Oorlog in Antwerpen

wil

Ik lees Jeroen Olyslaegers knappe roman Wil. Over een jonge politieman tijdens de tweede wereldoorlog in Antwerpen. Over de Antwerpse politie die door de Nazi’s wordt opgevorderd om te helpen bij razzia’s in joodse wijken. En het raakt me, te lezen hoe agent Wilfried Wils Bruegels schilderij Dulle Griet beschouwt als een symbool van zijn stad tijdens de oorlog. “De terreur hangt daar open en bloot, het roven aan de mond van de hel. Het is niet omdat een mens er weinig moeite voor moet doen dat een onthulling geen onthulling blijkt. Die Dulle Griet raast en daast door een zot landschap vol oorlog en herinnering in felrood, bruin en zwart. Haar ogen staan wijd opengesperd zodat ze alles en niets ziet. Heeft zij deze verschrikking veroorzaakt of maakt ze louter deel uit van deze smeerlapperij en speelt ze het spel mee?  Op een schone zaterdag moet ge toch eens naar dat museum gaan om het allemaal in u op te nemen.”

Het is niet de enige keer dat Bruegel Wilfried Wils tot inzichten brengt. Hij kijkt naar de beelden van Rechtvaardigheid en Voorzichtigheid in de gevel van het stadhuis en bedenkt: “De schilder Bruegel was in deze stad aan het werk toen dat stadhuis werd gebouwd. Op zijn prent die de Voorzichtigheid verbeeldt wordt er geoogst en gepekeld, en staat Vrouwe Prudentia op de spijlen van een ladder die op de grond ligt terwijl haar rechterarm een lijkkist omvat. Onder aan de prent staat er in het Latijn te lezen: ‘Wilt gij voorzichtig zijn, houdt dan de toekomst voor ogen en houdt alles wat gebeuren kan in gedachten.’ Snapt ge waar ik naartoe wil? Snapt ge hoezeer deze stad met haar burgemeester de deugd van de voorzichtigheid heeft beleden en overigens via andere burgemeesters zal blijven belijden tot op vandaag?”

Kempen Atlas II

kempen-atlas

Ik besloot mee te werken aan de Kempen Atlas om mijn geboortestreek beter te leren kennen, en de mensen die er wonen. Vandaag voltooide ik, denk ik, mijn laatste tekst over Kempense locaties voor het boek dat in het najaar zal verschijnen. Het is de tekst over de kolonie waar ik opgroeide. Neem ik de trein naar huis, dan word ik steeds meer aangegrepen door de schoonheid van het onopvallende, vlakke  landschap onder het immense uitspansel. “The sky is so big here!” zei een dierbare vriendin van het andere einde van de wereld, toen ik met haar door deze dreven wandelde. Deze ontroering, vermoed ik, is een gevoel dat in de komende jaren zal toenemen. Mijn discrete landstreek!

Kunst ter plaatse

kik
Sint-Christoffel, Sint-Laurentiuskerk, Bocholt (foto KIK-IRPA)

Onlangs bezochten we Antoon van Dycks schilderij Sint Martinus in de Sint-Martinuskerk te Zaventem. Het verslag van die visite vindt u in het nieuwe nummer van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen. We kregen de smaak te pakken en reden naar Bocholt om het wonderlijke Mariaretabel te bekijken. Daarover meer in het volgende nummer van  OKV. Bleek men daar in Bocholt over meer topstukken te beschikken. Deze fantastische Sint-Christoffel, bijvoorbeeld, een reus van eikenhout in oosters gewaad. Christoffel droeg het Jezuskind over een rivier en ondertussen zwom er een vis in zijn geldbuidel. Een heerlijk grappig detail, bedacht door beeldhouwer Jan van Steffensweert (of een navolger) aan het begin van de zestiende eeuw. Vaut le détour!

