
“Het loont om het kasteel van Loppem met een zekere regelmaat te bezoeken. Eens om de vijf jaar, bijvoorbeeld. Je ontdekt telkens iets nieuws en je herontdekt veel schoonheid. Je stelt tevens veranderingen in je eigen smaak vast. Vond je de neogotiek bij je eerste bezoek een tikje gedateerd? Bij je tweede bezoek kijk je gegarandeerd je ogen uit in de rode en blauwe salon. Wat een ensembles, wat een details.
Hoe heerlijk om een huis te betreden waarvan ook het interieur door een getalenteerde architect is ontworpen. Jean Bethune uit Kortrijk kon er wat van. Nee, prachtige gothick landhuizen en doorwrochte Arts & Crafts woningen zijn niet enkel in Engeland te vinden. Wie had bovendien gedacht dat de neogotiek ook uitnodigend, zelfs gezellig kon zijn? Maar ach, als je eenmaal weet dat de uiterst kieskeurige Charles Baudelaire de Mechelse meubelmakers bewonderde, dan verbaas je je al minder over zulke vaststellingen.”
Vandaag zoeft het project Vlaamse Meesters in situ uit de startblokken. Op 45 plaatsen in Vlaanderen kunt u kunstwerken gaan bekijken op de plaats waarvoor ze gemaakt zijn. Van Bocholt tot Nieuwpoort. Als smaakmaker dit fragment uit mijn verslag voor OKV over Loppem.


Morgen komt Mayken Bruegel, vrouw van, aan het woord in het Snijders&Rockoxhuis. Ik lees voor uit mijn verhaal en vertel over
Erf je een kapelletje, dan verzorg je het. Mijn ouders gingen aan de slag. De mei-versiering doet me altijd denken aan die versregel van Gerald Manley Hopkins: May is Mary’s month and I / muse at this and wonder why…
De geur van meidoorn snuif ik met volle teugen op. Een vaantje van de Chinese vaantjesboom dwarrelt neer in een rozenstruik. De mispelbloem herinnert me aan de Arenbergs in Leuven. De tuin in de Kempen leeft op in de regen.


In tijden van nood zoekt de kunsthistoricus opnieuw naar de handboeken van Nikolaus Pevsner. En die stellen niet teleur.
Gisteren bezocht ik de expo over Luc Cromheeckes strip De tuin van Daubigny in het cultureel centrum van