Ondeugd

Flaubert

Dit schriftje zet ik vaak op mijn werktafel, als een herinnering en aansporing. En omdat ik me de laatste tijd al schrijvend met de zeven hoofdzonden en deugden heb beziggehouden, weet ik nu dat Flaubert het helemaal bij het rechte eind had door volgehouden, gecultiveerde droefheid een zonde te noemen. Sinds de middeleeuwen noemt men deze zonde vaker Acedia, Traagheid, maar paus Gregorius de Grote, die als eerste een lijstje van zeven nefaste gemoedstoestanden opstelde, had het wel degelijk over Tristitia.

In het boeddhisme is aangehouden droefheid dan weer een demon. Dat leerde ik op een nacht door een ultrakorte biografie van de Boeddha te lezen. Ooit werd hij wreed gekweld door demonen, die hem voorhielden dat hij een ellendeling was, waardeloos, idioot, vul zelf maar aan. U kent ze misschien, die nachtelijke gedachten die nooit tot iets goeds leiden. Het mooie was dat Boeddha zich na een tijd begon te verzetten. Hij weerlegde de beledigingen van de demonen, hij snoerde hun waardig de mond. En ze dropen af. Het deed deugd om dat te lezen.

Het biografietje behoorde tot de reeks Libri di una sera, Boeken voor één avond, en ik kocht het in het station van Rome. Een gedachte die heimwee opwekt, wat al een stuk beter is dan droefheid.

12 gedachtes over “Ondeugd

    1. Het begrip zonde zou een lijder aan droefheid natuurlijk nog dieper in de put kunnen duwen, maar het goede is het gevoel van empowerment – je kunt, nee je moet er iets tegen doen. ‘Fight, fight,’ zoals Virgina Woolf zichzelf voorhield.

  1. Ik ook. Misschien moet ik het boek eens herlezen. Ik vergeet nooit die laatste foto van haar, in Knack geloof ik, met stralende groenblauwe ogen. En dan, haar elegante witte zomerschoenen, de enige keer dat ik haar ontmoet heb.

    1. ‘Als je weg bent’ … niet vergeten te lezen.

      Zelf heb ik een gesigneerd exemplaar. Oktober 1994.
      Toen Leuven literair nog leefde.
      Ik zie nu nog hoe een erudiet Radio3-man als een biddende klamper rond haar cirkelde. In de ‘Salons George’.
      De prooi liet zich niet verleiden. Bleef haar epitheton van (ogenschijnlijke) ijskoningin getrouw.

      Maar in Knack, o, mijn God, liet ze de TAO voor wat hij was…
      en legde het hoofd van een professor op de guillotine. Spijtig … Toch.
      Ook al ben je dan uit het nest gevallen…

      1. Ik vond dat een akelige zaak, die ik niet doorgrond, maar ik waardeerde het op een bepaalde manier wel dat ze van zich afbeet. (Hoe, tja.) Literatuur is ook meer dan stromingen en scholen, mijns inziens, dus een schrijfster weglaten uit een literatuurgeschiedenis omdat ze niet tot een school zou behoren vind ik nogal schools.
        Een biddende klamper, ik zag er gisteren nog één vanuit de trein. Lente!
        En ooit leefde Leuven dus literair?
        Boeiend.

  2. Duidelijker was wellicht ‘Leuven literair’.
    Evenement genre ‘literaire lente’ maar dan in de zomer.
    Ik bad even tot Google, maar hij is blijkbaar niet Alwetende en zijn geheugen alleszins korter
    dan dat van de vroegere God.

    1. Oude goden kunnen lang overleven, zoals ons aller Jean Ray al aantoonde met Malpertuis (en recent A.S. Byatt met Ragnarok). Google, ach, een gebrekkige Sint-Antonius. Er worden in Leuven wel eens literaire gebeurtenissen georganiseerd, maar om de een of andere reden sloeg voor mij nooit de vlam in de pan.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s