Moord te Brussel, nogmaals

peintural
Peintural

Goed. Tweeëndertig jaar na de feiten bekende Pastural op zijn sterfbed dat hij de moordenaar was van de hertog van Croy. De hertog werd in zijn Brusselse woning doodgeschoten op de avond van de negende november 1624. Pastural was toen een page. De arrogante hertog had hem ooit een oorveeg gegeven, de tiener wilde wraak. Zijn uitleg is wat beknopt. Het gerechtelijk dossier wijst in een andere richting. En het ruikt ook naar olieverf. Een andere belangrijke verdachte/medeplichtige was een leerling van Rubens.
De zaak houdt me steeds meer bezig. Deze vrachtwagen in mijn buurt biedt de ideale versmelting van de begrippen Pastural en peinture. Zo droomt men dan met open ogen.

De ‘volumineuse farde de procédure qui repose aux archives du conseil de Brabant’, bevindt zich, zo meldt mij een uitmuntend historicus van de zeventiende eeuw, in het gezelschap van talrijke dossiers die “honderden schrijvers van historische romans” zouden kunnen inspireren. Aanbevolen lectuur, voor wie de handschoen wil opnemen: J. Nauwelaers, Drames et comédies judiciaires du passé.

Villanelle citadel

Citadel

Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Door de hoge groene koelte van mijn bos
Want mij verlokt, mij trekt de stad.
Mijn egel zegt, op ’t asfalt sloeg ik rad,
Schampte weg van staal. Je kùnt er jagen, zegt mijn vos.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Niet! schreeuwt mijn buizerd. Hij gaat prat
Op wijde vlucht in ’t lege zwerk. Mijdt de kolos.
Maar mij verlokt, mij trekt de stad.
’s Nachts zie ik aan de einder ’t hoog karaat
Van haar licht. Ik eet de laatste braam, streel ’t laatste mos
En volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Weldra dan diesel, donut, lipgloss, jazz, het holle vat
Of diepe wijn? Ogen en monden, zoete blos, veelvoud van gros.
O, mij verlokt, mij trekt de stad.
Misschien keer ik nooit weer naar wat ik had.
Misschien wordt amour fou een total loss.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Want mij verlokt, mij trekt de stad.

Woeker

Woeker in De Nieuwe Vrede
Woeker in De Nieuwe Vrede

Donkere wolken pakken zich samen: ik lees vaak in de krant hoe politici en architecten verklaren dat wonen op het platteland binnenkort maar afgeschaft moet worden, omdat het te luxueus is. Egoïstisch haast: al die ruimte voor een onnozele eenzame wandelaar of tuinier. Maar wat als die eenzame wandelaar of tuinier gewoon op het platteland geboren is en de financiële lasten van zijn locatie sinds jaren zonder morren draagt? Ik ken zelfs tuiniers die geheel uit eigen beurs een historisch waardevol gebouw van de sloop hebben gered en gerestaureerd. Zelf woon ik in een stadje, waar ik steeds heviger naar mijn platteland verlang. Daarom spreekt het thema van de nieuwe happening van dichterscollectief Woordwasdraad me aan. Aanstaande zaterdag en zondag in De Nieuwe Vrede in Berchem: poëzie, muziek, harten verscheurd tussen stad en land. Woeker.

Pennezak

pennezak
De garage wordt opgeruimd; vele vergeten schatten komen opnieuw aan het licht. Ontroerd herinnerde ik me hoe ik samen met mijn moeder deze favoriete pennezak in de krantenwinkel/drukkerij van het dorp kocht. “Bij Peeraer.” En het springtouw werkt nog, hoewel het nu iets te kort is.

Moederdag in Antwerpen

Mijn mooiste en slimste jongen heeft me maar een paar jaar overleefd. Filips met zijn glimlach, zijn krullen, zijn heldere ogen. Niet hij, maar mijn jongste zoon vervulde de stad met onze naam. Dat heeft me verrast. Het was mijn bedoeling een ambtenaar van hem te maken, iemand die nuttig is aan een hof; hij had er ook het verstand voor, maar hij tekende elk stukje papier dat hij vinden kon vol en smeekte me om prenten te kopen, die hij dan vlijtig natekende. Jij kent hem ook, al sinds je klein bent. Het licht dat hij alleen kon laten stralen heb je gezien op schooluitstapjes, in de kathedraal, in wat er overbleef van zijn huis. Overal een beetje, zelfs in de Nieuwe Wereld. Schilderijen als weelderig opgetaste fruitschalen, zoet spektakel. Blonde vrouwen die glanzen als honing. Kostbare stoffen op tere huid. Italiaans licht in ons noorden. Hij schilderde het licht in veel belovende donkere vrouwenogen en het licht in het schuim en de nevel van een onstuimige waterval in de bergen, dat uiteenviel in een regenboog. Toen hij opgroeide, zag hij zijn vader moedeloos in huis rondhangen; en het leek alsof hij al diens verspilde werkkracht met zich meedroeg en omzette in duizend schilderijen. Van simpel pigment en linnen en olie maakte hij rijkdommen zoals mijn familie nooit had kunnen vergaren, al hadden we dertig generaties lang gehandeld in de beste tapijten. Ken je zijn schilderij in de kathedraal boven het hoogaltaar? O, het toont met hoeveel hemelse vreugde men de lasten van dit leven kan transformeren, ontstijgen, achter zich laten. Daar ga ik soms naar kijken. Ik herken die blijdschap.
(Uit een ongepubliceerd verhaal over Rubens’ moeder.)

Dus

Pontormo, verkondiging, Capponikapel, Santa Felicita, Firenze (Foto R. Baldwin)
Pontormo, verkondiging, Capponikapel, Santa Felicita, Firenze (Foto R. Baldwin)

Dus. Een gedachtengang. Ik schrijf over een hedendaags schilder die zich laat inspireren door Jacopo Pontormo. Hij die in het begin van de zestiende eeuw een Verkondiging van de Engel schilderde in de Santa Felicita in Florence. Ik zie Ponte Vecchio voor me, het pleintje vol vespa’s, de kerk zelf. Santa Felicita, dat is toch de vroegchristelijke martelares over wie we ook lazen in de Latijnse les; de tekst over Perpetua & Felicitas? Bewaarden ze daar dan mogelijk een reliek van deze heilige Felicitas? Ik neem mijn onvolprezen Touring Club Italianogids van Firenze uit de kast. Geen relieken, zo verneem ik, maar wel een van de oudste kerken van de stad, vroegchristelijk, cultusplaats van een levendige Grieks-Syrische gemeenschap. Ach zo. L’interno, molto luminoso, consta di un’ unica navata… Meteen zie ik beelden van de kerk voor me, herinner ik me mijn laatste bezoek, toen ik Pontormo’s Verkondiging nog eens wilde bekijken voor mijn vertrek maar me terugtrok omdat er een misviering bezig was. Plotseling word ik vervuld door heimwee. Ik neem een ander boek uit de kast. Verlucht met mooie aquarellen van stadsgezichten, die het heimwee niet stillen. Het boek vertoont foxing (roestbruine vlekjes) op de snede. Ik vraag aan J. of er iets tegen foxing te doen is. Hij zegt dat men niet weet waardoor foxing veroorzaakt wordt, mogelijk door roest van het ijzer in de hamers waarmee vodden tot papier werden geslagen. Er is geen remedie tegen foxing. En ook niet tegen mijn plotseling heimwee naar Italië.

Voortschrijven dus.