Liedboek

Van%20de%20velde%20groot%20liedboek%20cover
Kun je een prijs uitreiken voor de mooiste boekvoorstelling van het jaar? Dan wint het Groot Liedboek van Wannes Van de Velde. De vrienden van zangers zijn nu eenmaal enthousiaster dan de vrienden van schrijvers.

Bladerend door het Liedboek vind ik het wondermooie Café Bruegel:

Meester Bruegel, kom maar binnen
in de lichten van de kroeg
laat de blinden maar verzuipen,
zet uw eigen bij de ploeg.

Time worships language, dichtte Auden, tijd eert taal, en die regel vond ik steeds van metafysisch gewicht (hij is bijzonder goed geanalyseerd door Josef Brodsky in Less than One). Maar hier lees ik: ‘zijn penselen boorden gaten in de tijd’. En dat deden Bruegels penselen ook werkelijk. Time worships art then? Weer iets om over na te denken.
En ik ben blij dat een vriendelijke man uit Antwerpen me vorig jaar terloops kwam vertellen dat de prenten van Café Bruegel nu in de Sint-Andriesparochie hangen.

Koning van Kafiristan

Peachey en Dravot. Michael Caine en Sean Connery, in The Man Who Would Be King, van regisseur John Huston. Sommigen zeggen dat de film nog beter is dan de novelle van Rudyard Kipling. Amper twintig bladzijden die me leren hoe weinig ik weet over Indië en de omliggende gebieden. Meesterlijk geschreven, moeilijk vertaalbaar.

Daarom gaan we weg om koningen te worden.”
“Soevereine koningen,” mompelde Dravot.
“Ja natuurlijk,” zei ik. “Jullie hebben in de zon gelopen, en het is een bloedhete nacht, en zouden jullie daar niet beter nog eens over slapen?”
“Niet zat en niet door de zon geslagen,” zei Dravot. “We hebben er een half jaar over geslapen, en willen nu boeken en atlassen raadplegen, en we hebben besloten dat er nog maar een plaats over is die twee sterke mannen kunnen sarawakken [veroveren]. Ze noemen het Kafiristan. Volgens mijn berekeningen ligt het in de rechterbovenhoek van Afghanistan, niet meer dan driehonderd mijl van Peshawar. Ze aanbidden daar tweeëndertig heidense afgoden, en wij worden de drie- en vierendertigste. Het is bergachtig land, en ze hebben er mooie vrouwen.”
“Maar dat is voorzien in ons Contrak,” zei Peachey Carnehan. “Geen vrouwen en geen drank, Daniel.”
“En dat is alles wat we weten, behalve dan dat niemand er geweest is, en ze vechten er, en overal waar ze vechten kan een man die in staat is om soldaten te drillen Koning worden. We zullen ernaartoe gaan en zeggen tegen de eerste Koning die we tegenkomen: Wil jij je vijanden overwinnen? En we zullen hem laten zien hoe hij soldaten moet opleiden; want dat kunnen wij het beste. Daarna zullen we de Koning ondermijnen en de troon bezetten en een dynastie stichten.”
“Jullie worden in stukken gehakt voordat je vijftig mijl de grens over bent,” zei ik. “Je moet door Afghanistan reizen om er te geraken. Dat is één hoop bergen,  pieken en gletsjers, en geen Engelsman is er ooit doorgetrokken. De mensen zijn echte barbaren, en zelfs als je er kon geraken dan bereikte je nog niks.”

En Peachey en Dravot vertrekken, omstreeks 1888.

Rudyard Kipling, The Man Who Would Be King and Other Stories, Wordsworth Editions Limited, 1994, p. 121-122 (vertaling LH).

Wannes in Wortel

Wannes1

In Almanak evoceerde ik een optreden van Wannes Van de Velde in De Diept in Wortel. Onlangs reikte mijn moeder me een envelopje aan met archiefmateriaal uit die periode. Het leert me meteen dat Wannes bij de jaarwisseling 1967/1968 meermaals is langsgekomen in het noorden.

