Huisarcheologie

Al doende vind je een kookboekje terug, geschreven door je oudtante en begonnen op de huishoudschool in november 1919. Spijskaart voor 12 personen. Witte koolsoep – Oorlogsfricadellen – Gestoofde peeën – Madeleines. ‘Verzorgd!’, noteerde de lerares erbij, en dat lijkt me wel het minste wat je kunt zeggen.

De eerste wereldoorlog was nog maar een jaar voorbij en oorlogsfricadellen bestonden dus niet uit vlees, maar uit een mengeling van bonen, rijst en bouillon. Ik houd het boekje zorgvuldig bij, hopend dat die oorlogsrecepten niet opnieuw van pas gaan komen.

En ik blader in een fotoalbum terug naar de foto van de oudtante als jong meisje, foto die me als kind al aansprak.

Magdalena in Minderhout

In de barokke kapel van Onze-Lieve-Vrouw der Zeven Weeën in Minderhout installeerde Luk Van Soom een wonderlijke sculptuur: Maria Magdalena en Jezus, twee kanten van een levende medaille. Er zijn ook kleinere werken van hem te zien, en een mooie reeks foto’s van Willy Truyen. Nog tot 29 augustus te bezoeken.

Mijn favoriete heilige in mijn favoriete kapel – ik was blij om hierbij een tekst te mogen schrijven. Te verkrijgen ter plaatse.

De tentoonstelling in de kapel maakt deel uit van de fietsroute Kurjeus: https://visithoogstraten.be/blog/exporoute-kurjeus/

Ceres/Zomer

Ik fris mijn kunstgeschiedenis op, lees Gombrichs Eeuwige Schoonheid, kom uit bij Jean-Antoine Watteau en deze Ceres/Zomer, die in haar kleuren en houding zo goed de ervaring van de zomer weergeeft. (De Kreeft, de Leeuw en de Maagd vertolken de drie sterrenbeelden van het seizoen). Gouden aren, klaprozen en korenbloemen vormen een kroon in Ceres’ haar, op deze plafondschildering die Watteau maakte voor zijn grote beschermer M. Crozat.

Soms leven we in een gulle tijd – wanneer we de website ontdekken van een museum dat afbeeldingen van hoge kwaliteit gratis ter beschikking stelt. Zoals de National Gallery of Art in Washington DC. De National Gallery bezit zoveel werken van Watteau dat je wel moet concluderen dat Amerikaanse verzamelaars bezeten waren door deze jong gestorven kunstenaar.

En ik ben me er plots scherp van bewust dat het geen overbodige luxe is, elke dag één kunstwerk bekijken, bestuderen, wegzinken in de atmosfeer ervan.

Bevrijding

Struikelsteen in Rue de la Glacière, Brussel

Hoorde ik dat nu goed, 55 miljoen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog?

Een van hen was Martial Van Schelle, vermoord in in het kamp van Breendonk.

Maar ook in mijn moeders familie vielen er slachtoffers. Een bom doodde haar oom, tante, neefjes en nichtjes in hun huis. Alleen de baby van het gezin Aerts overleefde als bij wonder.

Zij vertelde daar soms wel over, maar nooit veel. En evengoed vermeldde ze de koster van het dorp, die in de problemen was gekomen omdat hij op 21 juli in de kerk de Brabançonne op het orgel had gespeeld. En de jonge verzetslui, die ‘waren achtergebleven’ (niet teruggekomen uit de kampen in het oosten).

Ons België

Donderdagavond ben ik uitgenodigd om in de bibliotheek van Herentals een causerie te houden over mijn boek Mijn België, een toegangspoort naar ons België, vroeger, nu en weldra. Is ons land veranderd sinds het boek verschenen is? Zou ik vandaag een ander boek schrijven?

Wees hartelijk welkom!

8 mei, Bibliotheek Herentals, 20 u.

