Spookdraad & toxische mannelijkheid

phantomEindelijk zag ik de film Phantom Thread. Nog een wonder dat het zo lang geduurd heeft, want ik houd van verhalen over couture. Misschien omdat ik mijn eerste schrijf- en leeslessen kreeg onder een portret van koningin Fabiola in haar winterse trouwjurk, ontworpen door misschien wel de beste couturier aller tijden, Cristóbal Balenciaga. Balenciaga kreeg zijn opleiding overigens dankzij een studiebeurs van de familie van onze vroegere koningin.

Daniel Day-Lewis is waarlijk briljant in Phantom Thread, als de Londense mode-ontwerper Reynolds Woodcock. Zijn personage is deels geïnspireerd door Balenciaga (“hij houdt wel van een vrouw met een buikje,” zegt Reynolds’ zus ergens, en dit is precies wat je ook over Balenciaga leest: zijn klanten moesten niet mager zijn als modellen, hij kon elk type vrouw sublimeren – zij het dat Europese vrouwen tot in 1980 doorgaans slank waren). Ik meende dat Woodcock voorts gebaseerd was op Hardy Amies, ontwerper voor de Engelse koningin, maar volgens de interwebben zou het de Amerikaan Charles James zijn. Hoe dan ook is Reynolds Woodcock niet zo’n grandioze ontwerper als Balenciaga, dat zie je aan de jurk die hij maakt voor Henrietta Harding.

Daniel Day-Lewis is onweerstaanbaar; de vrouwelijke hoofdrollen evenzeer. Zijn zus Cyril, subtiel en meesterlijk vertolkt door Lesley Manville. Muze Alma Elson, met een heerlijk naturel vertolkt door Vicky Krieps. De acteerprestaties nemen niet weg dat het verhaal me maar matig kon boeien. Beroemde mode-ontwerper wordt verliefd op een muze en laat zich vervolgens door haar vergiftigen? Is dat niet wat vergezocht? Wonderlijk is dat het personage Reynolds Woodcock vervolgens, in een essay in The New Yorker, een voorbeeld genoemd wordt van “toxische mannelijkheid”.  We horen die uitdrukking de laatste tijd te veel. Woodcock is de hoofdpersoon van de film, en hij is een man. Is hij daarom toxisch, giftig? Ik zag in hem een succesvolle kunstenaar die rust en routine eist voor zijn werk, waar vele mensen van leven. En dat verlangen naar rust en routine voor de kwaliteit van je werk, dat herken ik, als vrouwelijke kunstenaar. Het artikel in de New Yorker wordt grappig, als je bedenkt dat deze zogenaamd toxische man in de film vergiftigd wordt door zijn muze. Bestaat er dus ook toxische vrouwelijkheid?

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s