeders vingertoppen zwart, de noten zelf waren onvergelijkelijk wit, soepel en heerlijk. De eerste appels – Rubensappels – vallen uit de boom, op de mispels is het nog even wachten. Voor ik in slaap val, hoor ik een uil, wanneer ik de gordijnen openschuif, zie ik een eekhoorn over het gras golven.

Tovenaar in Buick

Enig gepuzzel, intens overleg en raadpleging van American Car Spotter’s Guide en Encyclopaedia of American Cars leidden tot de conclusie dat Vladimir Nabokov hier gefotografeerd is in een zwarte Buick uit 1957. Prachtig, die panoramische voorruit! De schrijver, die zich zoals vele collega’s een leven lang toelegde op bedwelmende charme en gecultiveerde hulpeloosheid, liet het chaufferen over aan zijn vrouw Véra. Zij volgde kort na hun aankomst in de VS rijles bij een garagist met de mooie naam Burton Jacoby. Ze hield niet van parkeren, wel van snelheid. Tussen 1941 en 1959 bestuurde ze achtereenvolgens een Plymouth, een Oldsmobile, een versleten Buick Special en de nieuwe Buick uit 1957. Na enkele jaren loste zoon Dmitri haar regelmatig af. “We zijn naar Colorado gereden, en daarna naar Montana.  Mitjoesja [Dmitri] nam de talloze angstaanjagende, langs steile afgronden voerende bochten met een zwierige, maar ietwat uitputtende souplesse, waarna het een verademing was om naar Véra’s heerlijke, gelijkmatige tempo terug te keren,” schreef Nabokov in 1951 aan zijn zus.

S. Schiff, Véra. Mrs. Vladimir Nabokov, New York, 1999 (zie index: Nabokov marriage, automobiles in).

V. Nabokov, Zuivere kleuren. Brieven 1923-1977, Amsterdam, 1993, p. 163.

Blois en Sohier/Bellens en Fagard

Jean Froissart ontvangt bezoek aan zijn schrijftafel

De krantenberichten over de komedie Bellens/Fagard zouden een nietsvermoedende lezeres nog doen besluiten dat machtige mannen sukkels zijn. Blijkbaar laten ze zich als kinderen leiden door een surrogaatmoeder of surrogaatechtgenote die alle praktische problemen uit de weg ruimt, i.e. door een directiesecretaresse. Kroniekschrijver Jean Froissart leerde me dat dezelfde psychische krachten al aan het werk waren in de veertiende eeuw, niet in een demo- of particratie met politiek benoemde CEO’s en hun personeel uit de lagere echelons, maar in een aristocratie met edellieden en hun bedienden.  “De graaf van Blois had een kamerknecht, die men Sohier noemde. Hij was afkomstig uit de stad Mechelen, en de zoon van een arme lakenwever. Die Sohier had zoveel invloed op de graaf van Blois dat door hem alles gebeurde en zonder hem niets gebeurde. En de graaf van Blois had hem al meer dan vijfhonderd francs gegeven, cash of als erfenis. Zie nu het grote onheil en hoe sommige heren geleid worden. In die Sohier viel verstand noch voorzichtigheid op te merken, hij richtte zich uitsluitend op de dolle grillen van de heer die hem had verrijkt; net zoals de hertog van Berry toen Také Thiebault had, een waardeloze kerel, aan wie hij verschillende keren de som van wel tweehonderdduizend francs gegeven had, allemaal verloren. Als die Sohier had gewild, en daar is geen verontschuldiging voor, dan zou het voorstel van de hertog van Touraine bij de graaf van Blois niet in goede aarde zijn gevallen;  maar hij […] fluisterde zijn meester in, en intrigeerde zodanig, dat de graaf zijn graafschap te koop stelde na zijn dood voor tweehonderdduizend francs. […] Er was niemand van zijn adviseurs bij dan Sohier, die nooit naar school was gegaan en niet kon lezen; en hij zette alles naar de hand van de koning en de hertog van Touraine.”

