
Ik kreeg het boek cadeau in Oostduinkerke, voor Nieuwjaar. Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen. Als student las ik niets liever dan dikke, klassieke turven. Onlangs nam ik het boek opnieuw uit de kast en ik herontdekte een gemarkeerde passage van lang geleden. ‘Aanschouw de portretten van Jan van Eyck. Hier is het spitse, zuinige gezicht van zijn vrouw. Daar is de strakke, morose aristocratenkop van Baudoin de Lannoy. Daar is de huiveringwekkend gesloten tronie van kanunnik Van der Paele. Daar is de ziekelijke gelatenheid van de Berlijnse Arnolfini, de Egyptische geheimzinnigheid van ‘Leal Souvenir’. In allen ligt het wonder van de tot de bodem gepeilde persoonlijkheid. Het is de diepste karakterschildering, die mogelijk is: gezien, onuitgesproken. Al ware Jan Van Eyck tevens de grootste dichter van zijn eeuw geweest, de geheimenis, die hij in het beeld openbaarde, zou hij in het woord niet hebben kunnen benaderen.’ Het verbaast me nu, dat ik daar toen al mee bezig was. Woord en beeld. Een woordkunstenaar als Rubens, een zwijgende schilder als Bruegel.
Pat Donnez interviewt me er zondag over in Berg en dal op Klara, vanaf 10 u. We hebben het ook over Suzanne Vega en Wannes Van de Velde.
J. Huizinga, Herfsttij der middeleeuwen. Studie over de levens- en gedachtenvormen der veertiende en vijftiende eeuw in Frankrijk en de Nederlanden, Groningen, 1984, p. 287.


Morgen zingt Utopia 
In een aangenaam hotel in Schin op Geul vond ik in de leeshoek een roman van Kamiel Vanhole terug. Een fijne verrassing. En wat een goed boek, wat een fijnzinnig vrouwenportret, die Beet van de schildpad.
Met oude punaises, nieuwe slingers, trapladder en hamer maakten we Martials kapel klaar voor mei. De ijzige noordwester rukte intussen al een slinger los. Een vriendelijke voorbijganger of buur bevestigde hem deels opnieuw. (Zie het stuk in de heg.) Meiklokjes zijn er al, op de meidoorn is het nog wachten.
Voor Rekto:verso schreef ik een 