Bruna

Nijntje aan zee. (Miffa clamat: vado tecum…) Mijn enige boek over de kleine heldin. Maar niet mijn enige boek met illustraties van Dick Bruna. Bij een zomerse picknick hoort al gauw een gezellige pocket over inspecteur Maigret, met een Bruniaanse omslag vol felle kleuren.

bruna2

Nina

Fotografe Nina Leen heeft me nog nooit teleurgesteld en de ontdekking van een reeks foto’s over kindermode draagt bij tot de vreugde. De reeks verscheen in het tijdschrift Life, aan het eind van de jaren 1950 of begin jaren 1960. Kinderen als volwassenen met hun eigen wagenpark, wat een charmant idee.

(Een blauwe Ford Thunderbird uit 1955 en 2 J 40 Austins, verneem ik van de expert.)

Lompen

Met griep op de sofa. Een goede gelegenheid om gedichten te herlezen die ik leerde kennen op de Boekenbeurs. Vlijmscherpe gedichten.

“Een zwarte doos vouwen
in de open economie
van Nederland, zonder doorstroming
op de woningmarkt, zonder opdrachten
of gemeenschap
en erin kruipen, niets doen.
In Zuid-Frankrijk propte ik me vol
terwijl ik Zwaartekracht en genade
van Simone Weil las
die zichzelf verhongerde
om dichter bij de arbeiders te kunnen zijn.
Zelf was ik toen al opgegeten
door het netwerk.
In de lompen van de freelancer
en met de eigenschappen die ik nog overhad
(rottend, nauwelijks vermarktbaar)
probeerde ik in gesprek te gaan met Simone Weil
en haar te volgen door de nacht.
Maar het gesprek bloedde dood
en ik stroomde door, geloofde in mijzelf.”

Frank Keizer, Onder normale omstandigheden. Gedichten, Polis, Antwerpen, 2016.

De commentator

bildschirmfoto-2012-09-11-um-15-813673-png-1309619
Hans Joachim Störig, 1915-2012

“Averroës werd in Europa de Commentator genoemd omdat hij uitvoeriger dan wie ook Aristoteles becommentarieerd heeft. Meer nog, het is door de vertaling van zijn commentaren dat Aristoteles in Europa werd geïntroduceerd.”

Dit las ik vanmorgen in een opiniestuk in de de krant en het herinnerde me aan mijn lessen filosofie, waarin de rol van de Arabische filosofen Avicenna en Averroës steeds werd geprezen. Het is echter ook weer niet zo dat de figuur en de geschriften van Aristoteles volslagen onbekend waren in het westen voordat Averroës de Commentator in de twaalfde eeuw ten tonele verscheen. De ideeën van Aristoteles bleven bewaard in verzamelwerken als die van Boëthius en men kende kleinere logische geschriften van zijn hand. De oudst bewaarde manuscripten van de antieke wijsbegeerte bevonden zich echter in het oosten en die waren door de islamitische veroveringen lange tijd moeilijk toegankelijk.

Ik grijp terug naar het standaardwerkje dat ons indertijd is aangeraden en lees met plezier de waardige volzinnen van Hans Joachim Störig. “Voor het geestelijk leven [in het islamitische rijk] was een van de belangrijkste elementen, ja het belangrijkste naast de mohammedaanse godsdienst, de oude Griekse wetenschap en filosofie. De kennis daarvan verbreidde zich van de 8e eeuw af door vertalingen en commentaren van islamitische geleerden en ook van christenen uit het oosten, die onder de Arabische heerschappij leefden, spoedig over de gehele Arabische wereld, en en daarnaast overigens op gelijke wijze ook de kennis der Indische geestesbeschaving.”

Ik beschouw het als een van de kleine wonderen van het internet dat ik vandaag voor het eerst een afbeelding van Hans Joachim Störig kan zien.

K. Debeuf, De grootvader van de verlichting, De Standaard, 2/2/2017, p. 38.

Hans Joachim Störig, Geschiedenis van de filosofie 1, Utrecht-Antwerpen, 1972, p. 235.