Naamdag

magdalena

Dankzij toevallig teruggevonden brieven van mijn betovergrootvader leerde ik een paar jaar geleden dat het geen slecht idee is om je naamdag te vieren. Een tweede verjaardag als het ware, zonder dat je ouder wordt. Vandaag dus. Dit schilderij, van de hand van een onbekende meester  in Brussel omstreeks 1525 en bewaard in de National Gallery, is mooi genoeg, maar het past ook bij het nieuws uit München vanavond. En wie weet hoeveel zomer-, herfst- en winternieuws nog.

Wiske I

stripmuseumTer gelegenheid van de nationale feestdag hield Koningin Wiske I van Amoras, intussen al zeventig jaar op de troon, een toespraak in het heerlijke Brusselse stripmuseum. Hier neemt ze voor de laatste keer haar tekst door, op het balkonnetje naast de grote zaal. Waar gelukkig Schanulleke de wacht houdt.

Een fragment uit de toespraak:

‘Lieve landgenoten op Amoras, ter gelegenheid van mijn zeventigste jaar op de troon wil ik jullie graag herinneren aan een andere uitspraak van Willy Vandersteen: “Ik doe allerlei dingen die ik graag doe. Van die drang om te creëren kom ik nooit af.” Daar kunnen wij elke dag een voorbeeld aan nemen. Net als de rest van de wereld ontwikkelt Amoras zich nu tot een diensteneconomie – dat wil zeggen dat we diensten voor elkaar bedenken en daar ons brood mee verdienen. Het nadeel daarvan kan zijn dat we allemaal elkaars lakeien worden zonder ooit in vaste dienst te komen. En we mogen ons door al die diensten en al die service niet in slaap laten wiegen. Niemand kan u de dienst bewijzen om tegen betaling uw creatieve voldoening in uw plaats te voelen. Nee, de dingen die u graag doet, moet u zélf doen, en om van de creatieve voldoening te blijven genieten, kunt u niets beters doen dan zelf de handen uit de mouwen te steken. Zorg voor uw eigen amusement! Of u nu tekent of schrijft, tuiniert of kookt, u moet aan de slag blijven, en zodoende bijleren en heerlijke dingen ontwikkelen. Alleen zo, lieve landgenoten, blijft u lekkere nieuwe pralines bedenken en uitvindingen doen en nieuwe avonturen verzinnen voor al die fantastische stripfiguren. Ik brand van nieuwsgierigheid om te zien welke mooie scheppingen jullie nog zullen maken! Alleen door creatief te blijven tonen we onze dankbaarheid, ik voor mijn eeuwige jeugd en voor het lot dat me hierheen bracht; en u, voor uw eeuwige toekomst en al uw mogelijkheden om de wereld beter te maken. Lieve landgenoten, ik zou graag besluiten met mijn eigen lijfspreuk, die me al dikwijls geholpen heeft wanneer het nijpt. Onthoud altijd, bij regen of zonneschijn: Mooi en dapper, dat gaat rapper. Zeg dat koningin Wiske I het gezegd heeft.’

stripmuseum 2
Onder het wakend oog van Schanulleke

Et la version francophone:

‘Chers compatriotes d’Amphoria, à l’occasion du septantième anniversaire de mon règne, je souhaiterais vous rappeler une autre déclaration de Willy Vandersteen: « Je fais toute sorte de choses et je les fais avec plaisir. De cet élan créatif, je ne me lasse jamais. » Nous pouvons nous en inspirer chaque jour. Tout comme le reste du monde, Amphoria s’est maintenant développée en une économie de services – ce qui signifie que nous concevons des services les uns pour les autres et gagnons ainsi notre vie. L’inconvénient de ce système pourrait tenir au fait que nous sommes tous au service les uns des autres sans jamais être embauchés définitivement. Et nous ne pouvons nous laisser endormir par tous ces services. Personne ne peut rendre le service de ressentir, contre paiement, la satisfaction créative à votre place. Non, les choses que vous faites avec plaisir, vous devez les faire vous-même, et pour continuer à jouir de cette satisfaction créative, il n’y a rien de mieux que de se retrousser les manches. Prenez-soin de vous amuser! Que vous dessiniez ou écriviez, que vous jardiniez ou cuisiniez, vous devez rester actifs, et ainsi vous instruire et développer des choses exquises. Ce n’est qu’ainsi, chers compatriotes, que vous continuerez à concevoir et inventer de nouvelles et délicieuses douceurs, et imaginer de nouvelles aventures pour tous ces fantastiques personnages de bandes dessinées. Je brûle d’impatience de voir quelles belles créations vous allez encore inventer! Ce n’est qu’en restant créatifs que nous démontrons notre reconnaissance, moi pour ma jeunesse éternelle et pour le sort qui m’a amenée ici; et vous, pour votre éternel avenir et toutes les possibilités qui vous sont offertes de faire un monde meilleur. Chers compatriotes, je souhaiterais conclure avec ma propre devise, qui m’a souvent aidée dans l’adversité. N’oubliez jamais, sous le soleil ou sous la pluie: Avec courage et élégance, vous prendrez de l’avance. Ainsi décrété par la reine Bobette Ière.’

