Naamdag

Piero di Cosimo, Maria Magdalena, Rome, Galleria Barberini
Piero di Cosimo, Maria Magdalena, Rome, Galleria Barberini

Lang geleden, helaas,  dat ik door de Galleria Barberini dwaalde. Ook de sereniteit en het gezichtsvermogen van deze dame liggen buiten mijn bereik. Maar hoe meesterlijk die kleuren, tot zingen gebracht door dat lila strikje.

Verjaardag

sodome1

Toevallig vertaalde ik vandaag een stukje Proust voor een werk in opdracht; een paar uur later hoorde ik dat dit Prousts verjaardag is.
“Misschien wanneer Mme de Guermantes was thuisgekomen en ik haar ging bezoeken vóór het diner, zou ze erin toestemmen om me naar haar tuin te brengen. Sinds zij mijn belangstelling had opgewekt voor de bevruchting van bloemen had ik de boeken van Darwin gelezen, ik had een professor botanica in het museum gevraagd om staaltjes van diverse soorten pollen; ik hoopte echt niet om de soort te kunnen herkennen die de tripsen, de bijen, de hommels en de vlinders bij zich droegen en om te weten of het deze soort was die de bloem waarop ze neerstreken kon bevruchten. Maar ik wist dat het pollen vaak overvloediger is bij planten die het laten vervoeren door fysische elementen zoals de wind, want dan loopt een grote hoeveelheid korrels het risico verloren te gaan, of die het uitstoten door een mechanische stuwing. Om de waarheid te zeggen dorstte ik er op die warme dag naar, niet de bloemen, niet de hemel met zijn wolken te zien, maar die andere gekleurde wolken die bijna over de grond reizen van bloemen naar bloemen; gelijkend op de prismatische waterbundels die irrigatiebuizen uitstoten om tuinen te verfrissen; misschien kon ik in de tuin van Mme de Guermantes ware vuurpijlen van pollen zien, afgevuurd door anemofiele bloemen; de zwavelregen die de bloemen van de pijnboom overvloedig, fijn en dicht laten neerdruppelen, de gouden wolken die reizen tussen Spaanse bremstruiken, die gehele wereld die even onbekend voor me was, bijna even onzichtbaar voor mijn ogen die hen nooit hadden opgemerkt, als de elektrische golven die ons omgeven; ik had zo graag gewild dat Elstir, met zijn subtiele en onthullende blik die erin geslaagd was de schemering te doorboren en de nevel vast te leggen, ze had vereeuwigd om mij te leren ze te herkennen, dit nog onbekende terrein van de schilderkunst, deze zwervende en gekleurde sluiers, de onderbroken, verwachte buien, ogenblikkelijk en gewild als een krachtdadig gebaar, noodlottig en vruchtbaar als de gouden regen van Semele.

In afwachting van de thuiskomst van Mme de Guermantes en nadat ik me ervan had vergewist dat het onmogelijk was om in haar tuin te kijken zonder haar te bezoeken, – wat ik in haar afwezigheid niet kon doen – bemerkte ik dat de orchidee in de open lucht was neergezet op de vensterbank van haar antichambre die uitgaf op de binnenplaats; en ik besloot, meer bekommerd om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen dan de geplogenheden in acht te nemen, om me te verstoppen achter de luiken van het raam van de grote trap, waar ik helaas van ver met kloppend hart kon bespieden of er insecten naar de binnenplaats kwamen, onwaarschijnlijk genoeg en overigens zonder dat ik kon onderscheiden of herkennen wat ze van zo ver met zich meebrachten, met zo weinig kans: het enige pollen zonder hetwelk de struik en de plant maagdelijk zouden blijven.”

Ervaren lezers weten het. Dit is niet zomaar een stukje botanica, dit is de aanleiding tot een cruciale scène in het boek: in plaats van de lang verwachte hommel die de bokkenorchis komt bevruchten, ziet de hoofdpersoon twee andere personages elkaar naderen op de binnenkoer – en een verborgen wereld opent zich: Sodom en Gomorra.

Marcel Proust, A la recherche du temps perdu, Pléiade-editie, deel III, Notes et variantes, p. 1267-1268

Match

pin2

Als zoon van een Belgische vader en een Amerikaanse moeder zou Martial Van Schelle (1899-1943) ongetwijfeld genoten hebben van de match vanavond. Hij bekostigde tenslotte ook de uitrusting van de voetbalploeg van zijn geliefde dorp Wortel. En ik speld vandaag te zijner ere het bijpassende embleem op mijn revers.

Martialis

Van Schelle en Quersin, Warschau, 1934
Van Schelle en Quersin, Warschau, 1934

Ik heb me vaak afgevraagd waarom de ouders van Martial Van Schelle in 1899 de naam Martial uitkozen voor hun enig kind. Misschien vonden ze het gewoon een welluidende, flinke jongensnaam? Mijn agenda leert me dat vandaag in Frankrijk de vroegchristelijke heilige Martial van Limoges herdacht wordt. Deze Martial zou als martelaar gestorven zijn onder het bewind van keizer Decius. En wat is dan eigenlijk het verschil, zo vraag ik me plotseling af, als martelaar sterven onder keizer Decius of als politieke gevangene in Breendonk onder Hitler? (De verschillen zijn interessant, dat zijn ze altijd.)

