Dag van de hovenier

Luca Cambiaso, Ontmoeting tussen Maria Magdalena en de hovenier, Fitzwilliam Museum, Cambridge
Luca Cambiaso, Ontmoeting tussen Maria Magdalena en de hovenier, Fitzwilliam Museum, Cambridge

Een onvergetelijk verhaal, wat mij betreft: de ontmoeting met de hovenier. En nu wordt het zo stilaan tijd om eieren te koken en chocolade te eten. Daarna een wandeling, om kieviten te zien dwarrelen en reeën te zien grazen. Graag wens ik iedereen een mooie Paasdag.

En de rest is nog veel erger, bis

Hoe als uitgever in 2015 een productiesubsidie aanvragen bij het Vlaamse Fonds voor de letteren? Welk soort uitgaves komt in aanmerking?
“proza: enkel kortverhalen, vertaalde fictie en literair proza dat kadert in de VFLbeleidsdoelstellingen rond interculturaliteit en armoedebestrijding.”
O, wat klinkt dit edel. En ja, dit jaagt mij de stuipen op het lijf.
Hoort de hoofddoelstelling van een Vlaams Fonds voor de Letteren niet te zijn: literaire kwaliteit? Interculturaliteit (wat is dit? Ik vat het op als elementaire beleefdheid tussen culturen) en armoedebestrijding zijn taken voor andere overheidsorganen.
Bestudeer het originele document hier.

De rest is nog veel erger

rest

De rest is nog veel erger. Een geniale titel vind ik dat. Ik geloof niet dat iemand een grap met me heeft uitgehaald op 1 april, maar ik kreeg wel een mooi boek cadeau. De briefwisseling tussen Emmanuel De Bom en Maurice Gilliams. Twee schrijvers, twee karakters. De ene hartelijk, de andere integer. Waarom ben ik het zo dikwijls met Gilliams eens?
“De laatste tijd heb ik heel wat fransche auteurs verwerkt; wat een pracht, die kerels der classiek. Wij bezitten geen literatuur. Ook Holland niet. Wij hebben een paar alleen staande figuren van beteekenis, meer niet; maar zij geven geen collectief beeld van een z.g. literatuur. ” In een brief uit 1941. En daar staat ook het snijdende: “Kunst en Schoonheid (met een hoofdletter) bestaan niet voor mij. Schrijven is een quaestie van geweten. De rest is tijdverdrijf, onzin en dwaze hoogmoed.”

Uit enkele voetnoten leer ik dat Gilliams brieven van Elskamp las. Had hij toch maar meer geschreven, denk ik dan, wisten we maar eens wat hij van de poëzie van zijn stadsgenoot Elskamp vond.

Toerist in Milaan

Giacomo Brogi, Eetzaal met laatste Avondmaal, S. Maria delle Grazie, Milaan, ca. 1875
Giacomo Brogi, Eetzaal met laatste Avondmaal, S. Maria delle Grazie, Milaan, ca. 1875

“Wie Milaan bezocht, ging ook toen al naar het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci kijken, in de refter van het dominicanenklooster Santa Maria delle Grazie. Leonardo voltooide de muurschildering in 1498; door zijn experimentele techniek begon het nog tijdens zijn leven al af te bladderen. Pieter Bruegel en zijn reisgenoten zagen vermoedelijk een even dramatisch aangetaste versie als de huidige bezoekers. Vijftig jaar later bezocht Pieter Paul Rubens het kunstwerk. Hij noteerde: “Door de uitwerking van zijn diepzinnige bespiegelingen heeft [da Vinci] zulk een graad van volmaaktheid bereikt dat het me onmogelijk lijkt daarover op een passende manier te spreken, laat staan hem na te doen.” Inderdaad heeft Da Vinci rond de kalme figuur van Christus een emotionele storm geschapen. De apostelen hebben net gehoord: “Een van u zal mij overleveren” en zijn diep geschokt, elk op zijn eigen manier. Het geheel is een wonder van trefzekere compositie en psychologische diepgang. De kloof tussen het werk van Da Vinci en dat van Bruegel lijkt diep, maar de manier waarop Da Vinci in dit werk elk personage karakteriseerde door de juiste houding moet indruk gemaakt hebben op de jonge noorderling. Een van de opvallende kenmerken van Bruegels schilderijen is toch dat hij ieder personage, hoe onaanzienlijk ook, altijd weer raak neerzet in een zeer natuurlijk ogende houding.”
(En misschien is een blog ook zo’n snel afbladderend medium.)

L. Huet, fragment uit een boek in voorbereiding.