Verjaardag

hamamelis

Derde verjaardag van deze blog, op een frisse, zachte januaridag. De geur van de bloeiende hamamelis waait me tegemoet, hazelaarkatjes wiegen, in de verte hoor ik het geklop van een specht. En ook hij laat zich volop horen, “die droevige kleine wintervogel die, zoals ik, zingt in de kale struiken” (Chateaubriand weer).

hazelaarkatje

Terugtocht

Ilarion Prianishnikov, In 1812, Tretyakov Museum, Moskou
Ilarion Prianishnikov, In 1812, Tretyakov Museum, Moskou

“Op 6 november 1812 gaf de thermometer achttien graden onder nul aan: alles verdwijnt onder het universele wit. De soldaten zonder schoenen voelen hun voeten afsterven; hun paarse, verstijfde vingers lossen het musket, waarvan het metaal hen brandt; hun haren staan rechtop van rijm, hun baarden bevriezen door hun adem; hun schamele kleren veranderen in kazakken van ijzel. Ze vallen, de sneeuw bedekt hen; op de grond vormen zij kleine sleuven van graven. Men weet niet meer in welke richting de rivieren stromen; men moet het ijs breken om zich te kunnen oriënteren. Verdwaald in de vlakte vuren de diverse legereenheden bataljonsalvo’s om elkaar te roepen en te herkennen, zoals schepen in nood hun kanonnen afvuren. Hier en daar rijzen dennen op, veranderd in onbeweeglijke kristallen, de kandelaars van deze begrafenisplechtigheid. Raven en roedels witte zwerfhonden volgen van op afstand deze terugtocht van kadavers.”
De gruwel van de Russische veldtocht van Napoleon werd me nooit eerder zo duidelijk. Les sapins changés en cristaux immobiles s’élèvent ça et là, candélabres de ces pompes funèbres… Wat een zin! Ga ik rommelen in de commode met familiepapieren, dan vind ik vermoedelijk nog wat info over die ene voorvader die met hem meetrok. En blijkbaar terugkeerde.
Niet dankzij Napoleon. Op een bepaald ogenblik hield hij het in Rusland voor bekeken en vertrok per slee met een escorte naar het Westen.

Chateaubriand, Mémoires d’outre-tombe, boek 21, hoofdstuk 5 (vertaald door LH)

Winter, Moskou, Chateaubriand

J.C. Oldendorp, De brand van Moskou, Deutsches Historisches Museum, Berlin
J.C. Oldendorp, De brand van Moskou, Deutsches Historisches Museum, Berlin

Napoleon en zijn grande armée veroverden Moskou in september 1812, maar gouverneur Rostopchin evacueerde de inwoners en liet de stad in brand steken.
Mijn lectuur van Chateaubriand vordert traag, want ik houd niet van Napoleon, en de grote schrijver wijdt honderden bladzijden aan de analyse van Napoleons opkomst en ondergang. Maar altijd zijn er weer die briljante korte beschrijvingen.
“Napoleon verliet Moskou in de nacht van 15 september en keerde de 18de terug. Onderweg kwam hij kampvuren tegen, aangestoken in de modderige vlakte en gevoed met mahoniehouten meubelen en vergulde lambrizeringen. Rond die kampvuren zag hij beroete en beslijkte soldaten, in lompen, liggend op rustbedden van zijde, zittend in fluwelen fauteuils, met als tapijten onder hun voeten, in het slijk, kasjmieren sjaals, Siberische bontmantels, gouden stoffen uit Perzië; van zilveren schalen aten zij zwart brood of het leegbloedende vlees van gebraden paarden.”

(Mémoires d’outre-tombe, Boek 21, hoofdstuk 4, vertaald door LH)

Penwortel

Huet

Lise Stevin worstelt met de rouw om haar moeder, met de noodzaak om het ouderlijk huis op te ruimen en met een uitzichtloos beroepsleven. Ze staat er alleen voor. Op een zondag in juni ontdekt ze in een lade van een commode een bundel oude familiepaperassen. Wanneer ze de documenten ontcijfert, dringen zich de geschiedenissen op die het leven van haar ouders bepaalden.

In Penwortel onderzoekt Leen Huet de betekenis van familieverhalen, van verbondenheid met een landschap en van nationale gevoelens in een zo weinig nationalistisch land als België. Is er nog toekomst voor deze bijzondere politieke constructie? Wat met de burgers die België graag als een oude, comfortabele jas beschouwen? En hoe ziet Lise’s toekomst eruit? Het leidt tot een intrigerend verhaal waarover een sluier van melancholie hangt.

Penwortel, deel 14 van de onvolprezen Belgica-reeks van Uitgeverij Voetnoot, werd door Dirk Leyman van een nawoord voorzien.

Een recensie van Penwortel, alhier.

