Natste zomer sinds 1833

“De eerste de beste vrouwemantel roof ik van de kapstok; warm en goed wikkel ik er mij in, mijn kop veilig weggedoken, zoodat ik door een spleetje naar buiten kijk. Gebukt sluip ik weg onder het venster van de huiskamer; ik ben naar de beek onderweg. Als ik in de plassende regen sta heb ik misschien spijt van mijn avontuur; ik begin iets uit te denken om mijzelf ongelijk te geven, en toch blijf ik buiten om mijn ongedurigheid te verdubbelen. Onder de mantel heb ik het gauw benauwd gekregen; mijn hoofd zoekt naar regen en wind; op een omzien dool ik als een zwervend blad over het landgoed en met de wegen houd ik geen rekening meer.”

Men spreekt veel over Gilliams’ gezochte taal en beschrijvingen van ijselijke zelfkwelling. Maar als zijn boek Elias zoveel mensen blijft aanspreken, dan moet dat zijn omdat lezers iets herkennen in zijn verhaal over de kindertijd. En dat ‘iets’ is misschien die ontdekking en dat onderzoek van sensaties, van gewaarwordingen, die toegespitste aandacht voor kleine gebeurtenissen, die de wereld van het kind uitmaken.

Hoe dan ook, vandaag herken ik me in deze enkele zinnen uit Elias of het gevecht met de nachtegalen, al roofde ik dan geen willekeurige vrouwemantel maar een plastic regencape van de kapstok, en ontweek ik huiverend tientallen naaktslakken op het fietspad.

M. Gilliams, Elias of het gevecht met de nachtegalen, bezorgd en uitgeleid door Filip de Ceuster, Polis, Kalmthout, 2017, p. 40.

6 gedachtes over “Natste zomer sinds 1833

  1. Niet zo lang geleden was er een verkiezing voor beste titel van Nederlandstalige roman. Persoonlijk vind ik deze van Maurice Gilliams héél beklijvend. Net als zijn interview trouwens dat nog steeds te zien is op internet (op de website mauriceguilliams.nl), over zijn gevecht met de (nach)t(eg)aal.

    1. Dank voor de tip, Jonas. Mij valt op dat het bij elke lezing een ander boek is: je ontdekt er altijd nieuwe dingen in. Het ‘Tweede cahier’ mag er overigens ook zijn. Ik vind dat Gilliams zichzelf heeft onderschat toen hij het niet wilde heruitgeven. Misschien vond hij dat het te veel op een klassieke roman leek, op “worstenvullerij”.

  2. Ja hij legde de lat heel hoog voor zichzelf (wat super is voor de lezer), maar ging misschien wel iets te ver door zijn eigen boeken zelfs nadat ze waren uitgegeven te blijven herschrijven.

    Dat laatste lijkt me ietsje te extreem. Ik weet niet of dat komt door onderschatting of door overschatting.

    Tegen overschatting vind ik het inzicht van Joseph Beuys over kunst een goed medicijn. Toen hij met zijn studenten voor de Mona Lisa van Da Vinci stond antwoordde hij op de vraag waarom ze zo mysterieus glimlachte: ‘omdat het kunstwerk slimmer is dan de kunstenaar’ ;).

  3. Het genoegen Gilliams te herlezen, winter te Antwerpen, de man in het
    Venster, maar waar ik op de natste zomerdagen graag in verdwaal is in Leen Huet ’s mijn België… Het wordt met de jaren verfijnder

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s