Een sfeerbeeld van mijn lezing over het Vlaamse topstuk, én de Vlaamse Meester in Situ, in de Sint-Katharinakerk in Hoogstraten. Ik stond er weer van versteld wat voor een schatkamer die kerk eigenlijk is. Ik zag er dingen die Bruegel waarschijnlijk ook heeft gezien, met name het Laatste Avondmaalsglasraam van zijn leermeester Pieter Coecke in de noordelijke dwarsbeuk. En de grappige zittertjes op de koorbanken. Dank aan alle aanwezigen!
“Het loont om het kasteel van Loppem met een zekere regelmaat te bezoeken. Eens om de vijf jaar, bijvoorbeeld. Je ontdekt telkens iets nieuws en je herontdekt veel schoonheid. Je stelt tevens veranderingen in je eigen smaak vast. Vond je de neogotiek bij je eerste bezoek een tikje gedateerd? Bij je tweede bezoek kijk je gegarandeerd je ogen uit in de rode en blauwe salon. Wat een ensembles, wat een details.
Hoe heerlijk om een huis te betreden waarvan ook het interieur door een getalenteerde architect is ontworpen. Jean Bethune uit Kortrijk kon er wat van. Nee, prachtige gothick landhuizen en doorwrochte Arts & Crafts woningen zijn niet enkel in Engeland te vinden. Wie had bovendien gedacht dat de neogotiek ook uitnodigend, zelfs gezellig kon zijn? Maar ach, als je eenmaal weet dat de uiterst kieskeurige Charles Baudelaire de Mechelse meubelmakers bewonderde, dan verbaas je je al minder over zulke vaststellingen.”
Vandaag zoeft het project Vlaamse Meesters in situ uit de startblokken. Op 45 plaatsen in Vlaanderen kunt u kunstwerken gaan bekijken op de plaats waarvoor ze gemaakt zijn. Van Bocholt tot Nieuwpoort. Als smaakmaker dit fragment uit mijn verslag voor OKV over Loppem.
De Nederlandse Boekengids wijdt een nummer aan het thema digitale privacy. Ik mocht het hebben over de discrete beschutting die een boek aan een lezer biedt. De Mémoires van Saint-Simon kwamen daarbij goed van pas.
“Bood een boek me vroeger simpelweg de mogelijkheid om me te verdiepen in een andere geest, nu is het een instrument geworden om me terug te trekken uit de wereld. Als een monnik zit ik met een boekje in een hoekje. Geen satelliet lokaliseert me terwijl ik lees. Ik breng niemand op de hoogte van opwellende gedachten. Er bestaan geen foto’s van mijn hand die de bladzijden omslaat. Ik lees woorden, maar kan noch wil doorklikken naar iets anders. Wat er gebeurt is volkomen privé. De gewaarwording van vrijheid is des te sterker wanneer het boek uit de mode is, obscuur, veeleisend en het lezen ervan economisch nutteloos.
Een mooi voorbeeld van zo’n boek zijn de Mémoires van de hertog van Saint-Simon. Acht delen dundruk in de Pléiade-editie. De memoires beslaan de periode van 1691 tot 1723 en gunnen ons een blik in het leven van een Franse hertog tijdens het ancien régime. Wat is een hertog? In België treft men deze schepselen af en toe nog aan in hun natuurlijke habitat, in Nederland zijn ze uitgestorven sinds 1831. Wie was Louis de Rouvroy, hertog van Saint-Simon (1675-1755)? De late, enige zoon van een oude edelman, die de titel hertog gekregen had omdat hij de koning hielp om snel van paarden te wisselen tijdens de jacht. Deze anekdote leert je al iets over de maatschappij van het ancien régime. Maar ongetwijfeld brengt ze je ook iets bij over onze eigen tijd. Want er zijn nog steeds machthebbers en ze verlenen nog steeds gunsten. Nu dan op meer objectieve gronden? Meritocratisch?”
