Roos

Jan Brueghel, Rozen en andere bloemen in een Chinese vaas, Madrid
Jan Brueghel, Rozen en andere bloemen in een Chinese vaas, Madrid

Enkele weken geleden kocht ik bij boekhandel Limerick in Gent de postume dichtbundel van Christine D’haen, Geboorte. Daarin dit rozengedicht.

Ik keek in de Roos en werd ontsteld.
Daar was een schaduwende diepte en daarin
lag een geheim dat donker flonkerde.
In de donkerte des Zaterdags, in ’t binnenst
van een nog donkerdere kast gekropen
werd het gefluisterd, biechtend, bij de reuk
van leliën, wierook, kaarsen.
De Eerwaarde Vader
bracht aarzelend het antwoord uit (gefluisterd):
kijk niet meer in de roos, zij is gevaarlijk.
vlucht die morbide ontroering en vergeet.
Maar ik keek in de Roos en werd ontsteld.

Daar lag een landschap in die verre schemer
met een verborgen grot. Daarbij lag klein
iemand te slapen – slapend
reikte hij vol verlangen naar die diepte
die hevig openging voor hem, maar tevergeefs.
Helmknop en stijl midden die rode kelk
samengelegen, maar niet voor elkander,
elk vol verlangen, naar welk ander?

Christine D’haen, Geboorte. Gedichten, met een nawoord en aantekeningen door P. Claes, Gent, 2016, p. 10.

Huize Bruegel

Het vermeende Bruegelhuis in de Brusselse Hoogstraat
Het vermeende Bruegelhuis in de Brusselse Hoogstraat

Archiefonderzoeker Jean Bastiaensen had me gelukkig al gewaarschuwd dat het Bruegelhuis in de Brusselse Hoogstraat niet op basis van documenten met Bruegel in verband kan worden gebracht. Historicus Adolf Monballieu wees hier in 1974 overigens ook al op. Het huis in de Hoogstraat behoorde toe aan Bruegels achterkleinzoon David Teniers III. De stad Brussel wilde in dit huis tegen 2019, de 450ste verjaardag van Bruegels overlijden, een Bruegelmuseum inrichten. Zal dit nu doorgaan?

Op zich zie ik geen beletsel. Jean Bastiaensen heeft een document gevonden waarin 14 jaar na Bruegels overlijden diens huis in Brussel wordt aangeduid, niet zo ver van het eerste Manneken Pis. Dit huis bestaat echter allang niet meer. Het huis in de Hoogstraat, eigendom van Bruegels achterkleinzoon, is in Brussel dus nog steeds een belangrijk spoor van de Bruegeldynastie. David Teniers III liet in 1676 Bruegels grafmonument in de Kapellekerk restaureren en zijn naam mede aanbrengen op de gedenkplaat. Toen weer een eeuw later het Rubensschilderij van het monument verkocht werd, protesteerden de omwonenden: de herinnering aan “twee overtreffende schilders van dese stadt” werd erdoor geschaad. Met die twee overtreffende schilders van Brussel bedoelden ze Pieter Bruegel en David Teniers. Het huis in de Hoogstraat zou dus een Bruegel-Teniersmuseum kunnen worden, en een mooi inzicht bieden in de manier waarop kunstenaarsdynastieën in de Lage Landen fungeerden. In dat opzicht zou het zelfs uniek zijn.

En gelukkig voor ons wonen kunstenaars vooral in hun werken. Ga er nog eens rustig naar kijken, naar De val der opstandige engelen en het Winterlandschap met vogelknip in het Koninklijk Museum, op een boogscheut van de Kapellekerk.

L. Huet, Pieter Bruegel. De biografie, Antwerpen, 2016, p. 239; 354; noten p. 388 & 398.

J. Bastiaensen, artikel in OKV, verschijnt in juni 2016.

Bruegel en de radio

In Boekarest
In Boekarest

Een kiekje van de eerste etalage in Leuven waar ik het boek uitgestald zag. Wannes Van de Velde komt overigens in beide biografieën voor. En wie net een boek uit heeft, voelt meer Amor Mundi, liefde voor de wereld, en relativeert bijgevolg de Griekse crisis.

Bruegel is intussen ook op de Nederlandse radio te beluisteren: in  Met het oog op morgen en OVT.

Rozenregen

Kus-VP.qxd
De eerste rozen van mijn klimmende Gloire de Dijon zijn uiteen gegeseld door de regen, de binnenplaats ligt bezaaid met afgerukte bloemblaadjes.
Dit gedicht van Gonda Lesaffer herinnert me eraan dat de echte rozentijd nog moet beginnen.

Coloma

Voor jou een witte roos, de Belle de Crécy,
of verkies je de welriekende Prima Ballerina,
de zalmroze Kalinka, de gele Gloria Dei,
de rode Sarabande, de Reine Victoria voor de herfst?
Voor je terras de klimmende Albertine,
de wilde Masquerade, de stralende Lili Marleen,
de Rosa Rubrifolia uit China?

