Het koor Sint-Cecilia zong de wolken weg, we hoorden het aloude verhaal van Maria Magdalena en de tuinman, we hoorden “Hou mij niet vast” en toen fietsten we terug naar de bloeiende krentenstruiken. De tuin verandert elke dag maar is op zijn mooist, mijns inziens, wanneer de Amelanchier bloeit. Zalig Pasen.
Het Kasteel van Gaasbeek opent na een grondige restauratie morgen opnieuw de deuren voor het publiek. Ook het interieur met al zijn kunstschatten werd meesterlijk opgefrist door scenograaf Niek Kortekaas. Ik mocht me verdiepen in de lotgevallen van de vroegere bewoners van het kasteel – onder wie dé graaf van Egmond, Brigitte Scockaert de laatste vrijvrouwe, de onstuimige Paul Arconati en de laatste bewoonster, Marie Arconati Visconti – en schreef brieven in hun naam om de sfeer van hun vaste burcht op te roepen. Een heerlijke opdracht. Het kasteel ligt in een prachtig domein (waar nu de bosanemonen bloeien), het is gezegend met een van de mooie tuinen van België en wie door de poort gaat, krijgt eerst een magnifiek uitzicht op het Pajottenland aangeboden en kan vervolgens alle rijkdommen binnenin ontdekken. “Je vous offre une maison”, zo heet toepasselijk het kunstwerk dat Philip Aguirre y Otegui voor de binnentuin maakte.
Ik legde het boekje met de brieven onder een paasboeket, want het maakt me blij.
De leerlingen van de Vrije Basisschool kregen les over de Tweede Wereldoorlog. Eerst fietsten ze naar het monument voor Korporaal John William Harper in Merksplas-Kolonie. Vervolgens kwamen ze bij mij langs, voor een woordje uitleg over verzetsman Martial Van Schelle. Daar stonden we, onder de bewolkte lentehemel, met narcissen en magnolia in volle bloei. ‘Is het waar dat hij met zijn fiets over het dak gereden heeft?’ vroeg een jongetje, en ik wees hem de nok. Later zag ik hen in groep over het veldweggetje terug naar het dorp fietsen. Ze droegen elk een fluogeel hesje en de wind voerde hun stemmen helder tot bij me, alsof ze nog steeds in de tuin rondliepen.
Mathias de Visch, Portret van keizerin Maria Theresia, 1749, Musea Brugge (foto Dominique Provoost via Art in Flanders)
FAAM is vandaag gelanceerd, het virtuele museum voor Vlaanderen. Het lijkt alsof ik vorig jaar niets anders deed dan er teksten voor schrijven. Van Campine kippen tot keizerin Maria Theresia, je vindt ze bij FAAM.
Mayken Verhulst, kunstenares en bron van inspiratie voor Pieter Bruegel, Pieter II Brueghel en Jan Brueghel, staat centraal op het Begga-festival in Mechelen, volgende zondag. Ook ik zal er zijn, om te vertellen over deze Mevrouw Renaissance.
Gisteren: de eerste citroenvlinder. De eerste hommel. Sneeuwklokjes, krokussen, camelia’s, sarcococca, het eerste bloeiende speenkruid. En onverwacht bezoek, zodat we konden overgaan tot de eerste koffie in de zon. Dank aan de fotografe, Nicol Andrea, die niet ophield het licht te prijzen. “Winterlicht, het mooiste licht.”
Ik opende de gordijnen en zag een zonsopgang, felroze en lichtblauw achter de zwarte bomen. De nieuwe vennen in de weiden kleurden goud, blauw en grijs. Daarna roerde het grote beest, mijn tyrannosaurus rex, zich weer: de verwarming weigerde dienst. Misschien is de mazout bevroren, zei de loodgieter aan de telefoon, alvorens op skivakantie te vertrekken. Het ziet ernaar uit dat hij gelijk had. Ik wandelde over krakende bladeren om te kalmeren, veegde de condens van het kapelraam. En toen het grote beest opnieuw getemd was en de kamers zich met warmte vulden, trakteerde ik mezelf op een stuk appelcake en een hoofdstuk uit Ronald Blythe’s Next to Nature (January). “Ik duw gekreukeld inpakpapier zonder omhaal in een zak, veeg asse weg, verwijder gerimpelde appels en dan, zonder waarschuwing, schijnt de Driekoningenzon naar binnen, waardoor mijn oude interieur er opeens smoezelig uitziet en een grote schoonmaak vereist. Als kinderen ruimden we bedroefd de papieren slingers op en vouwden we de papieren klokken weer dicht. We zagen de sneeuwman wegdruppelen en observeerden zijn dood. Alles was anders toen, en dat kon ook niet anders.”
Kerstmis wordt me elk jaar dierbaarder, merk ik. Herinneringen aan kerstversieringen die ik als kind samen met mijn moeder kocht, herinneringen aan een prachtige boom vol zilverlamé bij mijn grootmoeder (en daaronder de traditionele pakjes voor ons, kleinkinderen: een nieuwe pyjama, een peignoir of een handdoek met een geborduurd initiaal), herinneringen aan de bal in de vorm van een huisje die ik ter voltooiing in de kerstboom van mijn andere grootmoeder mocht hangen – ik wil ze niet missen. En nu stevenen we alweer op Driekoningen af. Weemoedig voorwaarts, schreef een vriend.
Waaraan ging december op? Ook aan het kijken naar het mooiste mannenportret van de zeventiende eeuw. Ernaar kijken en er een verhaal bij bedenken, op maat van een enkele lezer. Met dank aan Michaelina Wautier, schilderes in Brussel, woonachtig nabij de Kapellekerk, tot 1689.
Honderd jaar geleden overleed de Gentse schrijfster Virginie Loveling. Morgen organiseert de KANTL een symposium over haar werk, waar ik het zal hebben over “Erfelijk belast”, dit voorjaar heruitgegeven. Spannend, somber, gothic. Met die mooie cover van Paula Modersohn-Becker! En een nawoord mijnerzijds. Op mijn immer rommelige bureau (ooit samen met mijn vader gekocht, in een brocantehal in Brecht…) is vandaag ook “Levensleer” neergestreken, het geestige boek dat Loveling samen met haar neef Cyriel Buysse schreef, in 1912. Ze was toen zesenzeventig. En de Eerste Wereldoorlog moest nog uitbreken, een oorlog waarin ze een clandestien dagboek bijhield. Wat een dame.
Ook op de VRT-website verscheen vandaag een mooi artikel over haar.