Drie Koningen

Rubens, Aanbidding der wijzen, 1609; door hemzelf vergroot ca. 1628-1629; Madrid, Prado
Rubens, Aanbidding der wijzen, 1609; door hemzelf vergroot in 1628-1629; Madrid, Prado

“Rubens kon het niet beter treffen: het Antwerpse stadsbestuur, onder leiding van burgemeester Rockox, was bezig om de Statenkamer in het stadhuis te verfraaien voor de definitieve onderhandelingsronde over het Twaalfjarig Bestand. Men kocht bij Jan Brueghel een bronzen Christusbeeld van Giambologna, de Vlaming die hofbeeldhouwer was in Florence. Abraham Janssens leverde het uitmuntende schouwstuk Scaldis et Antverpia. Antonio de Succa schilderde een hele reeks portretten van vroegere vorsten. En Pieter Paul Rubens kreeg de opdracht om voor een andere schouw een Aanbidding van de drie koningen te leveren, een groots tafereel vol van de laatste snufjes die hij in Italië had gezien. Het thema paste bij de onderhandelingen: de drie koningen, afkomstig uit verschillende oosterse gebieden, konden symbool staan voor de onderhandelaars, een internationaal gezelschap dat ondanks religieuze en politieke meningsverschillen verenigd werd door de liefde voor Christus/de hang naar vrede. Het moet burgemeester Rockox iedere keer weer plezier hebben gedaan, deze schitterende zaal betreden. Toen in zijn Statenkamer de wapenstilstand eindelijk in een verdrag kon worden gegoten, toen men dit verdrag aan de bevolking kon afkondigen voor het stadhuis op 14 april 1609, beleefde hij het hoogtepunt van zijn politieke leven.”

L. Huet en J. Grieten, Rockox. Burgemeester van de Gouden Eeuw, Meulenhoff Manteau, 2010, p. 180.

Vrouwe Murasaki

Vrouwe Murasaki schrijft bij maanlicht, Yoshitoshi, 1889, British Museum
Vrouwe Murasaki schrijft bij maanlicht, Yoshitoshi, 1889, British Museum

Wat een geluk. Gisteren hoorde ik een uitgever vertellen dat de vertaling van Vrouwe Murasaki’s meesterwerk Het verhaal van Genji uitverkocht was en niet herdrukt zou worden als hardcover. Vandaag vond ik op de valreep een exemplaar bij boekhandel Plato in Leuven. Meteen bladerde ik naar mijn favoriete hoofdstuk, over de verlegen en verarmde prinses met de grote rode neus. Ik maakte ooit kennis met haar in een Italiaanse vertaling, en daar droeg ze de prachtige naam Fior-di-Zafferano. In het Nederlands, zie ik nu,  heet ze Saffloer.

Murasaki Shikibu, Het verhaal van Genji, 2 dln, vertaald door J. Vos, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2013.

Bibliotheek

Libreria Girolamini, Napels
Biblioteca Girolamini, Napels

Zo. Ik bereid me voor op het congres van de Vlaamse Auteursvereniging morgen en verdiep me in de collectievorming bij openbare bibliotheken. Ik leer dat een marketingbureau uit Tilburg vele Vlaamse bibliotheken helpt om “klantgericht” te werken en dat sommige West-Vlaamse bibliotheken een eigen project hebben ontwikkeld om zich beter tot de klant te verhouden. “Terwijl de Oude Grieken met hun vragen terecht konden bij het orakel van Delphi, kan dat vandaag in de bibliotheek,” verneem ik op de website van dit Project Delphi. Enkele bibliotheken van grensgemeenten uit de provincies Antwerpen en Noord-Brabant hebben het mooie samenwerkingsverband Benebib opgericht, maar wanneer ik de link aanklik, kom ik op een Franstalige website terecht met aardappelrecepten en info over notaristarieven.
Wel, in elk geval leerde ik dit jaar dankzij de krant dat het in de kostbare antieke bibliotheken van Italië niet beter, ja veel slechter gaat.

Plotseling heb ik heimwee naar de goedgevulde bibliotheek van mijn tienerjaren, met Proust in vertaling en in het Frans op de rekken, net als Virginia Woolf, en de boeken van vele Vlaamse en Nederlandse auteurs uit heden en verleden. De bibliotheek van de Warande in Turnhout, in de jaren 1980. Welke bibliothecaris heeft daarvoor gezorgd? Ik neem alsnog mijn hoed af voor hem of haar. Dankzij het rijke aanbod van toen werd ik een koper en schrijfster van boeken. Een gretige jonge lezer in mijn huidige woonplaats Leuven vindt in de openbare bibliotheek slechts een filiaal van de commerciële boekhandel, zo vrees ik.

K. de Roo, Onderzoek naar de aanwezigheid van niet-mainstreamliteratuur in de openbare bibliotheken van Vlaanderen en Brussel, lic. verh., UGent, 2010-2011.