Jean Froissart, Les Chroniques, in Historiens et chroniqueurs du Moyen-Age, (Bibliothèque de la Pléiade, 48), p. 866.

Roman op steekkaarten

Vladimir Nabokov schrijft op zijn vertrouwde steekkaarten, tijdens een zomerse uitstap. Comfortabel in de auto, die zijn vrouw meestal bestuurde. Wie opgroeit met een chauffeur, zal een chauffeur altijd gemakkelijk blijven vinden? Geen idee waarom foto’s van Nabokov steevast mijn geluksgevoel aanwakkeren. Idealiter is hij hier een prachtzin van Ada aan het voltooien. En auto’s als de zijne, ach, die maken ze niet meer. (Ik mag niet vergeten aan mijn vader te vragen welk merk dit is.)

Foto via Writers At Work

Mr. Williams

Dit is mijn favoriete foto van Tennessee Williams, al sinds ik haar voor het eerst zag tijdens de Engelse les op de middelbare school. Wie noemt er zijn zoon in ’s hemelsnaam naar een staat? Ik zal de Amerikaanse naamgeving nooit begrijpen. Ergens bewaar ik nog een artikel dat ik toen uit Time moet hebben geknipt: “He gushed where he should have dammed,” schreef iemand in het In memoriam. Enkele jaren later kocht ik mijn eerste pocketuitgave van zijn toneelstukken en las mezelf in trance tijdens een weekeinde in Leuven.  Stella for star! Blue Roses… flarden van zinnetjes van de meester, die even romanesk en verdoemd oogt als zijn personages. En die blijkens deze foto ook wel wat afwist van poseren. De rook kringelt fotogeniek, en wat zit er in dat glas?

Ridder in de oven

Veertiende-eeuws harnas, Metropolitan Museum, New York

Onze goede Henegouwer Jean Froissart gaat door voor een “minder intelligente” kroniekschrijver. Beaat als een sportverslaggever beschrijft hij eindeloze gevechten, dat is zo ongeveer het verwijt. Wat mij betreft is hij allesbehalve beaat wanneer hij machthebbers en machtsspelletjes karakteriseert, al kiest hij voor de tactiek van de valse trage. Hij munt bovendien uit in de evocatie van het dagelijks leven in de veertiende eeuw. Hoe voelt zo’n ridder in een harnas zich eigenlijk? “Het was de dag van Sint-Jacob en Sint-Christoffel: er daalde zulk een grote hitte uit de hemel neer dat de dragers van harnassen de indruk kregen dat zij in een oven zaten, zo warm en windstil was het daarin. En zelfs de jongsten en de lichtsten hadden amper de kracht om hun wapens goed te gebruiken. En, wat in het voordeel was van de heer van Milaan, ze waren met drie tegen een. Het stof en de damp van de aarde en hun adem belastten hen enorm. Ze verloren elkaar uit het oog…”

Jean Froissart, Les Chroniques, in Historiens et chroniqueurs du Moyen-Age, (Bibliothèque de la Pléiade, 48), p. 819.

Verontrustend

Johan Ballegeer schreef een jeugdroman over prinses Judith, die een berenwelp cadeau kreeg en het dier Ursus noemde (omdat alleen haar broers Latijnse les kregen, wilde zij die taal ook machtig worden. Ze stal Latijnse woorden, overal waar ze maar kon. En ze wilde graag mooie lange vrouwennagels, in plaats van haar eigen afgebeten kinderstompjes. En ze wilde leren zwemmen.) Dan was er Aloysius, de speelgoedbeer van Sebastian Flyte, in Brideshead Revisited.  Deze vreemde foto herinnert me aan al die personages, en aan op rommelmarkten gevonden postkaarten met pijnlijke, onthutsende mededelingen.

(Foto via How To Be A Retronaut)