
Een Franse kathedraal is zo immens, die kan ook wel wat bekenden uit je eigen tuin beschutten.

De Russische krijgsgevangenen in Wortel-Kolonie lieten tastbare tekens achter in de levens van omwonenden. Ik kreeg deze ring van een dame, wier moeder, Theresia Voet, als klein meisje in Wortel het sieraad ontving van een Russische krijgsgevangene. De Rus had deze ring zelf gemaakt. Theresia heeft de ring haar hele leven zorgvuldig bijgehouden, met de zorg en aandacht die mensen vroeger besteedden aan hun eigen verleden. Meer weet ik niet. Maar ik vind het mooi: een ster, een hart, de maan.

Op 19 februari 1966 hield mijn grootvader een vriendschappelijke toespraak voor zijn collega’s, waarin hij herinneringen ophaalde aan zijn kindertijd in Wortel-Kolonie. Een zin daaruit heeft me altijd geïntrigeerd: “We hebben Wortel gekend met zijn overgrote, veel te grote bevolking [van gevangenen/landlopers] die op een bepaald moment ver de duizend overtrof; Wortel met zijn Franse vluchtelingen tijdens de eerste wereldoorlog; Wortel met zijn duizend Russische krijgsgevangenen in 1919 en van wien we als bengels Russisch leerden spreken en het beter kenden dan onze catechismus (du njeto panimay ruski, raboto njeto karacho enz…).”
Welnu, hier zijn ze, de Russische krijgsgevangenen in Wortel-Kolonie, vastgelegd door een filmploegje van het Belgische leger. De beelden zijn niet scherp, maar ze lachen en poseren. Ik vraag me af wat er van hen geworden is toen ze terug naar huis moesten keren. Ginds wachtten Lenin en, erger nog, de gangster Stalin.


Het volledige filmpje is te bekijken via Europeana: https://www.europeana.eu/nl/item/08623/8716

De landing in Normandië leek me toch vooral een schietkraam. Ik vind het niet vanzelfsprekend om te lezen: Zij gaven hun leven voor onze vrijheid. Want ze hadden hun levens voor zich, en ze werden simpelweg afgeknald. Het is verwarrend en pijnlijk om over na te denken.
Op het kerkhof vind je een eerbetoon aan de Poolse pantserdivisie die het dorp hielp bevrijden, en het graf van piloot John Thould die op 13 oktober 1944 hier sneuvelde. Per ardua ad astra, Door de moeilijkheden naar de sterren. Voorts heerst er serene rust. Iemand staat met gebogen hoofd bij een recent graf. Elders poetst een man met tedere zorg een grijze grafsteen.

Venetië bestaat, al was ik dat de laatste jaren vergeten. Nu neem ik mijn eigen bloemlezing over de stad opnieuw uit de kast en voel de oude betovering van de verre droom opkomen. “Jullie leven hier als zeevogels,” schreef Cassiodorus in de zesde eeuw. Wat een zin!
Afbeelding uit Gabriel Faure, Venise, (Collection Les Beaux Pays), Parijs-Grenoble, 1950.

Ik overwon mijn natuurlijke neiging tot luiheid dankzij een verzoek uit het Bonnefantenmuseum: een verhaal over Pieter Bruegel en de zeven hoofdzonden. Wat een imbroglio vormen die hoofdzonden toch: de ene leidt als vanzelf naar de andere. Hoe dan ook, ik vond een mooie gelegenheid om Bruegel in Venetië te laten verblijven, waar hij zijn hart kon ophalen aan noordelijke meesterwerken (van Bosch en Dürer) en met Titiaan kon praten over wandelen en schetsen in de bergen. En zoals we weten, de verbeelding van de meester luierde niet.
Van der Heyden naar Bruegel, Luiheid / Desidia, 1558. Rijksmuseum Amsterdam. http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.307895

Het officiële einde van de Tweede wereldoorlog wordt vandaag herdacht. Voor verzetsman Martial Van Schelle kwam de Duitse capitulatie te laat, hij was twee jaar eerder al vermoord in het kamp Breendonk. Maar door de haast waarmee de Duitse bezetter eind 1944 wegvluchtte, kon wel het dossier worden teruggevonden dat de nazi’s hadden aangelegd over al zijn bezittingen. En eindelijk vond men ook documenten die aantoonden dat de doden van Breendonk begraven waren op de Nationale Schietbaan in Brussel – voordien wisten de nabestaanden zelfs dat niet.

Nooit eerder vluchtte ik tijdens een openluchtconcert voor stortbui, donder, bliksem. Uit de Herentalse beiaard weerklonk intussen muziek van Astor Piazzola, Bizet, Fats Waller, Mozart en een speciaal voor Mol geschreven compositie van Peter Pieters. Ik hoopte maar dat de bliksem niet zou inslaan in de toren, of in de bloeiende kastanjeboom. Je wilt per slot van rekening niet dat de overdracht van een stadsbeiaardierschap gepaard gaat met rampen en ongelukken. Maar hoe helder en fris bleef de beiaard klinken!