Dichter bij Venus

Godin in gesprek

“Gulle moeder”, zei ik, “van de Tweeling Liefdes, schenk mij uw gunst.” Zij wendde haar gelaat naar het mijne. “Wat wil jij van mij?” sprak ze, “Jij bezong toch zeker grotere zaken. Of knaagt er een oude wond in die zachtmoedige borst?” – “Mijn wonde, godin,” antwoordde ik, “is u bekend.” Ze lachte, en meteen werd de hemel daar helder. “Verwond of gezond, heb ik uw vaandel ooit ontvlucht? Altijd, altijd waart gij de taak die ik mijzelf heb gesteld. In mijn jonge jaren speelde ik met bijpassende thema’s, en niemand heeft zich daar ooit aan gestoord.  Nu betreden mijn paarden een weidser veld. Ik bezing de seizoenen, en hun oorzaken, en de rijzende en dalende sterrentekens, dankzij oeroude kronieken. Wij zijn bij de vierde maand gekomen, die aan u is gewijd; en gij, Venus, weet dat zowel de maand als de dichter de uwe zijn.”  Ontroerd raakte zij mijn slapen licht aan met myrte uit Cythera. “Voltooi”, zei ze, “het werk dat je begonnen bent.”

Met deze woorden richtte Ovidius zich tot Venus, en vice versa, in het bijzondere kalendergedicht Fasti. Als er iemand de antieke goden charme kan verlenen, dan is het Ovidius wel. De verbaasde lezer treft hem aan in hoffelijke gesprekken met Janus, met Flora, met Minerva, met Cybele, met half het pantheon. De Fasti, met hun erudiete uitleg over Romeinse feesten en gebruiken,  moeten wel een van de kostbaarste bronnen zijn voor antieke folklore. Ovidius kon Venus niet naar believen gehoorzamen: halverwege de Fasti werd hij door Augustus om onduidelijke redenen verbannen naar een kuststadje aan de Zwarte Zee, vermoedelijk in het jaar 8 van onze tijdrekening. Hij heeft het boek nooit afgemaakt, het eindigt abrupt na de maand juni.

Ovid, Fasti, in het Engels vertaald door Sir J. G. Frazer, 2de herziene editie door G.P. Goold, Loeb Classical Library, Londen, 1999, p. 188-189.

2 gedachtes over “Dichter bij Venus

  1. Een pijnlijke lacune, inderdaad – zelfs de mystici vullen die leegte, voor zover ik weet, niet.
    Bizar toch, dat de antieke goden wel al lust en humor ervaren, huwen en afstammelingen verwekken, maar niet kunnen huilen: Ceres treurt om haar geroofde dochter en perst dan volgens Ovidius een soort kristal uit haar ogen, om een traan na te bootsen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s