Morgen komt Mayken Bruegel, vrouw van, aan het woord in het Snijders&Rockoxhuis. Ik lees voor uit mijn verhaal en vertel over de kunst van het bewaren. In de hoop u daar te mogen begroeten.
Causerie om 14.45 en 15.45 u. in het Snijders & Rockoxhuis, Keizerstraat 10-12, Antwerpen.
Erf je een kapelletje, dan verzorg je het. Mijn ouders gingen aan de slag. De mei-versiering doet me altijd denken aan die versregel van Gerald Manley Hopkins: May is Mary’s month and I / muse at this and wonder why…
De geur van meidoorn snuif ik met volle teugen op. Een vaantje van de Chinese vaantjesboom dwarrelt neer in een rozenstruik. De mispelbloem herinnert me aan de Arenbergs in Leuven. De tuin in de Kempen leeft op in de regen.
Een dag om in een kasteel te vertoeven, boeiende lezingen te beluisteren (100 jaar Bauhaus, bijna dag op dag) en om de abdij van Roosenberg te bezoeken, een gebouw van Dom Hans Van der Laan dat de bezoeker omvat met schaduw en licht en dat rust brengt in hartslag en voetstap. Blauwhaus is een spel met Arts & Crafts, kunst en handwerk, inspiratie en samenhorigheid. Wordt vervolgd.
In tijden van nood zoekt de kunsthistoricus opnieuw naar de handboeken van Nikolaus Pevsner. En die stellen niet teleur.
“Gedurfder nog dan de opstand is de plattegrond van de Notre Dame. In Sens en Noyon kan men al een begin van centralisatie opmerken: in Sens doordat het koor tussen dwarsbeuk en omgang iets langer gemaakt is, in Noyon doordat de dwarsbeuken aan noord- en zuidzijde met een halve cirkel worden afgesloten. De meester van de Notre Dame heeft zijn dwarsbeuk ongeveer in het midden tussen de beide westelijke torens en de oostelijke absis geplaatst. Voor het schip en het koor koos hij een ambitieus plan met dubbele zijschepen, een schema dat al in de oude Sint-Pieter en in Cluny III gebruikt werd. Het dwarsschip van de Notre Dame steekt maar weinig buiten de zijschepen uit. Oorspronkelijk waren tegen de omgang geen kapellen aangebouwd. De huidige evenals die tussen de contreforten van schip en koor zijn een latere toevoeging. In vergelijking met de romaanse kerken en zelfs met de kathedraal van Noyon is hier een geconcentreerder en minder gedifferentieerde ruimtelijke structuur bereikt. Het gebouw is niet meer in een groot aantal afzonderlijke ruimten verdeeld die men bij wijze van spreken in gedachten moet optellen om een indruk van het geheel te krijgen, maar geconcentreerd in drie afdelingen: het westen, midden en oosten. Het geheel is te vergelijken met een weegschaal – het dwarsschip is de wijzer, de voorgevel en de dubbele omgang van het koor zijn de schalen. Het ritme van de ruimte wordt bepaald door de gelijkmatige volgorde van de arcades met hun spitsbogen en de rij gedrongen ronde pijlers. Zij dwingen de aandacht van de toeschouwer even onvermijdelijk in de richting van het altaar als de zuilenrijen van de vroegchristelijke basilica.”
N. Pevsner, Europese architectuur. Middeleeuwen en renaissance, vertaald uit het Engels door J. Roozen, Ad Donker, Rotterdam, vierde druk, 1984, p. 102-103.
Ik vond een aardig kinderboek met de titel Lentebloesem. Tekeningen van Corina, versjes van F. Rend.
De kinderen mogen naar buiten
Gaan spelen in het gras.
In ’t lekkere voorjaarszonnetje,
alsof het al zomer was.
Ze gaan wat bloemen plukken,
Die zijn er al zoveel!
Het sneeuwklokje en de crocus,
met wit en paars en geel.
De hele wei is net een kleed,
en niemand die dit plekje weet.