Julia Carlotta

A.R. Mengs, Portret van Julia Carlotta Mengs, Rijksmuseum Amsterdam
A.R. Mengs, Portret van Julia Carlotta Mengs, Rijksmuseum Amsterdam

Ik blader door de memoires van Casanova. Goddank duidde ik vele jaren geleden in potlood de passage aan waarnaar ik nu zoek. Ik lees over Anton Raphael Mengs in Rome, over het nabijgelegen stadje Frascati, en betreed er met de dubieuze verteller een bizarre wereld van amateurkunst en hypocriete gelegenheidsverzen. Plotseling wil ik een verhaal schrijven over die tijd. Maar ik ben zoals steeds de slaaf van ander werk. In afwachting troost ik me met deze afbeelding, een portret dat Mengs schilderde van zijn zusje Julia Carlotta. Dit soort gezichten zag men toen, dit soort charme. Het brengt die vervlogen wereld tot leven.

Verjaardag

hamamelis

Derde verjaardag van deze blog, op een frisse, zachte januaridag. De geur van de bloeiende hamamelis waait me tegemoet, hazelaarkatjes wiegen, in de verte hoor ik het geklop van een specht. En ook hij laat zich volop horen, “die droevige kleine wintervogel die, zoals ik, zingt in de kale struiken” (Chateaubriand weer).

hazelaarkatje

Penwortel

Huet

Lise Stevin worstelt met de rouw om haar moeder, met de noodzaak om het ouderlijk huis op te ruimen en met een uitzichtloos beroepsleven. Ze staat er alleen voor. Op een zondag in juni ontdekt ze in een lade van een commode een bundel oude familiepaperassen. Wanneer ze de documenten ontcijfert, dringen zich de geschiedenissen op die het leven van haar ouders bepaalden.

In Penwortel onderzoekt Leen Huet de betekenis van familieverhalen, van verbondenheid met een landschap en van nationale gevoelens in een zo weinig nationalistisch land als België. Is er nog toekomst voor deze bijzondere politieke constructie? Wat met de burgers die België graag als een oude, comfortabele jas beschouwen? En hoe ziet Lise’s toekomst eruit? Het leidt tot een intrigerend verhaal waarover een sluier van melancholie hangt.

Penwortel, deel 14 van de onvolprezen Belgica-reeks van Uitgeverij Voetnoot, werd door Dirk Leyman van een nawoord voorzien.

Een recensie van Penwortel, alhier.

Moord te Brussel, nogmaals

peintural
Peintural

Goed. Tweeëndertig jaar na de feiten bekende Pastural op zijn sterfbed dat hij de moordenaar was van de hertog van Croy. De hertog werd in zijn Brusselse woning doodgeschoten op de avond van de negende november 1624. Pastural was toen een page. De arrogante hertog had hem ooit een oorveeg gegeven, de tiener wilde wraak. Zijn uitleg is wat beknopt. Het gerechtelijk dossier wijst in een andere richting. En het ruikt ook naar olieverf. Een andere belangrijke verdachte/medeplichtige was een leerling van Rubens.
De zaak houdt me steeds meer bezig. Deze vrachtwagen in mijn buurt biedt de ideale versmelting van de begrippen Pastural en peinture. Zo droomt men dan met open ogen.

De ‘volumineuse farde de procédure qui repose aux archives du conseil de Brabant’, bevindt zich, zo meldt mij een uitmuntend historicus van de zeventiende eeuw, in het gezelschap van talrijke dossiers die “honderden schrijvers van historische romans” zouden kunnen inspireren. Aanbevolen lectuur, voor wie de handschoen wil opnemen: J. Nauwelaers, Drames et comédies judiciaires du passé.