De naam Martial komt van Martialis, “toegewijd aan Mars”, de god van de oorlog. Een wat vreemde naam voor een christen uit de tweede/derde eeuw. In het geval van Martial Van Schelle zou men bijna aan voortekenen gaan denken: op zijn achttiende was hij als Amerikaans soldaat veteraan van de Eerste Wereldoorlog, en zijn verzetsactiviteiten in de Tweede Wereldoorlog kostten hem het leven.

 

Queeste

De zoektocht naar de Heilige Graal, laat me niet lachen. Watjes, die Percival en Galahad. De zoektocht naar een goede naaister die wil doen wat je vraagt, dat is, ook letterlijk, een geheel ander paar mouwen. En zodoende vond een prachtige zijden jurk van mijn moeder ook vandaag weer geen vaardige handen die “een nieuw corsage” konden knippen. (De zijden jurk van mijn moeder uit de jaren 1980 herinnert me er overigens pijnlijk aan dat zijden jurken vandaag minstens viermaal zo duur zijn en van beschamend belabberde kwaliteit. Vodden, zonder meer.)

Rubens in NRC

Nieuwe uitgave
Nieuwe uitgave

Op 4 januari 1619 schreef Rubens aan Pieter Van Veen in Den Haag.

“… Maar nu heb ik uw raad nodig en zou ik informatie wensen over de stappen die ik moet zetten om een privilegie te verkrijgen van de Raad der Verenigde Provinciën, teneinde enkele kopergravures te kunnen uitgeven die in mijn huis gesneden zijn, zodat ze niet gekopieerd zullen worden in uw streken.”

Het privilege (copyright) verkrijgen in Den Haag lukte hem toen niet, maar de belangstelling voor zijn werk en brieven bleef in Nederland gelukkig wel leven. Vandaar:

http://www.nrc.nl/boeken/2014/06/24/de-voorproef-rubens-goethe-en-kate-figes/

 

De vooravond van de zonnewende

Marie Gevers
Marie Gevers

Nous voici à la veille du solstice d’été.

“De zon, zei mama, zal morgen opgaan voor vier uur. Als je wilt zullen we haar voor zijn. We zullen naar de wei gaan, om haar aan de horizon te zien verschijnen. Die dageraad van de zonnewende zal prachtig zijn, bij helder weer.

Nooit eerder was ik buiten in de velden geweest bij de dageraad van de zomer. Soms zag ik die uit mijn venster, maar versluierd door de grote beuken van de tuin. De dageraad van de winter kende ik heel goed: dat is veeleer een kille schemering, behalve soms wanneer het ’s nachts heeft gesneeuwd. Dan is hij heel mooi. In de winter behoort de dageraad toe aan mannen die zich naar hun werk haasten. De ochtenden van de nachteveningen worden verdeeld tussen mensen en dieren.

Maar de dageraad van juni behoort alleen de dieren toe. Dat leerde ik op de dag dat mama mij de zon van de zomerzonnewende schonk. We waren om drie uur opgestaan, de tuin baadde in een onwerkelijke helderheid…”

De kleine Marie Gevers zag met haar moeder de zon opgaan op 21 juni, in Edegem, omstreeks 1893.

Marie Gevers, Madame Orpha ou La sérénade de mai, Editions Labor, Brussel, 1991. (Oorspronkelijke uitgave 1934; vertaald door LH)

Molen en kruis

1431

THE MILL & THE CROSS
Lech Majewski
ZONDAG 15 JUNI 2014, 16U30
Geïnspireerd door het schilderij ‘De kruisdraging’ van de Vlaamse schilder Pieter Bruegel de Oude brengen de Poolse regisseur/multimediakunstenaar Lech Majevski en de Amerikaanse scenarioschrijver/kunstkenner Michael Gibson in de langspeelfilm The Mill & The Cross twaalf personages uit het schilderij tot leven. Ze combineren hun verhalen met de totstandkoming van het doek. Het lijden van Christus wordt verweven met de onderdrukking van de Vlaamse bevolking door de Spanjaarden in een fijnzinnige film die meandert tussen het absurde en het metafysische, het blasfemische en het esthetische.
Majevski schilderde zelf de decors en gebruikte de nieuwste digitale technieken om de acteurs naar Bruegels wereld te verplaatsen. Rutger Hauer schittert als Bruegel, Charlotte Rampling is Maria en Michael York speelt kunstverzamelaar Nicholas Jonghelinck.

In CC Vredeberg, Lier. Een initiatief van Voorkamer. Lech Majewski leidt de film in. Tickets: 5 euro