
Uit Rubens’ nota’s over de beeldhouwkunst:
“De voornaamste reden waarom de lichamen van onze tijd verschillen van die van de oudheid, is de luiheid, de ledigheid, het gebrek aan lichaamsbeweging; want de meeste mensen oefenen hun lichaam alleen in het drinken en goed eten. Wees dus niet verbaasd wanneer u vet op vet stapelt, een dikke overladen buik krijgt, zachte en krachteloze benen, & armen die zichzelf hun werkeloosheid verwijten. In de oudheid oefenden de mannen zich dagelijks in de academies en andere openbare gelegenheden voor lichaamstraining, en dreven zij zichzelf tot zweet en uitputting. Bestudeer in het boek dat Mercurialis schreef over gymnastiek op hoeveel verschillende manieren ze hun lichaam afmatten, en hoeveel kracht daartoe vereist was. Waarlijk, niets was beter om de zachte en door traagheid dikke lichaamsdelen te laten wegsmelten dan deze oefeningen: de pens krimpt en alle delen die bewogen werden veranderden in vlees en verstevigden de spieren: want de armen, de benen, de nek, de schouders en alles wat zich inspant (geholpen door de natuur die door de warmte een sap vormt waarmee ze deze voedt) winnen aan kracht, groeien en nemen fel toe in omvang, zoals wij zien aan de rug van Geten, aan de benen van dansers en aan bijna het gehele lichaam van roeiers.”
R. de Piles, Cours de peinture par principes, Parijs, 1791, p. 133-135.








