Op stap met een verrader

Een van Anthony Blunts standaardwerken

“Ik bleef kalm tegenover de troep jakhalzen van de pers vandaag. Zijn er mannen door uw toedoen gestorven? Jawel schatje, volkomen weggezwijmeld. Maar nee, nee, ik was uitmuntend, al zeg ik het dan zelf. Koel, droog, evenwichtig, volmaakt stoïcijns: Coriolanus tegen de generaal. Ik ben een groot acteur, dat is het geheim van mijn succes (Moet niet elkeen die de massa wil bewegen een acteur zijn die zichzelf vertolkt? – Nietzsche). Ik kleedde me perfect voor mijn rol: oud maar goed pied-de-poule colbert, hemd van Jermyn Street en das van Charvet – rood, alleen om ondeugend te zijn – , corduroy broek,  sokken met de kleur en textuur van havermoutpap, dat paar versleten bordeelsluipers dat ik in geen dertig jaar heb gedragen. […] Ik meen dat het een goede strategische zet van me was om de lieden van de pers in mijn fraaie woonst te ontvangen. Ze drumden bijna schaapachtig naar binnen, elkaars notaboekjes verdringend en de camera’s ter bescherming boven hun hoofd houdend. Nogal ontroerend, eigenlijk: zo gretig, zo onhandig. Ik voelde me alsof ik terug in het Instituut stond, klaar om een lezing te geven.  Sluit u de gordijnen alstublieft Miss Twinset? En Twijg, zet het apparaat maar aan. Dia 1: De Judaskus.”

Tijdens de trip naar Beieren reisde het standaardwerk van Anthony Blunt, Baroque and Rococo, mee op de achterbank, voor consultatie aangaande Johann Dientzenhofer met zijn ‘windscheve bogen’ en Balthasar Neumann met zijn overlappende ovalen. Blunt schreef een monografie over zijn favoriete zeventiende-eeuwse kunstenaar, Nicolas Poussin, en hij leverde ook verplichte lectuur voor onze opleiding, het handige overzichtje Artistic Theory in Italy 1450-1600. Hij leek een van die onovertroffen, dorre Britse kunsthistorici met grootscheepse carrières (conservator van de collectie van de koningin, onder andere), tot onze prof terloops vermeldde dat hij ontmaskerd was als spion voor de Russen in de jaren tachtig. Zo vingen we voor het eerst iets bijzonders op over dat enorme schandaal van de Britse inlichtingendiensten, The Cambridge Five. Vijf jongemannen uit de hogere kringen, allen aan de universiteit gerecruteerd voor de KGB in de jaren 1930. Philby, Burgess, MacLean, X – en Blunt. Ter compensatie nam ik de schitterende roman van John Banville met me mee, The Untouchable, gebaseerd op Blunts wedervaren. De auteur slaagt er beklemmend goed in om de emotionele kilte van Blunt in je botten te doen doordringen – ‘spion’ kan spannend klinken, maar door zijn verraad zijn er mensen gestorven. Een man met een schilderij van Poussin op de plaats waar een hart hoort te zitten?

John Banville, The Untouchable, Picador, 1998, p. 7-8. (vertaald door LH)

2 gedachtes over “Op stap met een verrader

  1. een ontluisterende, spijtige waarheid – dat verfijnd esthetisch gevoel kan samengaan met “emotionele kilte”.
    Is het een kwestie van ‘abstract vormgevoel’, dat emotie noch empathie behoeft? “een schilderij van Poussin op de plaats waar een hart hoort te zitten” – dat vat het natuurlijk helemaal samen

  2. Wel, Banville gaat er wel delicaat mee om, met Blunts liefde (misschien zelfs haat/liefde) voor Poussin, dat is interessant om te lezen. “Wat is het dat iedereen weet en ik niet?” vraagt de emotioneel arme hoofdpersoon zich op een bepaald ogenblik af.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s