Door en door

“Mooi of lelijk weer, ik heb de gewoonte om tegen vijf uur ’s avonds te gaan wandelen bij het Palais-Royal. Ik ben het die men, steeds alleen, ziet dromen op de bank van Argenson. Ik converseer met mezelf over politiek, over liefde, over smaak of over filosofie. Ik lever mijn geest over aan al zijn bandeloosheid. Ik laat hem vrij om het eerste wijze of dwaze idee dat zich aandient te volgen. Zo ziet men in de dreef van Foy onze jonge losbollen in de voetsporen van een courtisane met lichtzinnige allure, een lachend gezicht, een vinnige blik en een gekruld neusje, welke zij weer verlaten voor een andere, totdat zij ze allen hebben aangesproken en zich aan geen enkele hebben gehecht. Mijn gedachten, dat zijn mijn lichtekooien.”

Kan men zich iets voorstellen dat meer wezenlijk Frans is dan deze openingsregels van Diderots Le neveu de Rameau? Of is het veeleer wezenlijk achttiende-eeuws? Hoe dan ook, na tweehonderdvijftig jaar verkwikken ze nog steeds als een lentebriesje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s