De havik

Bruegelhavik[1]

Ja, dat deed me iets, Bruegel in de etalage te zien naast een van mijn eeuwige lievelingsboeken. T.H. Whites The Goshawk (1951) kreeg een nieuwe Nederlandse vertaling, zelf las ik als schoolmeisje de versie van Max Schuchart. En toen ik boekhandel Limerick binnenstapte vond ik zowaar nog een nieuwe Engelse uitgave, zodat ik nu voor het eerst de echte schrijversstem van White kan ontdekken. “But what on earth was the book to be about? It would be about the efforts of a second-rate philosopher who lived alone in a wood, being tired of most humans in any case, to train a person who was not human, but a bird.”

Mooi toch, dat Bruegel ook ergens een valkenier/havikier in zijn berglandschappen heeft afgebeeld, en de prent Insidiosus auceps noemde: De listige vogelvanger.

Uitkijkpost

Conservator Jozef Muls op het dak van het museum
Conservator Jozef Muls op het dak van het museum

In de zevende  jaargang van het weekblad De Stad Antwerpen (maart 1934-maart 1935) vond dichter Bert Bevers deze foto terug van conservator Jozef Muls op het dak van zijn Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Wat een uitzicht, en wat een bronzen gezelschap! De sierlijke wagenmenster heb ik alleen nog maar vanuit kikvorsperspectief bewonderd. En waar zat de fotograaf van dit tafereel? Misschien wel in de strijdwagen aan de andere kant van de gevel?

Hulde

KANTL

Op 15 juni mocht ik Monika van Paemel hulde brengen in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde. Een fragment uit mijn tekst:

“De bladzijden die u geschreven hebt over uw kindertijd, in het land van Nevele en in de Antwerpse Kempen, verliezen voor mij nooit hun schoonheid. In dat land van Nevele vond u ongetwijfeld ook een spoor van ongewone mogelijkheden: leefden daar niet de gezusters Loveling, “de Vlaamse Brontës”? Literaire moeders, zoogmoeders, petemoeien in de verte, voor de toekomst. Ergens noteert u hoe u als kind in de zomer in het gras lag met een appel als versnapering en een boek van Jules Verne. Dat is simpelweg een definitie van het geluk, en het geeft me zin om deze zomer ook weer eens in een of andere bloeiende wei Jules Verne te lezen, ik heb zijn Reis naar het middelpunt van de aarde alweer gekocht, het boek ligt klaar. In uw debuut, De amazone met het blauwe voorhoofd trof ik deze passage aan:“rondtrekken met een beduimeld boekje, een zakje brood, links en rechts scheefzakken op het veel te hoge zadel van de rammelfiets, smokkelpaadjes volgen, een half pond Hollandse boter onder de bloeze, blozend om het avontuurlijke, niets opmerkend van de slappe lach der douaniers, die daar komiezen heten, om mijn zo duidelijk voedzame en omvangrijke boezem. Alles en iedereen smokkelde, veel of een beetje, stom of slim. (…) Het was een algemeen erkende bijverdienste en urenlang heb ik in de zwijgende doodse winters geluisterd naar heroïsche verhalen over gevaarlijke tochten, uren in greppels liggen, achtervolgingen door groenjassen en nog net op tijd de schuilplaats bereiken. Want gepakt worden was geen eer, dus daar werd zelden over gesproken. Toch heb ik een trukje uitgevonden, dat altijd gewerkt heeft en dat nu met al dat beneluxgepraat en euromarktverband wel mag verteld worden. Nog een verhaaltje erbij. Het was bovendien een erg kleine smokkelzonde, niet eens een kraaienpoot waard. Je moest er wel lange dikke vlechten voor hebben. Dan kocht je een paar geurige, zware sigaren. Bruine juweeltjes. De haren los, sigaartje erin, zorgvuldig vlechten. En met een onschuldig gezicht de slagbomen passeren. Het was zelfs niet nodig een paadje te zoeken.” En terwijl u voorbijfietste, zong u onbeschaamd het beroemde lied Hij was een smokkelaar, die diep in de nacht…. De amazone met het blauwe voorhoofd is een blij boek, het lijkt alsof u intens gelukkig bent om eindelijk een roman te schrijven, en deze passage maakt mij ook blij: ik heb niet gesmokkeld, zelfs geen sigaren voor mijn grootvader, maar net als u  heb ik urenlang smokkelverhalen beluisterd. Kraaienpoten en Amerikaanse sleeën en smokkelprins Hemelsoet. Ja, hij heette echt zo. Inmiddels is roken nagenoeg verboden, boter is na een lange ballingschap aan een comeback in de keukens bezig, de compacte Benelux is de Europese Unie geworden en de wereld lijkt dikwijls genoeg op een haast onbegrijpelijke manier veranderd en versomberd.”

Tak en ader

Branch and veinMaandagochtend na de bizarre Brexit levert de postbode een dichtbundel bij me af: de eersteling van een jonge Britse schrijfster, Rosalind Jana, wier blog, Clothes, Cameras and Coffee, ik al enkele jaren met groot genoegen volg. Ik verheug me erop om me de volgende dagen in haar gedichten te verdiepen. De eerste bladzijden waarborgen al, denk ik, dat me mooie uren te wachten staan. Branch and vein is een uitgave van de kleine, avontuurlijke New River Press.

De stickers zijn een cadeautje van de uitgevers. En wanneer ik zo links en rechts iets lees over de Britse variant van het kapitalisme, dan zijn ze me nu al dierbaar.