(ontwerp: Raph Huet)
(ontwerp: Raph Huet)

wannes2bjpg

Er zit zelfs een manuscriptje bij.

Wannes3

Maandag wordt Wannes’ definitieve liedboek voorgesteld in de Roma in Antwerpen. Het belooft een mooie avond te worden, met een onmisbare publicatie voor iedereen die hield van zijn gedachten, woorden en muziek.

Martials muziek

Martial Van Schelle werd in 1899 geboren in Merksplas, maar bracht de Eerste Wereldoorlog door bij zijn Amerikaanse familie, totdat hij als piepjonge soldaat opnieuw naar Europa kon afreizen. Wanneer ik een boek van F. Scott Fitzgerald lees, zie ik in gedachten vaak Van Schelle in dezelfde sfeer en decors rondlopen. En het lijkt op de een of andere manier te passen bij zijn karakter dat hij jazzliefhebber zou zijn. In de jaren 1930 liet hij het weelderige zwembad Lac aux Dames optrekken in Westende. Hier trad de beroemde Belgische jazzband van Fud Candrix tijdens de zomermaanden op. Dit filmpje geeft een indruk van muziek die Martial kan hebben beluisterd.

Bron: Keep (it) swinging

Villanelle citadel

Citadel

Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Door de hoge groene koelte van mijn bos
Want mij verlokt, mij trekt de stad.
Mijn egel zegt, op ’t asfalt sloeg ik rad,
Schampte weg van staal. Je kùnt er jagen, zegt mijn vos.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Niet! schreeuwt mijn buizerd. Hij gaat prat
Op wijde vlucht in ’t lege zwerk. Mijdt de kolos.
Maar mij verlokt, mij trekt de stad.
’s Nachts zie ik aan de einder ’t hoog karaat
Van haar licht. Ik eet de laatste braam, streel ’t laatste mos
En volg behoedzaam ’t slingerende pad.
Weldra dan diesel, donut, lipgloss, jazz, het holle vat
Of diepe wijn? Ogen en monden, zoete blos, veelvoud van gros.
O, mij verlokt, mij trekt de stad.
Misschien keer ik nooit weer naar wat ik had.
Misschien wordt amour fou een total loss.
Ik volg behoedzaam ’t slingerende pad
Want mij verlokt, mij trekt de stad.

Natuurlijke grens

Bij het Merkske
Bij het Merkske

Ik zag een open poortje, ik liep erdoor en ik kwam op een weide zo mooi dat ik er een verhaal over wilde schrijven. Zo gedacht zo gedaan. Sindsdien ontdekten we ter plaatse almaar nieuwe schoonheden. Het Merkske, “achter het tweede ven als je voorbij nonkel Gerard rijdt”, vormt een natuurlijke grens tussen België en Nederland.

Medici

800px-Angelico,_predella_dei_santi_cosma_e_damiano_da_pala_di_san_marco,_healing
Fra Angelico, Genezing van Justinianus, Museo di S. Marco, Firenze, ca. 1440

Mijn ouderwetse agenda leert me dat vandaag de feestdag is van de heiligen Cosmas en Damianus: een feestdag die me in gedachten naar Firenze voert. Misschien zijn daar nog wel een paar mensen aan het vieren. De overlevering wilde immers dat beide martelaren Arabische dokters waren die geneeskunde voor het volk beoefenden. Medici, dus, en daarom als beschermheiligen uitgekozen door de machtige Florentijnse familie de’ Medici, met name door stamvader Cosimo. Fra Angelico toonde de heiligen postuum aan het werk: volgens de Legenda Aurea zouden zij op een nacht de koster van hun Romeinse kerk verlost hebben van gangreen, door zijn aangetaste lidmaat te amputeren en het te vervangen door het been van een pas overleden Ethiopiër. Toen de koster wakker werd, had hij geen pijn meer, en een wit en een zwart been, allebei in perfecte staat. We zien hier dus een zeer vroeg voorbeeld van een geslaagde transplantatie.