Handschoen en pump

Lincoln Continental, 1960
Lincoln Continental, 1960

Waar is de tijd dat reclame voor auto’s duidelijk gericht was op elegante vrouwen? Uit mijn vaders rijke voorraad historisch automobieldrukwerk putte ik een folder van de Lincoln Continental uit 1960, een majestueuze auto die de bestuurster ‘an incomparable sense of security and command’ vermocht te geven. (En die, zo overweeg ik nu, mijn smalle stadstraatje niet eens in zou kunnen rijden.)

Auto

Favoriete ster, favoriete stad, prima auto. Men koopt een tijdschrift in het station en vindt een beeld om te koesteren. (Naast de onvergetelijke beschrijving, in een ander artikel, van Yves Saint Laurent die kristallen kandelaars tegen de muur in gruzelementen keilde, roepend: “J’en ai marre de tous ces milliards!”)

Vanity Fair (‘Brillant dehors, mordant dedans’), numéro 2, Août 2013.

Tien jaar

Marilyn Manson in de Mercedes 230 cabrio B uit 1938
Marilyn Manson in de Mercedes 230 cabrio B uit 1938, op de Cinquantenaire

Precies tien jaar geleden liep Marilyn Manson rond op de Cinquantenaire in Brussel voor de opname van een nieuwe videoclip. Mijn vader en zijn compagnon leverden de vooroorlogse Mercedes ter sfeerschepping (de wagen deed later ook nog dienst in Paul Verhoevens film Zwartboek en in de Canvasreeks Hitler in België). Verscholen tussen het publiek trachtte ik foto’s te maken, maar de veiligheidsdiensten van de ster waakten. De dag werd wel vereeuwigd in Mijn België, onder het lemma ‘Jubelpark’.

“Let goed op. In twee van de bogen wappert een zwarte vlag, bedrukt met witte letters. Zenuwachtige mannen lopen rond met walkie-talkies. In een hoek van de zuilengang staat een miniatuurbuffet, met een koffie-apparaat zonder koffie en vergrijzende sneden vleeswaren. Er komt een oude Mercedes het plein opgereden, in militair groen, het canvas dak neergeslagen; typisch het soort auto dat in films over de Tweede Wereldoorlog opduikt. De auto houdt halt; er worden twee zwarte vlaggetjes aan bevestigd …” En die avond trad Manson op in Haasrode.

L. Huet, Mijn België, Amsterdam-Antwerpen, 3de druk, 2009, p. 150 e.v. De videoclip hoort bij Mansons single “This is the new sh*t”, uit Golden Age of Grotesque.

Wijs

It’s wise!

In mijn vaders garage ontdekte ik een charmante Whizzer uit 1948 – de windhond onder de motorfietsen. Ooit was het leven goedkoop en bestonden er goedkope vervoermiddelen. Laat de zomer nog even duren, en ik rijd ermee, zo vertel ik mezelf.

Tovenaar in Buick

Enig gepuzzel, intens overleg en raadpleging van American Car Spotter’s Guide en Encyclopaedia of American Cars leidden tot de conclusie dat Vladimir Nabokov hier gefotografeerd is in een zwarte Buick uit 1957. Prachtig, die panoramische voorruit! De schrijver, die zich zoals vele collega’s een leven lang toelegde op bedwelmende charme en gecultiveerde hulpeloosheid, liet het chaufferen over aan zijn vrouw Véra. Zij volgde kort na hun aankomst in de VS rijles bij een garagist met de mooie naam Burton Jacoby. Ze hield niet van parkeren, wel van snelheid. Tussen 1941 en 1959 bestuurde ze achtereenvolgens een Plymouth, een Oldsmobile, een versleten Buick Special en de nieuwe Buick uit 1957. Na enkele jaren loste zoon Dmitri haar regelmatig af. “We zijn naar Colorado gereden, en daarna naar Montana.  Mitjoesja [Dmitri] nam de talloze angstaanjagende, langs steile afgronden voerende bochten met een zwierige, maar ietwat uitputtende souplesse, waarna het een verademing was om naar Véra’s heerlijke, gelijkmatige tempo terug te keren,” schreef Nabokov in 1951 aan zijn zus.

