In de ster

Met koolmezen moet je snel zijn. Goed kadreren lukte niet helemaal, maar de nieuwe voedselbollen zorgden wel voor veel verkennende vogels in de ster. Niet alleen mezen, overigens, zo licht dat ze ook op de stengels van de uitgebloeide agapanthus kunnen rusten; eveneens roodborstjes en boomklevers.

En de bloemen dromen

Uit: Herfstbladen, tekeningen van Corina, Versjes van F. Rens. De kinderen in dit boekje vingen al appels in hun schort, plukten bramen, verzamelden beukennootjes en kastanjes en bewonderden heksenkringen en de vlucht van trekvogels.

Zie de blaadjes vrolijk dansen/ door de lucht in wijde kransen./ Zwierig door de wind gedragen/ Komen ze elkander vragen/ Om te dansen.

Expo, Jacky, chrysant

Is dit wat ze rouwarbeid noemen? Spontaan begon ik mijn vaders boekenkast te herschikken. En ontdekte ik zoveel kleine zaken, die belangrijk voor hem waren. Jacky Ickx, Jochen Rindt, hoe dikwijls heb ik die namen gehoord. Mijn moeder die flauwviel op het circuit van Zolder, of was het Spa-Francorchamps? En dan dat kleine asbakje, de vreugde van het roken, de vreugde van de Expo ’58, de vreugde van 23 jaar oud zijn en met de rode Imperia van een vriend naar Brussel rijden, meermaals.

Zon in november

Paddenstoeltjes aan de voet van de dode treurwilg. De laatste roos van Leonardo da Vinci. En het genot om een blad van een tulpenboom op de tip van je laars te vangen.

Het is zacht wandelen op een diepe laag van gevallen bladeren. Aan het tuinwerk denk ik nu maar even niet, Bruegel in Brussel gaat voor.

Van Schelde naar Zenne

Zaterdag verhuis ik met Bruegel “van Schelde naar Zenne”. Mijn boek wordt tweetalig, zoals Bruegel ongetwijfeld ook was. De schrijfster, de vertaalster en de uitgeefster hebben hier hard aan gewerkt. Het resultaat is een boek dat nu beantwoordt aan een belangrijke stelregel van de grote kunsthistoricus Ernst Gombrich, zoals hij die verwoordde in Eeuwige schoonheid: elk kunstwerk dat besproken wordt, ook van andere meesters, is afgebeeld. Een gesprek met de Brusselse historici Claire Billen en Roel Jacobs rondt de presentatie af.

Bruegel in Brussel – opeens deinen er flarden van het lied van Wannes Van de Velde door mijn hoofd. Wees welkom.

Procopius, Dante, Ben

Vandaag pas verneem ik dat Ben Hoffschulte overleden is. Jarenlang was hij de antiquaar van de wondermooie boekhandel Procopius. Je vond er boeken van de historicus Procopius, je vond er boeken van zijn lievelingsdichter Dante, je vond er geschriften van de grote mystici en van René Girard. Heel vaak klonk er muziek van Bach. Ik zie de tegelvloer weer voor me, de tapijten, de stevige tafels die zware kunstboeken torsten. Wat heb ik met mijn beperkte middelen al niet bij hem gekocht? Dante lezen, over Dante schrijven en met zijn Saab 900 Europa doorkruisen, dat deed de antiquaar het liefst. Ik had hem al lang niet meer gezien, maar heb de laatste tijd veel aan hem gedacht.

Bladerend door de heruitgave van Oud papier zie ik dat ik twee boeken besprak die ik bij Procopius vond, de befaamde Heksenhamer en Burckhardt, De Renaissance in Italië. Daar ben ik blij om.

En misschien kan ik de herinneringen het beste koesteren door volgende week weer Dante te lezen.

Sobere praal

Ik vond een dichtbundel in mijn andere brievenbus, een dichtbundel met prachtig blauw. Varianten zonder schroom. Mijn ogen blijven haken aan deze regels:

Zonder voorbedachten rade is

er opvliegende verlokking, maar in het reine

zijn wij met de sobere praal van geen verhaal.

(Nu alles in onze wereld ‘verhaal’ heet, is die sobere praal mij welgekomen.)

Varianten zonder schroom. Een wisselwerking tussen Ron Scherpenisse en Bert Bevers, 2021.