Vreemde vogels

De Franse schrijver Emmanuel Bove (1898-1945) is een ontdekking voor me. Hoe kun je zo betoverend schrijven over armoede en eenzaamheid? Boves personages zijn ex-soldaten die de Eerste Wereldoorlog hebben overleefd. Ze leven in treurige huurkamers van kleine uitkeringen, wandelen door Parijs, proberen op onbeholpen wijze vriendschappen aan te knopen. Vooruitzichten schijnen ze niet te hebben, zodat je als lezer vermoedt dat ze zullen eindigen als clochards. Victor Bâton, de hoofdpersoon van Mijn vrienden, kruidt zijn lege dagen met nauwkeurige en poëtische waarnemingen. ‘Ik hou van vrouwen op pantoffels; hun benen lijken minder ongenaakbaar.’ In een restaurant ‘weerkaatsten spiegels zich in elkaar tot ze daarvoor te klein waren’. ‘Er vielen druppels op de grond, maar nooit raakte de ene druppel de andere.’ Een andere protagonist, Armand, heeft het voorlopig beter getroffen. Hij woont samen met de oudere weduwe Jeanne (wier echtgenoot niet van de slagvelden is teruggekeerd) en leidt een comfortabel leven in haar appartement. Zowel Victor als Armand zijn erg terughoudend over hun eigen lotgevallen. Maar ergens laat Victor zich ontvallen dat hij ‘in Saint-Mihiel was’ – een belangrijke veldslag in september 1918. En Armand denkt, wanneer het tot een breuk komt tussen hem en Jeanne, aan zichzelf terug ‘als kleine jongen die, enkele jaren voor 1900 geboren en opgegroeid met wereldtentoonstellingen en nationale festiviteiten, verdrietig werd bij de gedachte dat hij de vieringen van het jaar 2000 niet meer zou meemaken’.

Die terloopse herinneringen maken van beide dompelaars leeftijdsgenoten van Martial Van Schelle, ook een jonge veteraan van The Great War. In tegenstelling tot Victor en Armand had hij nog mooie jaren voor de boeg – enkele decennia. Maar ik had de kennismaking met deze twee scheppingen van Bove niet willen missen. Uitgeverij Tzara publiceerde een vertaling door mijn studiegenoot Wim Ver Elst, wiens weelderige collectie Franse literatuur ik lang geleden in Leuven bewonderde en benijdde.

Herdenking

De kinderen van het zesde leerjaar kwamen langs, op hun fietstocht ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Eerst bezochten ze het monument voor de Britse kolonel Harper in Merksplas-Kolonie, daarna stopten ze hier. Ik vertelde over Martial Van Schelle, in huis geboren, sportheld, sponsor van de Wortelse voetbalclub, verzetsman; en over de landmijnen, door het Duitse leger ingegraven in Wortel-Kolonie in 1944. Een oudoom van me trapte op zo’n mijn. Hij overleefde het. Ze stelden dapper vragen en hun belangstelling droeg bij aan de charme van de lentedag.

Pareidolia


“Wat zit er in het gebied tussen wat wij kennen en wat we zien? Die vraag stelde de kunstenares zich terwijl ze de wolken en de wind boven de polders en de dijken waarnam. De wolk is een symbool van het ongrijpbaar goddelijke in het Oude Testament en ‘wind’ betekent daar ook adem en geest. In deze reeks schilderijen zijn de wolken oncontroleerbaar, vrij en transcendent. Ze aanschouwen de wereld onder zich met een vastberaden, soms aandoenlijk oog. Regen druipt in een tranendal. Gestapelde rechthoeken aan de onderrand verbeelden een menselijke poging tot greep en begrip, een futiele praktijk van beheersing: de bouw van een tempel? Een groene weg verdwijnt in een punt aan de horizon, zwarte hemellichamen volbrengen hun baan, dauw rijst op in melkachtige kristallen zuilen. Tussen wolken en aarde vormt zich een verticale band. Het wonder van de Jakobsladder is ook in alledaagse omgevingen te vinden.”

Zo schreef ik na het zien van de abstracte landschappen van Yasmine Willems in haar atelier. Hun vurig blauw zindert deze maand in de Shoobil Gallery in Antwerpen. En tijdens treinritten denk ik nu soms dat ik door Jean-Brusselmanslandschappen rijd onder Yasmine-Willemswolken.