S. Schiff, Véra. Mrs. Vladimir Nabokov, New York, 1999 (zie index: Nabokov marriage, automobiles in).

V. Nabokov, Zuivere kleuren. Brieven 1923-1977, Amsterdam, 1993, p. 163.

Roman op steekkaarten

Vladimir Nabokov schrijft op zijn vertrouwde steekkaarten, tijdens een zomerse uitstap. Comfortabel in de auto, die zijn vrouw meestal bestuurde. Wie opgroeit met een chauffeur, zal een chauffeur altijd gemakkelijk blijven vinden? Geen idee waarom foto’s van Nabokov steevast mijn geluksgevoel aanwakkeren. Idealiter is hij hier een prachtzin van Ada aan het voltooien. En auto’s als de zijne, ach, die maken ze niet meer. (Ik mag niet vergeten aan mijn vader te vragen welk merk dit is.)

Foto via Writers At Work

Signoria

H. Liska, Mercedes op Piazza della Signoria

De Oostenrijkse illustrator Hans Liska (1907-1983) specialiseerde zich in de weergave van voertuigen en werkte in de jaren 1950 meermaals voor Daimler-Benz. Deze tekening is typisch: we zien waar hij zijn favoriete wagen heeft achtergelaten, tussen de voetgangers en de koetsen op de Piazza della Signoria in Florence, en we zitten bijna samen met hem in de Loggia dei Lanzi de rug van Cellini’s bronzen Perseus te bewonderen. Een dynamische, haast hyperkinetische tekening van een man die Picasso, Ernst en Kokoschka vereerde.

H. Liska, Den Herzen hinter dem Stern, Stuttgart, 1955.

Le cottage et la ferme Van Schelle, Diepte, à Merxplas

Literaire woning in de Noorderkempen

“De geur van lindebomen waaide aan. Al het houtwerk was nog geschilderd in de verf die meneer Van Schelle er eertijds voor had gekozen, vliegenwerend blauw, nu gebarsten, afgebladderd, door de hitte van zestig zomers in blaren getrokken. Hier zag ik Amélie de meid met het jonge geitje achter zich aan, dacht hij. Hier zullen de meiden en knechts paniekerig vergaderd hebben toen ze een telegram onvingen met het bericht dat Mijnheer terugkwam uit Zuid-Afrika en een tijd wilde uitrusten op zijn buitengoed – want in zijn afwezigheid hadden ze de splinternieuwe machines verkocht omdat ze er niet mee wilden werken en het hele domein maar een beetje tot eigen voordeel uitgebaat. Het was een typisch geval, rijkelui uit Gent, Antwerpen of Brussel die hier hele lappen hei opkochten voor een appel en een ei en die arme grond eens met de nieuwste technieken zouden laten bewerken door hun pachters. Herenboer spelen.

Uitgevlogen

Na de grote oorlog hadden ze alles verkocht. Boer Haest, die in de loopgraven blind was geworden, had blijkbaar genoeg geld in een sok, want hij kocht deze boerderij. En de boomkweker kocht de aanpalende villa, en nodigde mij en mijn broers uit om wafels te komen eten en wijn te komen drinken, in het gezelschap van zijn dochters. Maar voor een stapel wafels gingen we onszelf nu ook weer niet laten vangen.”

L. Huet, Almanak, Atlas, 2005, p. 144-145.

Joie de vivre

“Hij liet zich niet pramen, hij was gek op die Amerikaanse sleeën. Ze schoven gedrieën op de voorbank. Hij legde zijn handen goedkeurend op het witte stuurwiel met de metalen ring en het roodzilveren wapenschild in het midden en draaide de sleutel om in het contact. Dat was techniek, de zoete manier waarop deze grootse motor begon te draaien en de soepele schakeling aan het stuur. Drie versnellingen, dit type was nog niet automatique. Powerglide of Dynaflow noemden de Amerikanen dat, meende hij zich te herinneren. When better cars are built, Buick will build them, luidde de slagzin op een van die folders die hij als kind had verzameld  op het Autosalon en die de muren van zijn slaapkamer sierden. Twee ton staal onder je kont en het gevoel zo licht als een veertje voort te glijden. ‘Een rijdende salon,’ zei hij bewonderend terwijl ze de bocht namen. ‘Maak het jullie gemakkelijk, juffrouwen. Waar gaan we naartoe?’ ”

L. Huet, Almanak, p. 110.