Hoed je voor de Rosa Spinosissima.

 

Gonda Lesaffer, Het jaar van de kus, Leuven, 2016, p. 45

Bruegel en Timmermans

17cockai
Pieter Bruegel, Luilekkerland, 1567, Alte Pinakothek , München

De intussen gebruikelijke manier waarop in Bruegels land naar Bruegel werd gekeken, wekte Paul Van Ostaijens ergernis. Aan de Bruegelviering van 1924 bewaarde hij wrange herinneringen:  “Men doorkruiste de straten van Brussel in versleten plunjes uit de arme garderobe van een theaterkostumiertje en daarna is er een banket geweest: daar prijkte op elke langtafel ter ere van de gevierde en om in zijn sfeer te blijven – waarachtig, het is geen fantasie van mij – een kalfskop! Tot meerdere eer en glorie! Neen, dit is niet alles. De feestredenaars, die de hulderede moesten afsteken meenden niet voortreffeliker te kunnen handelen dan door in brussels jargon, geen dialekt, maar een afschuwelijk verbalemonden van ons nederlands  – naast Rembrandt de meest vergeestelikte onder alle nederlandse schilders voor te stellen.” Ach, de zogenaamde kenners gooiden gemakzuchtig alles op een hoop. “Voor hen die Bruegel en Pallieter – God betere ‘t – in één adem noemen, moge toch eens daarop gewezen worden dat zij twee volstrekt verscheiden werelden superposeren. Bruegel neemt geen deel aan de boerenvreugde, aan de voorgestelde boertigheid. Timmermans integendeel bestaat alleen door een steeds opnieuw betuigde deelname, in het tempo van een climax in deze deelname. Bruegel hoort zelf niet thuis in zijn schilderijen. Timmermans staat midden in de handel van zijn Pallieter. Breugel eet niet mee van de rijstevlaaien, maar Timmermans doet waarachtig zijn uiterste best door overdreven meezwelgen zich populair te maken. [….]  Onder al de Vlaamse kunstenaars is juist de lukrake genieter Timmermans, degene die het allerverst van Breugel is verwijderd.”

L. Huet, Pieter Bruegel. De biografie, hoofdstuk 8

 

Je suis en terrasse

leuven-gambrinus

Het mooie aan volwassen zijn is, denk ik, dat je sneller vertelt wat je zoal denkt. Aan een goede vriendin, op een terras. Dat is niet moeilijk of dramatisch, je kunt het en je doet het. En misschien is dat ook de reden waarom je leeft? Wat denken we echt over het leven, het lichaam, de geest, verdriet, humor en geluk? Zijn vrouwen voorbestemd om moeder te worden of niet? Moeten we van geslacht veranderen wanneer ons lichaam ons benauwt of is het de moeite niet waard? Want ons lichaam, laat ons eerlijk zijn, zal ons altijd benauwen. En daarna kunnen we lachen om Dinantse koek, Australische politici die geboren werden uit inteelt met een tomatenplant (dixit Johnny Depp), de heerlijke kapitein Jack Sparrow en de lieflijke poedel (het meest onderschatte hondenras) aan de tafel naast de onze. Mensen wandelen in de zonneschijn voorbij en wij drinken tomatensap en witte wijn, dat is genoeg.

Monello & Jeanne

kippenMijn vader kon de eenzaamheid van de aangewaaide haan niet langer aanzien en kocht een kip. “Nu maar hopen dat het liefde op het eerste gezicht is. Als ze maar niet denkt: Ja maar gij niet, hé vriend…” – “Ik denk dat kippen zoiets minder rap denken dan vrouwen,” opperde ik.

En inderdaad. Sinds kort eet ik alle dagen een eitje. Dankzij Jeanne, de elegante kip die zo heerlijk als een kip zonder kop kan rondhollen.

Omslag

Pieter BruegelEen gesprek in Interne Keuken maakt het ook voor mij tastbaarder. De dag nadert dat ik het echte boek in mijn handen zal kunnen houden. Op 27 mei, zo belooft de uitgeverij, zal het in de winkels liggen. Net als Rubens en Rockox gehuld in een grafische cover, ontworpen door Dooreman. Met dat mooie blauw als bonus. Denkt u dat Bruegel hier een zelfportret maakte? Ha, dan biedt de tekst een verrassing.

Hanae Mori

Soms wil je gewoon naar mooie jurken kijken. Ik geef toe, het is een bezigheid die ik niet snel beu word. En Hanae Mori is bij ons misschien te weinig bekend. Een heerlijk ontwerp van omstreeks de tijd dat mijn moeder me ter wereld bracht. Zelfs nog te koop, hier, bij Shrimpton Couture, een filiaal van de hemel.