
Soep met letters



Kaartenmaker Abraham Ortelius uit Antwerpen, een vriend van Pieter Bruegel, is een van mijn persoonlijke helden. Ik houd zijn voorbeeld dan ook voor ogen nu ik meewerk aan een nieuw naslagwerk over de Kempen, de Kempen-Atlas. Op dinsdag 15 november wordt in de Hoge Rielen (Molenstraat 62) te Kasterlee een tipje van de sluier opgelicht over deze veelbelovende publicatie. Alle geïnteresseerden zijn hartelijk welkom voor een avond met interviews en een hapje en een drankje, vanaf 19 u. De toegang is gratis en u kunt zich inschrijven via de website van AR-TUR.
(Duizendste bericht.)
Jo Govaerts signeert haar biografie van Jan Yoors (kunstenaar met een zigeunerhart) op de Boekenbeurs.
Een vrijdagmiddag in het gezelschap van de filosofen Tinneke Beeckman en Alexander Roose en de dichter Frank Keizer….
en een zaterdag met Vrouwkje Tuinman en Isabelle Rossaert, schrijfsters van opvallend mooie romans. Welbestede uren aan de stand van Polis.
Alles aan dit boek is verbijsterend. De schrijver draagt dezelfde naam als mijn overgrootvader en vader, maar behoort niet tot de familie. Theo Huet zou in 1927 de eerste Vlaamse detectiveroman hebben geschreven. Hij ontpopte zich tot collega van John Flanders. En in 1933 waagde hij zich aan science-fiction, met een parabel over een Antwerpse wetenschapper in het jaar 3000.
“Walter Kroes ontstak een nicotine-vrije sigaret. Sinds lang was door een verordening van de Europeesche Republiek het verwerken van ongezuiverde tabak verboden geworden.”
Walter Kroes skypet met zijn collega’s, spreekt Esperanto, “de officieele voertaal in de Europeesche arbeidersrepubliek”, en bewondert het uitzicht over Antwerpen. “In het jaar 2788 was de beslissing gevallen om van Oud Antwerpen een moderne stad te maken. Een zwerm van duizend gespecialiseerde arbeiders streek neer op de Scheldestad neer om met den afbraak van oude en enge straten te beginnen. Aan de Noorderkant togen de slopers aan het werk om alles met den grond gelijk te maken. Zowel op den rechter als op den linkeroever werd het werk tegelijk aangevat. Zienderoogen verrees een nieuwe stad. Volgens het door het Komiteit van Stedenbouw bekroonde Douwestype, naar den befaamden Amsterdamschen bouwkundige, werden naar den stroom loopende 150 meter brede straten getrokken. Iedere straat vormde slechts één ontzaggelijken wolkenkrabber van 32 verdiepingen. Op afstanden van 200 meter werden doorgangen aangebracht om het autoverkeer te vergemakkelijken. In het midden van den breeden straatweg liep een met bomen beplantte laan voor voetgangers. De gevaren voor de voetgangers werden tot een minimum uitgeschakeld. Het oversteken van den rijweg was streng verboden. Onder de tunnels voor voetgangers liepen in alle richtingen de trams. […]
De breede glazen daken van de enorme complexen bleven voorbehouden voor het in den loop der eeuwen zoo sterk toegenomen luchtvaartverkeer. Bij het invallen der duisternis werden de 104 meter hooge glazen straten diffuus verlicht zoodat het nachtvliegen al even veilig was.
Behalve Antwerpens ontmantelden toren, die men van onder tot boven gerestaureerd had, was er geen enkel spoor van gebouwen uit het oude Antwerpen overgebleven. Het behoorde tot het verleden dat om het geliefhebber van een groep folkloristen en oudheidsminnaars krotwoningen, enge straten en scheefgezakte gebouwen bewaard bleven… enkel omdat ze oud waren.”
Dat belooft. En we zitten nog maar in hoofdstuk 1.
Theo Huet, De vrede-mensch in ’t jaar 3000! Toekomstroman, met voorwoord van den heer Jos Van Limbergen, Astronoom. Lid der astronomische genootschappen van Parijs en Potsdam, Uitgave De Techniek, Antwerpen, [1933].
Mooi, om in het Letterenhuis van Antwerpen een paar magnifieke gravures van Elskamp terug te zien; weer eens naar zijn borstbeeld te kijken zoals eertijds in zijn Volkskundemuseum. En terecht, al die belangstelling voor de Franstalige schrijvers van de Schelde: Verhaeren, Elskamp, Eekhoud. Escaut!, Escaut!, stap er eens binnen. Ik zag er tot mijn blije verwondering ook deze foto van mijn Elskamppocketje.

In Plato’s boek Symposium gaat het gesprek over de kracht van de liefde, of aantrekking. Een van de sterkste krachten in het universum, volgens de oude Grieken: liefde brengt atoom samen met atoom, liefde zorgt voor harmonie in macro- en microkosmos, liefde brengt de ziel van de mens tot wijsheid en inzicht. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn, maar af en toe denk je dat Plato’s personages gelijk hebben en dat we niet genoeg stil staan bij alle effecten van aantrekking in ons leven. Waarom vallen sommige onooglijke puzzelstukken samen? Dat doorgronden we zelden. Waarom kocht ik in de loop der jaren de natuurboeken van Leo Senden op rommelmarkten? Onze huisinsecten. Mooie vlinders. Drama’s en idyllen in den vijver. De deken van Hoogstraten vertelt smakelijk over mieren, torren, muggen, plankton en kleine voorvallen uit zijn eigen leven. Zijn liefde voor de natuur spreekt uit elke bladzijde. Sendens boeken laten niets vermoeden van Sendens einde: politieke gevangene in het nazi-concentratiekamp Ellrich, na maanden van ontbering en mishandeling gestorven op 5 december 1944.
Mijn inleiding bij de schilderijen van Chris Meulemans, die de eenvoudige bladzijden van Senden tot een palimpseststructuur bewerkt. Uitkiest en gebruikt als drager voor schilderijen, met andere woorden. Ga dit weekeinde nog even kijken.

Niets van wat ik schrijf lijkt echt, totdat het gedrukt staat op papier. Blij met de nieuwste aanwinst. Een kleine reisgids voor gebouw, interieur en kunstschatten van de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde in Gent. Aldaar te verkrijgen!