
De manier waarop ze met haar handje zijn mouw vastgrijpt, vervult me met melancholie. Tussen de veertiende en de zestiende eeuw maakte men in Japan nara-ehon, of geïllustreerde boeken. Ze werden lang beschouwd als bandwerk voor keukenmeidenverhalen; pas sinds het einde van de twintigste eeuw wordt hun charme erkend. ‘De eenzame chrysant’ is een droevig sprookje over een boze stiefmoeder die een jeugdige liefde tegenwerkt; het speelt zich af in een glorieus verleden, de tijd van prins Genji, waarin het lange haar van de dames tot over hun enkels viel en de hofkleding buitengewoon rijk en onpraktisch was. “Mijn mouwen zijn nat,” zei men toen, codetaal voor: “Ik heb de hele nacht van liefdesverdriet liggen wenen.”
Begrijpen mensen elkaar dan toch, over culturen heen? Ik zou het afleiden uit het effect van dat machteloze handje op mijn gemoed.
Le Chrysanthème solitaire. Edition du manuscrit Smith-Lesouëf japonais 96, introduction et traduction par J. Pigeot et K. Kosugi, Parijs, 1984.

